Telefoon te Bekegem

De “Spreekdraad” te Bekegem.

 
Het lijkt voor ons nu de meest normale zaak dat we via I-pad, GSM, E-mail, telefoon enz. zowat de hele wereld kunnen bereiken, en dat in een mum van tijd. Dat is uiteraard niet altijd zo geweest. In de eerste helft van de 19e eeuw ging alle berichtgeving heel veel trager dan nu de wereld rond. Veel nieuws werd rondgebracht door leurders of mensen die uit de stad terugkwamen na drie uren stappen vanaf Brugge. Het “wonder van de snelheid” kwam er pas na de uitvinding van de telefoon dat alle nieuws veel vlugger verspreidde.
 
Graham BellAlexander Graham Bell, een Schot uit Edinburgh (Edinburgh, 3 maart 1847 – Baddeck Bay (Nova Scotia), 2 augustus 1922) emigreerde met zijn vader in 1871 naar de V.S.A. Hij was een spraakleraar die een methode vond om een stem over een hele afstand te transporteren.
In 1876 nam hij een patent op een toestel dat hij “telefoon” noemde (van de Griekse  téle = ver, en phonè = geluid) en was de oprichter van de telefoonmaatschappij Bell.
De ontwikkeling en verspreiding van het systeem ging vliegensvlug, want al in 1884 waren er in België 2811 abonnees, uiteraard enkel in de grote steden. In Brugge bv. had toen nog niemand een telefoon. Maar nog eens twintig jaar later was de telefoon ook reeds op het platteland aanwezig. De gemeente Zerkegem bv. had reeds in 1912 een aansluiting!
 
En hoe was de situatie toen te Bekegem? Wanneer was hier een eerste telefoon aanwezig?
Er gebeurde aanvankelijk niets tot pastoor Faro De Winter in 1925 zelf het initiatief nam om een telefoonaansluiting in Bekegem te verkrijgen. E.H. De Winter ging bij alle handelaren en landbouwers met een soort petitie om zijn aanvraag te steunen. Maar gezien zijn minder goede relatie met burgemeester Louis Cobbaert zorgde hij er toch voor dat ook sympathisanten van deze strekking hun akkoord gaven. Bovendien wilde hij ook nog z’n visie geven daarover in de gemeenteraad wat hem toegestaan werd. Volgens secretaris Pieter Dumarey deed hij dat in “ampele  bewoordingen” (breedvoerig) maar met overtuiging.
Hoe De Winter z’n vraag inkaderde gebeurde als volgt: (De Winter na W.O. I flamingant geworden gebruikte niet het vreemde woord telefoon maar verving dit door “spreekdraad”)
 
“Aan de Heeren Burgemeester en Schepenen der gemeente Bekeghem,
 De ondergeteekenden hebben de eer Uel. te vragen, in name van meest al de inwoners, te willen in den kortsten tijd mogelijk zorgen om op het dorp eene spreekdraadverbinding met Ghistel te leggen. Die nieuwigheid voor onze gemeente is:
1e) voor iedereen van allergrootst nut, en van groot gemak.
2e) bijna onontbeerlijk in den tegenwoordige tijd voor alle man die verder moet zien dan de gemeentegrenzen om haar bedrijf uit te breiden, of in onderhandeling te komen met nijveraars, handelaars enz.
Daarbij: de spreekdraaddienst door de gemeente aangeleid komt goedkoop, en zal wel zijne onkosten kunnen uitkeeren.
Daarom dus, geachte Heeren, zijn wij vol betrouwen dat wij zoo gauw mogelijk door uwe hulpe zullen geriefd zijn, en bieden Uel. Op voorhand onzen besten dank.
De ondergetekenden:
F. De Winter, Pastoor; W. Gernaeye, winkelier; Jules Van Moortel, koster; Juliette Vanhee, kleermaakster; R. Deschacht, herbergier; R. Decloedt, smid; C. Dehaemers, herbergier; R. Sinnaeve, handelaar in boter, kaas en eieren; L. Vergaerde-Kyndt, kleermaakster; Ed. Pattyn, winkelier; E. Cobbaert, landbouwer; M. Pascal, landbouwer; C. Simpelaere, landbouwer; E. Devadder; de zusters van het klooster; A. Storme, bakker;  Monteyne, bakker.
 
Het resultaat van de actie van pastoor De Winter was tenslotte positief. Maar toen ontstond er nog een ander Telefoonprobleem. Een telefoonabonnement kostte toen 540 Fr. Per jaar voor 1000 gesprekken. Waar moest dit toestel dan geplaatst worden? Een vast gemeentehuis was er niet waar men het toestel zou kunnen zetten, en toen vond men er het volgende op: iedereen kreeg de kans dit toestel in huis te hebben mits die voldoende wilde betalen om het abonnementsgeld te vereffenen. Daarop kwamen twee voorstellen binnen, en dan nog beide van personen die de brief van De Winter niet hadden getekend!
Fietsenmaker Alfons Proot deed een bod van 495 Fr., wat nog 45 Fr. Minder was dan nodig, en met een steeds lege gemeentekas maakte dit bod dus geen kans. Daarop deed burgemeester Louis Cobbaert een bod van 520 Fr., wat ook nog steeds 20 Fr. te weinig was. Maar de aansluiting werd tenslotte toch bij Cobbaert in de Dorpstraat gedaan.      
Vanaf 1925 kon men dus van uit Bekegem ook contact nemen tot ver voorbij de gemeentegrens zonder het dorp te verlaten. En het zou verder toch langzaam positief evolueren: in 1957 waren er al 16 toestellen, in 1961 al 27, en 62 in 1970.
Thans is men al bezig met de openbare telefooncellen te verwijderen, gezien deze nog zeer weinig gebruikt worden. Iedereen beschikt nu over een “mobieltje”. Zelfs telefooncellen worden nu antiek en al geschikt voor opname in Bokrijk.
 Telefoonboek
 
Uit de telefoongids van 1949. Telefoonabonnees te Bekegem ontbreekt nr 2231 36 Zusters van Maria aangenomen Meisjesschool
 
 
 
 
 

 Logo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.