Mirakel in Bekegem (1875)

Relaas genoteerd door pastoor Nyssen van Bekegem (pastoor van 3/3/1862 tot 4/1/1878).

Anna Theresia Sanders.

Anna Theresia Sanders, geboren te Bekegem, den 19 Maart 1841, dochter van Jacobus en Joanna Van de Casteele, was sedert meer dan negentien jaren lam en in de volstrekte onmogelijkheid hare benen te gebruiken.

Toen Anna den ouderdom van omtrent de veertien jaren bereikt had, werd zij door een hevige maagziekte aangerand, die hardnekkig aan alle geneesmiddelen wederstond. Uit die ziekte sproot eene grote flauwte voort, en weldra was het lichaam gans van krachten uitgeput. Anna gevoelde hevige pijnen in de rug en hare benen weigerden tot steun aan haar lichaam te dienen. Men was verplicht om het meisje te kunnen verplaatsen, haar op eenen stoel te zetten en zo te verdragen, de enige bezigheid op de welke zij zich kon toeleggen, was het handwerk, zoals naaien, stoppen en breien. In het begin der ziekte en in de opvolgende jaren, werden verscheidenen geneesheren geraadpleegd, maar vruchteloos beproefden zij al hunne middelen. De Heer de Wielmaker dokter te Eernegem, schonk haar zijnne liefdadige zorgen gedurende zes jaren, maar moest eindelijk ook Anna Theresia ongenezen en ontroost verlaten.

De geneesheer van Torhout M.Nevejan, verklaarde ons, dat hij vroeger ook nog door Anna Theresia Sanders geraadpleegd was geworden. Hij gaf medecijnen om haar te troosten en niet om de jonge dochter te genezen, want zijn geweten zegde in volle overtuiging dat het meisje ongeneesbaar was. Hij bestadigde dat dochter Sanders door ene lamheid aangerand was, veroorzaakt door de uitdroging der spieren en door de verkwijning van de ruggegraat. Sedert dertien jaren wilde Anna Theresia niet meer hare toevlucht tot de heelkunst nemen, het was immers te kostelijk en, wat meer is, de ziekte wederstond aan alle pogingen.

De medelijdensweerdige dochter zag dan voor zich ene toekomst vol smarten en ellenden oprijzen. Zij liet nochthans haren moed niet vallen en herinnerde zich dat zij toebehoorde aan de school van Hem die door den mond van zijnen Profeet het lijdend mensdom deze woorden toesprak “O Gij allen, die over den weg voorbijgaat, slaat uwen ogen op mij en ziet, of er ene droefheid gelijk is aan de mijne”.

Het gebed, die onuitputbare bron van troost voor de beproefde stervelingen was voor Anna de bron ener volkomene onderwerping en ene onwankelbare hoop, want te midden hare beproevingen koesterde zij nog altijd de hoop op genezing om die grote weldaad van Gods goedheid te bekomen, nam Anna hare toevlucht tot de Moeder van Jezus Christus.

Op een halve uur afstand van het dorp Bekegem verheft zich in een kreupelbos ene oude bidplaats, gekend onder de naam van boskapel, daar berust en wordt vereerd een miraculeus beeld van O.L.V. De krukken en anderen gedachtenissen spreken er de taal der dankbaarheid en getuigen, dat Maria hare goedheden op deze gezegende plaats uitdeelt. Het was daar dat Anna Theresia Sanders vertroosting en leniging kwam afsmeken in gezelschap van de Congregratie der parochie. De gebeden der kranke werden niet verhoord. Hoe lander het uur van verlossing vertoefde, hoe meer ook haar betrouwen oprees.

Op 4 kilom. van Brugge, in de gemeente Assebroek, is er ook een heiligdom, waar door Maria’s tussenkomst vele weldaden uitgedeeld worden. De godvruchtige gevoelens van Anna Theresia wekte haar op om in dit toevluchtsoord Maria te gaan smeken en bidden. De afstand scheen het grootste beletsel te zijn want Bekegem is 4 1/2 uren van Assebroek afgelegen, maar de liefde kent geen hinderpaalen. Het arm meisje deed zich tot tweemaal voor het miraculeus beeld brengen. Nuchter van huis vertrokken, sprak zij in de kerk ene rechtzinnige biecht en ontving de allerheiligste communie, maar vruchteloos. Iedermaal moest Anna Theresia ongenezen terugkeren of liever teruggebracht worden. Indien zij door ene inbeeldingsziekte aangerand was geweest, zoude zekerlijk deze wel na ene zo moeilijke reis verdwijnen zijn.

Ondertussen hoorde de jonge dochter de wonderbare genezing van Petrus De Rudder vertellen, de gebeurtenissen van het Vlaamse Lourdes werden verhaald, en Anna ,nog altijd in het gedacht dat Maria haar zoude genezen, besloot hare toevlucht tot de H.Maagd van Lourdes te nemen. Zij begon ene novene ter ere der Onbevlekte Ontvangenis, te Lourdes verschenen, bad alle dagen meermaals den rozekrans, dronk het water der bron en stelde de novene in door ene goede biecht en communie. Zo pleegde zij zes achtereenvolgende novenen en besloot met de zevende het heiligdom van Oostakker te bezoeken.

De Maandag 31 Mei 1875 was de laatste dag der zevende novene.

Anna wilde op dien naar Oostakker gaan om de onbevlekte ontvangenis onder de naam van O.L.V. van Lourdes te aanroepen. Hare teergeliefde Moeder, die zo dikwijls troost en onderwerping in het hart van haar lijdend kind wist te storten, wilde nu ook bij de genezing van haar kind tegenwoordig zijn. De broeder van Anna vervoegde zich meteen, het was immers hij die gelast was zijne zuster te dragen en te verplaatsen. De zieke werd naar de statie van Brugge gevoerd en op de spoortrein bij middel van enen stoel geplaatst. Te Gent nam men Anna uit den trein om haar beurtelings op den tram en den autobus van Lourdes over te dragen. Eindelijk na vele moeilijkheden kwamen de drie bedevaarders te Oostakker aan. De voerman, over de zedige houding en het groot betrouwen der dochter getroffen, vervoerde haar tot aan de brugge, die de rots van het plein der kerk scheidt. Nauwelijks op den grond van Slootendriesch gekomen, begon haar hart fel te jagen. Anna voelde zich als door ene heimelijke kracht aangedreven en meer dan nooit was zij van hare toekomende genezing overtuigd. Het beklagenswaardige meisje werd uit het rijtuig genomen en op hare stoel voor het beeld der Allerheiligste maagd Maria geplaatst. Het was ‘s morgens 9 ure. Men begon vurig te bidden, de menigvuldige bedevaarders voegden hunne gebeden bij deze der smekende familie. Anna Teresia zat voor het beeld, den glimlach van betrouwen op de biddende lippen en de ogen gedurig op Maria’s beeld gevestigd. De moeder en de broeder gingen ondertussen al smekend rond de rots. De jonge dochter voelde zich als aangedreven om rond de berd gedragen of gesleept te worden. “Maria zal mij niet verlaten“ riep zij uit. Moeder en broeder namen het meisje op, ondersteunden haar uit al hunne krachten om er rond de rots te gaan. De met lamheid geslagene dochter zuchte, zij leed immers bitter, maar niet de minste klacht ontviel haren mond, het lijden moest de weldaad harer genezing verhaasten. Men was er in gelukt de eerste maal rond te geraken, nadat Anna onder den weg gemeend had te moeten bezwijken, zodanig was zij vermoeid en uitgeput van krachten. De goede moeder was vermoeid. Op dit ogenblik kwam de Weledele Graaf P.Van de Werve de Vorsselaer van Antwerpen met zijn dierbare familie aan de rots, hij nam de plaats in van de broeder, ondersteunde het lijdend meisje en alle drie gingen ze gevolgd door andere bedevaarders biddend rond de rots. Terug voor het beeld gekomen, dronk Anna het water der fontein gevoelde zich een weinig beter en drukte de begeerte uit om voor de derde maal rond den berg te gaan. Zij liet zich eerst ter aarde nederzinken en op hare blote knieën vroeg zij aan Maria met hartroerende woorden de genezing en de gezondheid terug. Iedereen was bewogen. Men stelde zich met betrouwen op weg, het gelaat van Anna was glanzend van vreugde. Zij wierp zich nogmaals voor het beeld neder en men bood haar water van Lourdes aan. Een huivering doorloopt eensklaps hare ledematen, ene inwendige stem dwingt haar om op te staan. O gelukkig uur. Anna staat op, sedert meer dan 19 jaren steunt zij voor de eerste maal op hare benen. Maria’s goedheid wordt begroet door vreugdekreten, door dankende tranen en door liefdeverzuchtingen. Anna Teresia gaat vooruit, nadert het wijwatervat, maakt het teken des H.Kruises en hangt haren rozenkrans onder het beeld haren weldoenster om te tonen dat zij waarlijk genezen is, gaat zij zonder hulp rond de rots, werp zich ter aarde neder en doet een kruisgebed. Het volk was getroffen door die wonderbare gebeurtenis en omringde Anna. Deze vroeg aan de menigte eenmaal het gebed des Heren en het Weesgegroet met haar te willen lezen om Maria over hare schielijke genezing te bedanken. Men voldeed aanstonds aan die billijke vraag, Anna stond op, ging in de tegenwoordigheid van meer dan tweehonderd personen door de lanen van het kasteel, den stoel, getuige harer pijnen,tot eeuwige gedenkenis aan de rots latende. Onze Goddelijke Zaligmaker, de kracht des gebeds willende leren, zegde, toen Hij de kostelijke bergrede uitsprak “Vraagt, en U zal gegeven worden, zoekt, en gij zult vinden, klopt, en u zal opengedaan worden. “Deze woorden werden letterlijk voor Anna Teresia Sanders op den 31 mei 1875 voltrokken. Na meer dan 19 jaren hare genezing gevraagd te hebben, na deze te gaan zoeken zijn in de geliefkoosde heiligdommen van Gods Moeder, na geklopt te hebben aan het barmhartig hart van Maria, werden hare gebeden verhoord in het vlaamse Lourdes, waar de-Onbevlekte Ontvangenis de aan haar toegewijde maand wilde sluiten en de bedevaarders van Slootendriesch over hunne vurige gebeden bedanken door het terug geven ener gezondheid die, volgens de verklaring der geneesheren, menserlijker wijze gesproken, voor altijd verloren was. Anna ging naar Bekegem terug, waar de tijding harer genezing alreeds toegekomen was.

Te Brugge ging zij meer dan 15 minuten te voet, om tot de standplaats van hun rijtuig te komen. Gans Bekegem stond de gelukkige dochter af te wachten, men trok naar de kerk, Anna ontstak twee waslichten, men zong een plichtig lof en het dankend Te Deum dreunde machtig in de kerk. Het volk was bewogen en menige traan van aandoening rolde op de wangen van mannen, die voortijds als onverschillig zijnde aanzien werden. Des anderendaags naderde Anna Theresia ter H.Tafel in de tegenwoordigheid van vele personen, zonder enigen steun te moeten hebben.

Deze schone genezing werd door de volgende handtekens bevestigd.

J.Van de Casteele. Moeder.

Jac.Sanders. Broeder.

Get.Fr.Nyssen. Pastoor te Bekegem.

 Anna Th Sanders              x Vandewalle Carolus (xBek 9/7/1880)

°Bek 18/3/1841                               °Zerk 22/1/1846

Kinderen

Henri                    °Bek 20/10/1883

Melanie               °Bek 12/10/1881

Sierens Etienne