Veldwachter France

ORDEHANDHAVING EN MACHTSMISBRUIK ANNO 1815.

 
ChampetreJean Charles Leonard FRANCE, Bruggeling, zoon van Amand en Marie Van Acker, was begin 19de eeuw “garde-champêtre” te Bekegem. Hij huwde er op 9 mei 1807 met de eveneens uit Brugge afkomstige Rose Cathérine Baliée. France was toen 27 jaar en erg Frans gezind – hoe kan het anders met zo’n naam – en was blijkbaar een klein lichtje in een grote lantaarn. Alleszins had hij merkwaardige opvattingen over ordehandhaving en hij was bovendien corrupt. Eén van z’n laatste exploten te Bekegem – Roksem gebeurde op 4 augustus 1815.
Pieter Verstraete, 36 jaar, landman en te samen met z’n vrouw Isabella Aernout herbergier te Roksem, kwam op vermelde dag naar Bekegemdorp. Het was hoogzomer en het zand van de“Roxemstraete” had z’n keel drooggemaakt. Om 9 uur “voor de noene en gecommen ter herberghe van Jean Van Tyghem, herbergier en huys van commune” had hij aldaar zitten drinken tot omtrent halfeen.
Verstraete zal dan zeker al goed “geladen” geweest zijn! Drie uur en half pinten drinken is niet niks.
“Weggaende op den weg naer huys toe, zijnde omtrent de 12 roeden verre” (ca 46 m) vond PieterVerstraete, zittend voor hun deur, kleermaker Frans De Muynck en z’n echtgenote Sophia Mezeure (of Missuwe).
Misschien hadden Verstraete en De Muynck geen goede relatie met elkaar, ofwel was Verstraeteagressief nadat hij gedronken had, in elk geval hebben zij elkander “veele scheldwoorden eninferieure woorden toegebrach”. Daarop is de garde-champêtre France erbij gekomen en heeft hijVerstraete “gestuykt en geseyt gaet naer huys”. Wanneer Verstraete zei dat hij niet wilde naar huisgaan nam de garde hem “aen zyn herte dat hij gebloet heeft”. Daarop werd Verstraete woest enheeft hij de garde in een doornhaag geduwd, en toen is Jean Van Tyghem, herbergier in Sint- Hubertus, de garde komen helpen. Hij heeft Verstraete “bij het hair genomen en geslegen metden sabel van den garde-champêtre en zelfs moort geroepen”. Tenslotte is het de garde gelukt omPieter Verstraete te binden en hem terug te geleiden naar het “huys van commune”. Maar daar heeft hij Verstraete “op de caemer niet willen laeten, en heeft hem buyten in de busschen gestampt”.
Uiteindelijk is France – die blijkbaar ook een stevige drinker was – met Pieter Verstraete weggegaan “omtrent de 30 roeden” (ca 115 m) en heeft hem daar aan een boom gebonden zeggende “ik en hebbe nogh geen genevre genoeg” en is teruggekeerd naar herberge St.-Hubertus.
Na ongeveer een “alf ure of dry quart” is France teruggekomen, heeft Verstraete losgemaakt van de boom hem zeggende “ik ga met u naer Ghistel”.
Gekomen aan de Roksem-molen waren er opnieuw moeilijkheden. Pieter Verstraete wilde rechtsaf naar Roksem toe, terwijl gardechampêtre France rechtdoor wilde gaan richting Gistel. France heeft daar “defrente sabel slaegen gegeven” waarvan molenaar Bernard Monteyne en Hendrik Van Damme, wonend bij zijn vader te Westkerke, getuige waren.
Daarop heeft de garde aan Verstraete een voorstel gedaan: “wilt u my 10 francs geven ik zal u Ioslaeten en laeten naar huys gaen”. Verstraete antwoorde daarop “ik kan aen mijn geld niet” (natuurlijk niet want hij was gebonden). De garde-champêtre heeft het dan “zelve uyt gehaelt en daer naer geleed ten huyse van Albert Broucke garde-champêtre tot Westkercke”. Deze laatste sprak ten beste voor Pieter Verstraete en zei “Iaet hem aenstonds los of hij zal qualyck worden[1] ”, waarna hij beiden water te drinken heeft gegeven.
Toen is Pieter Verstraete eindelijk vrij gekomen, maar waarschijnlijk toch niet zomaar. Want garde Broucke van Westkerke heeft z’n collega Jean France meegenomen naar herberg De Gaffel in Roksem. Daar heeft hij hem “eten en vijf kannen bier doen geven in presentie van Carolus De Muynck, schaepere van functie, wonende ter stede van Brugge (familie van voornoemde kleermaker Frans De Muynck ?), Frans Van Moortel, timmenman, wonend tot Bekeghem en Amand Claerout met zijne vrouw, werklieden tot Ghistel”.
Dit was het einde van een overtrokken gebeurtenis, maar wellicht ook van France als gardechampêtre van Bekegem. Op 25 augustus werd een proces-verbaal opgesteld over de gebeurtenissen van die bewuste 4de augustus. Getuigen waren er genoeg. Dat France een corrupte veldwachter was is duidelijk. Z’n machtsmisbruik had hem die dag opgebracht: 10 frank, een maaltijd in De Gaffel en 5 kannen bier.
Slechts enkele weken voordien, op 18 juni 1815, had Napoleon de Slag van Waterloo verloren en waren de Fransen hier verdreven. Dat zal misschien mede oorzaak geweest zijn dat Jean France mocht terugkeren naar Brugge. Hij werd te Bekegem – Roksem vervangen door een andere Bruggeling de 25-jarige David Jonckheere die reeds begin september in dienst was.
Jaren later, in 1832, stapt Jean France naar de rechtbank omdat men te Bekegem bij de geboorte van zijn drie dochters deze ingeschreven had onder de familienaam DEfrance. Deze “misslaegen” werden rechtgezet en aangezien de behoeftigheid van France werd de inschrijving van het vonnis “zonder betaling van regten kosteloos verrigt”. Hij had het ver gebracht: van veldwachter tot behoeftige !
Bron:
RABTBO143-3 nr. 560
Dit artikel is verschenen in Gestella 1999.

[1] Qualyck worden: een kwalijkte krijgen, in bezwijming vallen.
Logo

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.