Pastoors in Bekegem

Pastoors in Bekegem

(voor oudste pastoors zie Fragm II pg 18)
 
  • Jacobus (1270), de pastoor van Bekegem, pleit ten gunste van Joannes van Enghien in een geschil met Brugge en het Brugse Vrije (Kroniek van Bekegem, Eernegem Ichtegem en Wijnendaele red Antoon Naert)
  • Jean dit Bachelers (16/10/1283) (blauw 6786)
  • Jacobus (1306) Volgens De Flou is dit de eerst gekende pastoor van Bekegem
  • Jan, in 1332 pastoor te Bekegem.
Een oorkonde van Pitsenburg een commanderij van de Duitse Ridderorde – geeft ons anno 1332 de naam van de pastoors van Westkerke, Eernegem, Leffinge, Gistel, Zevekote en Bekegem.
Op 8 oktober 1332 te Oudenburg, in een akte verleden voor notaris Johannes de Castello, verklaart Jacob, deken van de christenheid Oudenburg, dat broeder Jan, commendator en de broeders van Pitsenburg te Mechelen, niet onderworpen zijn aan de rechtspraak van de bisschop van Doornik. Zij mogen de kapelanie en de bijhorende goederen, die zij te Oudenburg bezitten, laten bedienen door de bedienaar die zij willen. Deze bevestiging geschiedt in het bijzijn van Rogier, abt van de Sint-Pietersabdij van Oudenburg, Willem, prior van dezelfde abdij, evenals de volgende pastoors: Nicolaas, pastoor te Westkerke, Jan, pastoor te Eernegem, Jan, pastoor te Leffinge, Willem, pastoor te Gistel, Gerard, pastoor te Zevekote en Jan, pastoor te Bekegem.
Het geschil dateerde van 1330 en betrof de kapel van het Heilig Kruis te Oudenburg. Deze kapel werd door Gerard van Belle, kastelein van Oudenburg, en zijn vrouw Vergina, gebouwd op hun eigendom. De stichting hiervan werd erkend op 15 maart 1190. In 1219 schonken Gilles Berthout, heer van Oudenburg, en Katharina van Belle, zijn echtgenote, weduwe van Boudewijn van Grammene, kamerheer van Vlaanderen en heer van Oudenburg, deze kapel en zes gemeten land te Oudenburg, met al haar inkomsten aan de Duitse Ridderorde. Gilles Berthout verliet Oudenburg en trad in de Duitse Orde begin 1128. Reeds in maart 1228 noemt Katharina zich reeds “vidua” (weduwe).
Jacob, deken van Oudenburg, beweerde dat de Heilig Kruiskapel van de bisschop van Doornik afhing. Hij had de inkomsten onder sekwester geplaatst en de bedienende priester, Jan Brabander, clericus en provisor van de inkomsten, voor het hof van Doornik gedaagd.
In de akte van 8 oktober 1332 herroept de deken alles wat hij vroeger zou kunnen hebben gedaan in strijd met zijn verklaring.
Andre Symaeys (Ernigahem 1995 pg. 54
Literatuur : De oorkonden van Pitsenburg A. Jamees. – Antwerpen : Provinciebestuur, 1991-1993.
 
  • Wouter Lewins (    -18/07/1400) begrafenis van de pastoor in de kerk. Zijn grafsteen zal door pastoor Gadeyne ontdekt worden.
“Hier leghet Wouter Lewins F Jans, die staerf in tjaer ons Heeren MCCCC up den XVIII sten dagh in Hoymaent. Bid over de ziele”
  • Eloê Andries ( tot 11/6/1467)
11/6/1467: Gaat naar Moere
  • Gadifer Reyne (Ryver) (11/6/1467-    ) Hij wordt benoemd op 11 juni 1467
Bisdom Doornik “registrum collationum….. 1400 sexagesimo mensis septembris XXVI 30/12/1469 op voorstel van de abt v St.Amand in Pevele, verkrijgt  Cornelius Ribode, clericus, de parochiale kerk van Bekeghem, vrij gekomen, door het verzaken vanwege Gadiferus Ryver, die verwisseld voor de custodia in de kerk van St.Joris in Werde (bisdom Luik). (St.Joris-Weert in Limburg ??)

Ribode Cornelius (30/12/1469)

 

Buuck Jacob  + 1536

(zie “Rond de Heerd” 3e jaargang pg 201/202, bijlage 1 en (http://www.dbnl.org/tekst/_ron001186802_01/)
 
 In “Rond de Heerd“ 3e jaargang nr 26 van 13 mei 1868, schreef Guido Gezelle een artikel over Jacob Buuck, pastoor van Bekegem. Alles wat we weten over deze pastoor komt uit dit artikel.
 
zie apart artikel: “Jacob Buuck en Guido Gezelle” onder tekst, pastoors.
 
Roosebeke Joannes: was gehuwd en had 4 kinderen
Desmet  Marcus (28/4/1570 tot)
Marcus De Smet priester uit het bisdom Gent en aangewezen door de abdij van St Amand
28/4/1570 collatio curae de Bekegem per resignationem Joannes Roosbeecke (B3-12v) Driutius)(terechtwijzing)
  • XX
Eerst betaald aan Jan Edelman van thene sijne parochianen vertairt werd op den 22 juni 1610 alsmede kerkmeester coster en trachede met de parochianen van Westkerke en Roxem om tsaemen de pastor te vieren           7-5-0
  • Sylvius Omericus (frater Silvius) carmel conv Brugge, deservitor Westkerke et Roksem en Bekegem, benoemd op 3/12/1611
  • Jadoul Theodore (1614 tot 29/2/1620)
28/3/1620 Theodoor Jadoul vroeger pastoor van Zerkegem en Bekegem, ontslag wegens vertrek uit het bisdom (B12-5r). Was pastoor in de periode van bisschop Triest (9/7/1617-1622)
 
  • Pietermans Godefroot  (29/2/1620- na 2/1/1621)( +v 27/10/1637)
Op 29/11/1618 voerde Antoon Triest een nieuwe decenale indeling in. Bekegem behoorde nu tot de dekenij van Oudenburg met als Deken Jacobus Damhoudere. Bij besluit van 29/02/1620 werden Bekegem en Zerkegem bedient door de pastoor van Slype
 
Afkomstig van Mechelen.
In 1610 (voor 12/6/1615) deservitor in Middelburg.
23/6/1615 deserviture Kaprijke
v 27/8/1615 tot 29/2/1620 pastoor in Slype. Had ruzie met de parochianen in Slype in 1615
29/2/1620 –pastoor van Zerkegem en Bekegem (Acta B12-2v)
Pastoor in Stene zeker in de jaren 1626-1629
17/1/1631 pastoor Mariekerke tot +
Pastoor in Zande vanaf 27/1/1623
Deservitor van Zerkegem (1620-22) en Bekegem
verblijft in Zerkegem ca 1621/ 1622(rekening kerk 1621/22 en oogst 1622) zeker in 15/7/1620
24/7/1621 De dienst wordt enkel om de 14 dagen gedaan. Vraag van de parochianen om meer diensten (Acta B12-72v)
 
  • Pieter van Peene voor 1626
  • Van Gerensdael Jacob (+1/4/1677)
Komt uit Holland (trajectensis Hollandus)
9/12/1617 toegelaten in het seminarie (B11-32v)
Pastoor in Zerkegem (1622 tot begin 1647) en tevens deservitor in Bekegem tot Pasen 1637
18/3/1647 pastoor in Zedelgem
20/10/1649 pastoor Zedelgem en deken in Torhout
17/9/1658 pastoor St Salvator Brugge (looden of ijzeren portie) en deken van Torhout
18/2/1660 pastoor begijnhof Brugge en deken van Torhout
15/9/1663 Boulard Francies, nieuwe deken van Torhout
pastoor in 1627,1628,29,30,32 deservitor in 1636
 
Uit “Rond den heerd 1868 pg 344”
Te Serkeghem staat er te lezen in de oude kerkpapieren aldus: “1632, 24 augusti, overleden van de peste Anthone Decock, dien ik, Jacob Vangeerensdael, Pastor alhier, berecht hebbe en de heilige sacramenten bediend, namentlijk van penitentie, ‘thelig Sacrament des autaars en ‘theilig Oliesel. Ende om dies wille dat ik in een besmet huis berecht hadde, is de Wet van den lande van den Vrijen gekomen, en zij hebben den witten reeuwstok voor mijne deure gezet, stellende, ‘thunne kosten, eenen deservitor in mijne plaatse, terwijl ik drie weken buiten den huize niet en mocht gaan
  • Rivius pastoor van Ettelgem zie B1635j en vorige
  • Van Genachte  Joannes ca 1639 tot 14/1/1647(+)
Is de pastoor van Eernegem dienstdoend pastoor in Bekegem 1639?  zie acta
Pastoor van Bekegem
Deservitor van Ardooie vanaf 8/5/1640, verblijft in Ardooie vanaf aanstelling
Ontvangsten van Bekegem en Ardooie 500 gulden (400 gulden van Ardooie en 100 gulden van de vruchten van Bekegem (B21)
In mei 1640 wordt gezegd dat de kerk nodig moet gerestaureerd worden (B21)
B20 pg 89r   contra Vanden Bussche Michael, pastor van Eernegem19/11/1639
B21 pg 10v  kreeg deservitura van Ardooie 8/5/1640
B21 pg 75r  deservitor Ardooie  A reservatis 24/11/1640
(B24b-68v) pastor Bekegem et deservitor Ardooie is gestorven, deservitor is pater augustijn 14/1/1647
(B24b-70r en B24b-70v) opvolger is Philip Schapelinck 5/2/1647
Pastoor in Ardooie 7/1640 tot 1647
– Brief op 2/6/1635 vanuit Brugge van Lambert van Kestelt aan de abt van St Amands
De tienden van Bekegem (80 pond per jaar) worden geind door de pastoor van Varsenaere die deken is van de christenheid en ook pastoor is in Ardooie (tienden100 pond per jaar) gebruikt voor de restauratie van de kerk
– Pastoor van Bekegem, aangesteld door de abt van St Amands
 

De France  Eustachius  (12/5/1640 tot 5/2/1644)

Clericus van het bisdom Ieper
– 11/7/1632 kapelaan in Beerst, verblijft er niet
– 29/6/1634 studeert aan de universiteit van Douai
– 3/9/1639 kapelaan in Gistel, hij was er kapelaan van het altaar “Maria-Magdalena” ( in ieder geval van 1639 tot begin 1644). Hij werd genegeerd door de andere kapelaans.
– 12/5/1640 Op deze datum aangesteld als deservitor van Bekegem, om te beginnen op  St Jansmisse 1640. Joannes Van Ghenachte bleef evenwel pastoor, maar verbleef in Ardooie (B21). Eustachius de France was terzelfdertijd kapelaan in Gistel en resideerde ook aldaar. Hij ontvangt jaarlijks 24 pond voor het celebreren van de diensten op zondagen en feestdagen ( B21). Op 19/11/1643 werd nogmaals bevestigd dat hij jaarlijks 24 pond ontvangt als deservitor van Bekegem.  (B22-1 en B22-1a)
– 5/2/1644 pastoor in Werken
– 19/11/1647 pastoor in Keiem
– 27/10/1667 kapelaan St Kruis Brugge
 Zie voor meer uitleg, artikel: “De France Eustachius”.
 
  • Jacob Gerensdael 1644, pastoor in Zerkegem, deservitor in Bekegem
8/6/1644)  de deservitude van Bekegem wordt toegekend aan Jacob Van Geerensdael, pastoor van Zerkegem
12/11/1644)  De deservitude van het pastoraat van Bekegem wordt toegediend aan Jacob Vangeerensdael, pastoor in Zerkegem 1v (B23b-1)
Dewindt Zeger ( 23/1/1647 tot 5/2/1647) (° Brugge  +v 1/10/1677)
Fs Egidius en Anna de Spool
19/9/1625 tonsuur
23/1/1647 pastoor van Zerkegem, deservitor in Bekegem
1/6/1647  idem
22/1/1657 pastoor in Zerkegem
22/6/1657 pastoor in Zevekote
Schapelinck Philip  5/2/1647 tot 27/3/1648           ?+1677)
5/2/1647 wegens het overlijden van Joannes Van Genachten, priester van het bisdom Brugge, pastoor van Bekegem, en op presentatie van de abt van Saint-Amand-les-Eaux wordt dit pastoraat toegekend aan Philip Schapelinck, clericus van het Bisdom Brugge  (Acta, B23b-4,4a, 71r-71v) (ook pastoor in Ardooie)
Voorgesteld te St Amand aan abt Nicolas op 20/1/1647, benoemd op 5/2/1647 (vacant met overlijden Van ghenachte, cura collata (benoemd).       
Pastoor in Bekegem en deservitor in Ardooie
Pastoor in Ardooie 1647-1676
28/10/1647  Kapelaan benoemd in Eeklo
28/3/1648   pastoor in Hooglede zeker tot 27/4/1662
 

Aerts Petrus

28/3/1648 tot 7/12/1664 (°Brugge1710? +Brugge 29/4/1683)
2/3/1649 Petrus Aerts kapelaan benoemd in Rumbeke (B24b-148v)
13/3/1650  Vermaning aan het adres van Petrus Aerts, priester, pastoor van Westkerke en deservitor in Bekegem
29/4/1651 toestemming aan Nicolaas Aerts ,pastoor van Westkerke om voor de aanstaenden ougst 1651  het inkomen van de pastorie voor zich te houden omdat hij deservitor is van Bekegem.
10/12/1661  Vergoeding voor Petrus Aerts, pastoor van Westkerke en deservitor in Roksem en Bekegem (55 gulden van Bekegem/ tienden/ prelaat St Amand/ salaris koster)118v-119v (B29-7,7a)
Petrus Aerts was oud leerling en regent der Bogaerdeschool.
2/3/1649 pbr Brugge-STL-commissie vicepastoris (provisionaliter) BM et SS Apostol. Petri et Pauli in kerk te Rumbeke (B24bis- pg 148v)
4/6/1649  Pastoor in Westkerke en deserviture van Roksem
7/9/1669 pastoor St Walburga, maakt al heel lang moeilijkheden (B33 pg 25v)
17/10/1679 pastoor St Walburga- rector Bogaerdeschool – collatio canonicatus cathedralis (post resignationem L Collart (B37-142v)
18/1/1680 kanunnik St Donaas
4/2/1680 kanunnik St Donaas , aangesteld als deken van Gistel
Werd begraven in de Walburga kerk in de kapel van St Rochus. Hij schreef een testament op 24/4/1683
Zie ook artikel bij andere / pastoors: “Petrus Aerts”
 
  • Louis Bertha  12/4/1649 tot
pater dominikaan, oefend de pastorele functies uit in Westkerke en Bekegem durende de ziekte van de pastoor van Westkerke
Marinet  Joannes 17/9/1650 tot 11/11/1650
Studeerde aan de universiteit van Leuven
30/5/1650)  aanbevelingsbrief naar de abt van Sint Amandus abdij in Kortrijk ten gunste van Joannes Marinet, clericus van het bisdom Brugge, theologiestudent aan de universiteit van Leuven om de presentatie te bekomen voor het pastoraat van Bekegem
17/9/1650  wegens het overlijden van Joannes van Genachte en op presentatie van de abt van St Amand-Les-Eaux wordt het pastoraat van Bekegem toegekend aan Joannes Marinet 85v (B25-3)
22/9/1650  Testimoniales voor Joannes Marinet om door om het even welke bisschop alle wijdingen te mogen ontvangen 86r (B25-4)
11/11/1650  wegens de afwezigheid van Francies Boecxsoen, pastoor van Houtave wordt Joannes Marinet, clericus van het bisdom Brugge, tot deservitor benoemd in Houtave 94v (B25-5)
  • Luycx Arnoldus  1661  (+ Zerkegem 15/12/1676)
Kapelaan in de Wijngaard (St Catherine Brugge)
1658-1676 pastoor in Zerkegem
7/5/1661 pastoor van Zerkegem en deservitor in Ettelgem
Tot 29/7/1666 deservitor Ettelgem (daarna Benedictus van Breuseghem)
18/11/1673 pastoor van Zerkegem en capelaan in Ettelgem
 
Desmaret  Petrus 15/2/1653 tot 24/9/1665  (clericus Brugge)
31/12/1661 tot 24/9/1665
Zie brief B1661ab
15/2/1653  Op presentatie van de abt van St Amands en wegens de vacatuur van het pastoraat van Bekegem toegekend aan Petrus Desmarets, clericus van het bisdom Brugge, dit pastoraat wordt samen met dimissoriales toegekend als wijdingstitel.
6/12/1661)  Op vertoon van een benoemingsbewijs door Carolus Vandenbosche voorheen bisschop van Brugge, nu bisschop van Gent, van Petrus Demaré tot pastoor van Bekegem, staan de vicarissen toe dat op aanvraag van de parochianen die een pastorie ter beschikking hebben gesteld, de pastoor daar resideert 118r (B29-1)
31/12/1661)  Aan Petrus Demaré wordt een uittreksel gegeven van zijn benoeming door Carolus Vanden Bosch (15/3/1653) tot pastoor van Bekegem. Aan de deken van Oudenburg wordt opdracht gegeven hem in die functie te installeren 123r-123v (B29-2,2a)
24/9/1665 kapelaan in het Begijnhof, verwisselt met Francies van Buren
24/9/1665  pastoor in Koolkerke: Wegens permutatie en door het ontslag van Guill Storm, wordt het pastoraat van Koolkerke toegekend aan Petrus Desmaretz, priester, tot nog toe pastoor van Bekegem
 
  • N Coodts  23/8/1661 tot
23/8/1661)  wegens de ziekte van de pastoor van Westkerke die ook deservitor is in Bekegem, krijgt N Coodts, dominicaan, de toelating om te bineren in beide parochies
  • Van Buren Francis   9/10/1665 tot 8/6/1668
– voorheen kapelaan in het begijnhof:  rector van de eeuwigdurende gefundeerde kapelanie aan het altaar van de heilige Catharina in de kerk van het begijnhof ”De Wijngaerd” in Brugge, gefundeert door Joannes De Mey, verwisselt met Petrus Desmaret,  met medeweten van de abt van St Amand.
– pastoor van Bekegem, bediende ook Westkerke en Roxem tot 3/3/1673.
– 13/8/1666  Toelating voor Francies van Buren en Arnold Lux pastoor van Zerkegem, om over geheel het bisdom Brugge te absolveren van voorbehouden zonden.
– 12/8/1667  Overeenkomst met betrekking tot financiele vergoeding voor bewezen diensten tussen Francies Van Buren, pastoor van Bekegem en Benedikt Van Breuseghem, deservitor van Ettelgem
29/10/1667  Toelating om te bineren in Bekegem en Ettelgem op het feest van de H Hubertus voor Benedictus Van Breuseghem, deservitor van het pastoraat van Bekegem en Ettelgem    63r (B32-2)
– verwisselt met Joannes Stappers en wordt weer kapelaan in het begijnhof, Petrus Prange pastoor in Westkerke
– 16/11/1674 pastoor van Westkerke
– 7/1/1681 is reeds gestorven
 
  • Stappens Joannes Valvandus vanaf 8/6/1668 tot 26/1/1669
Afkomstig van Oudenaarde
1666 was het jaar van de pest vanaf dat jaar verschijnen de pestmissen is dat juist?
– Was voorheen kapelaan in het begijnhof Brugge
– 26/1/1669 benoeming van Joannes Stappers, pastoor inde kerk van arme mensen in Bekegem tot pastoor in Vlissegem
9/8/1683 pastoor in Staden zeker tot 3/1/1686 (woont dan in Brugge en wil naar een ander bisdom)
 
  • Hoorens Nicolaas vanaf 26/1/1669 tot +23/10/1679
23/12/1664 capelaan St Anna Brugge
25/7/1665 onderpastoor Oostkamp, zijn studies theologie in Leuven zijn voorbij (met beurs)
17/4/1666 pastoor in Stene, permutatie met Francies Houfnaghel die pastoor werd in Schore (B31-130v)
2/10/1666 moet ook Snaaskerke bedienen na de dood van Jacob Verhaeghe
26/1/1669 deservitude Bekegem, wordt in Stene vervangen door Henri Rielant, kapelaan in Oostkerke
25/10/1670 Toelating aan Nicolaas Hoorens, pastoor van Bekegem, om de diensten van Allerzielen op de zondag te vieren omdat s’anderendaags het feest plaats heeft van St Hubertus waarop niemand in de goddelijke dienst kan aanwezig zijn
1/8/1671  Toelating aan Nicolaas Hoorens om over heel het bisdom te absolveren van voorbehouden zonden
11/4/1674 doet mee aan concursus Torhout
30/4/1674 zou willen pastoor worden van Stalhille, concursus 8/8/1674
22/11/1674 concursus Oostkamp
11/12/1676  Wegens het overlijden van N Luyck, pastoor in Zerkegem, wordt Nicolaas Horens, pastoor in Bekegem, benoemd tot deservitor van het pastoraat van Zerkegem (1676-77)
6/8/1678  de deserviture van Ettelgem wordt hem toegekend na het overlijden van Benedict Van Breusegem, monnik van Oudenburg en deservitor in Ettelgem; Hij krijgt de toelating om te bineren.
24/10/1679 Melding van het overlijden van Nicolaus Hoorens, pastoor in Bekegem en deservitor van Ettelgem. De deserviture van Bekegem en Ettelgem toegekend aan Henricus Snellaert, pastoor in Zerkegem (31/7/1677 – 24/5/1709+)
 
  • Snellaert Henri  (24/10/1679- 23/1/1680)
Pastoor in Zerkegem, na de dood van Nicolaus Hoorens wordt het pastoraat van Bekegem en de deservitede van Ettelgem aan hem toegekend.
 
  • Hanssens Petrus 23/1/1680 – 24/8/1691 (°Oudenburg + ca 18/5/1728)
Studeerde theologie in Leuven
9/3/1679 tonsuur
23/9/1679 priesterwijding
23/1/1680  aangesteld door abt Petrus in Bekegem(19/1/1680), ook deservitor in Ettelgem
31/7/1686-1687 doet mee aan verschillende concursus Westcappelle, Oedelem, Zuienkerke, Moerkerke, Wingene
15/6/1691 wil pastoor worden in Jabbeke, na de dood van Louis Tilly (aanvraag aan de koning)
25/8/1691 pastoor in Jabbeke (op 2/6/1714 nog pastoor in Jabbeke en vervangt in Bekegem de deken van de christenheid van Oudenburg (Petrus Willemarcq)
18/5/1728 reeds gestorven als pastoor van Jabbeke
 
  • Feyt Jacob 25/8/1691 – 19/5/1704 (
18/9/1683 subdiaken
23/9/1684 priesterwijding
30/9/1684 kapelaan Walburga Brugge
25/4/1688 kapelaan in Lissewege
25/8/1691 deserviture van Bekegem en Ettelgem
19/5/1704 pastoor in Stuivekenskerke, aangesteld met concours. Voor 9/5/1721 weg uit Stuyvekenskerke.
1691 Jacob Feyt, deservitor in Bekegem en Ettelgem mag een priester subdelegeren om op zon en feestdagen de mis te doen in één van beide parochies           460
(ook pastoor in Zerkegem?)
 
  • Stove Prosper  19/6/1704 – 14/4/1711(eind mei 1712) (+Rumbeke ca10/11/1714)
Fs Michael en Barbara Stalpaert
9/3/1691 tonsuur
23/3/1697 subdiaken St Kruis Brugge
1/6/1697 priesterwijding en
Voor 17/12/1697 onderpastoor St Anna Brugge
Voor 7/6/1700 onderpastoor Zuienkerke
11/8/1700 onderpastoor St Anna Brugge
19/6/1704 deservitor van Ettelgem en Bekegem
25/6/1707 pastoor Ettelgem
24/3/1711 pastoor in Bekegem en deservitor in Ettelgem
14/4/1711  Pastoor Stove tot pastoor benoemd in Rumbeke, zeker tot 10/11/1714
2/1711  (B1711c)
De notabelen vragen aan het Eerweerdigen Heer
Aangezien de heer Stove pastoor van deze prochie voorzien is van de pastorie van Rumbeke en de pastorie van Bekegem gebonden wordt aan deze van Ettelgem met dezelfde pastoor als deze van Bekegem. Door de verre afstand tussen beide parochies is het niet gemakkelijk om beide parochies te bedienen. Daarom vragen de notabelen van Bekegem dat de pastoor van Zerkegem ook Bekegem zou bedienen gezien beide parochies naast elkaar gelegen zijn
– resideert hier niet, woont in Rumbeke
 25/4/1711 De pastoors van Westkerke en Zerkegem krijgen de toelating om te bineren in Bekegem en Ettelgem
 
Antonissen Joannes 13/5/1711 tot  (dioec Antverp)
23/8/1698 pastoor van Poeke
13/5/1711  pastoor van Poeke, wordt deservitor in Bekegem en Ettelgem
21/5/1718 pastoor van Poeke
 
Obert Carolus, ( + na 10/11/1714)
Hij kreeg vanaf 1709 ook Bekegem en Zerkegem te bedienen
21/12/1697 priesterwijding
10/1/1699 onderpastoor in Gistel
21/5/1699 pastoor in Zedelgem
12/6/1709 deservitor in Zerkegem
14/9/1709 pastoor in Zedelgem,daarna Roosebeke, Oekene, Rumbeke
6/3/1730 nam reeds ontslag als pastoor van Rumbeke- collatio DHoosche Laurent dioec Gent B52 pg 104v)
 
  • Van Maele Zeger   6/6/1711 – 4/5/1713 (°1690 + St Salv Br kort voor 12/8/1760)
Fs Zeger en Agnes D’Herbe
14/2/1706 priesterwijding
6/6/1711 deservitor Bekegem en Ettelgem
4/5/1713 pastoor St Salvator Brugge
22/2/1718 Kannunik St Salvator Brugge
22/12/1728 pastoor St Salvator Brugge
15/9/1735 Deken van Oudenburg
1/3/1742 vicaris generalis na de dood van bisschop Van Susteren.
 

Heldewijs Franciscus

25/5/1713 tot 25/3/1715 (°St Pieters Brugge 13/3/1685 +Lapscheure 12/10/1755
fs Jacob en Cornelie Herleupein
1/10/1701 – 1708 studeert filosofie en theologie in Leuven met studiebeurs (ook op 19/10/1702)
1/1/1704 tonsura
23/11/1709 onderpastoor in Lissewege (tot 1713)
25/10/1713 deservitor van Ettelgem
12/1/1715  deservitor Bekegem en Ettelgem
Was zeker in 1713/1714 pastoor in Bekegem
25/3/1715 op aanbieding van pater Lucas de Vriese, abt van Dunen bekwam hij op 9/3/1715 de pastorie van Lapscheure. Hij was alom gekend als “de paster van Lapscheure” omwille van zijn Uilenspiegelstreken. Blijft daar pastoor tot overlijden.
 

 

 
  • Cutsaert Jacob  27/6/1715 – 23/6/1718 (+ ca 6/6/1746)
27/10/1713 onderpastoor in Moerkerke, zeker tot 26/4/1714
11/6/1721 pastoor in Moere
29/11/1734 pastoor in Snaaskerke
6/6/1746 is overleden als pastoor van Snaaskerke
(Cudjaert 1720) Seffens na Heldewijs tot Pluymioen
op 11/11/1718 is er een proces door Niclaeys van Lerberghe, ontvanger provinciale rechten en stokhouder van Gistel-Ambacht
Tegen
Jan Govaere, herbergier in de Watervalle ivm de tienden
Verweerder moet onder eed verklaren hoeveel hij schuldig is aan pastor Cutsaert van tiendepacht. Hij moet zijn debet namptieren (eiser voorlopig voldoen)
RAB procesbundels Br Vr ….24 nr 1299)
 
Lansweert Petrus Francies  15/6/1720 – 11/6/1721  (° 1694 +Vladslo 28/2/1728)
23/12/1719 priesterwijding
Deservitor St Pieterscapelle, onderpastoor in Lichtervelde
15/6/1720 deservitor Ettelgem en Bekegem (B49-121r)
11/6/1721 pastoor in Vladslo tot zijn overlijden. Hij werd 34 jaar en werd in de kerk begraven.
 
Demey Guilielmus  tot 15/11/1721  (+ Vlissegem v 29/5/1736)
 Aan Mr Demey tsyner tijd ook deservitoe 1 pond over een half jaar gelijke levering en diensten(1718/20)
Deservitor in Wenduine, zeker tot 20/12/1717
16/1/1722 pastoor in Vlissegem
 
Plumyoen Joannes Guill  15/11/1721 tot 17/5/1736  (+Vladslo 22/9/1752)
Priester van het bisdom Ieper
9/8/1715 onderpastoor Beveren
28/1/1718 onderpastoor Gits
Onderpastoor in Gistel (zeker op 7/7/1719 tot zeker 4/3/1720)
13/6/1721 Kapelaan in Roosebeke
19/11/1721   Guill Plumyoen benoemd tot pastoor door presentatie                   (B49-232v)
15/11/1721 aangesteld door Henri Joseph Vansusteren, bisschop van Brugge, als pastoor van Bekegem en Ettelgem
11/3/1723 pastoor Ettelgem exorcisatio (B50-86v)
PR 1732
1727/29  (kerk)  Aan Guill Pluymioen zoals vorige van 1727 tot 1731      2-6-0
8/5/1731 pastoor van Bekegem-1e in concursus voor Varsenare (B52-344v)
17/5/1736 aangesteld als pastoor in Vladslo tot zijn dood
Pumyoen  1733 (archief bisdom)
Op 23/7/1732 begint Joannes Plumyoen een proces, voor de raad van Vlaanderen, tegen de hoofman en pointers van Bekegem. Hij was helemaal niet tevreden met zijn inkomsten. Hij beweert van zijn persoonlijk vermogen te moeten verteren om te kunnen leven. De tienden die door de abdij van St Amand aan zijn voorzaten werden geschonken renderen niet meer. In 1732 inde hij maar 10 à 12 pond. Daarenboven moest hij grote belastingen betalen. Guill Plumyoen eist 400 gulden per jaar voor zijn pastoreele competentie. In ruil daarvoor is hij bereid de tienden aan de prochie te laten
Vroeger kon hij de tienden verpachten voor 60 pond, waarop de hoofman en pointers reageren dat hij toen veel meer ontvangde dan hij presteerde. In die goede tijden moest hij wat gespaard hebben voor de jaren dat de tienden wat minder opbrachten
Van de tiendeheffers van Ettelgem ontvangt hij die jaarlijks 30 pond. Tijdens het proces geeft de pastoor toe dat de tienden van Ettelgem  “zeer considerabel zijn”.
De inwoners van Bekegem zijn er helemaal niet mee tevreden dat de pastoor in Ettelgem woont. Hij is in Bekegem bijna nooit te zien. Zij stuurden erop aan dat de deservitude hem zou afgenomen worden of dat hij deze vrijwillig zou verlaten. Daarenboven beweren de hoofman en pointers van Bekegem dat zijn inkomsten, deze van Bekegem en Ettelgem samen, wel voldoende zijn. Door “de drouve conjecture des tijdts” en door “henlieden grooten arbeid” zijn zij amper in staat voor zichzelf te zorgen.
 
Op 7/4/1733 schrijft Dominicus Verhulst, ontvanger van de prochie, een brief naar de proost van de proostdij van St Amand. Hij schrijft dat de prochie akkoord gaat dat er voldoende opbrengsten moeten zijn van de pastorie van Bekegem en van de servitude van Ettelgem, om een behoorlijk inkomen te verschaffen aan de pastoor. Zij vragen een copie van de acte van afstand van de tienden aan de voorzaten van de huidige pastoor.
 
In hun voorlopige conclusies beweert het hof het volgende: “Het betreft 2 kleine gemeenten met weinig parochianen. Het is normaal als 2 parochies worden verenigd, de armste parochie alleen onderworpen wordt aan het onderhoud van de pastoor is soms niet mogelijk.
Het is normaal dat de pastoor daar wordt gedomicilieerd waar het geld voor zijn onderhoud kan verhaald worden op de tiendeheffers
De bisschop oordeelde dat één pastoor voldoende is  voor het doen van de goddelijke diensten.
Men zal de bisschop van Brugge om advies vragen (op 8/6/1733).
 
Advies van de bisschop
De bisschop zegt geen partij te kunnen kiezen. Hij kan alleen uitvoeren wat het concilie van Trente zegt ingeval die van Bekegem hem willen aanzoeken om de pastorie van Bekegem met de gecedeerde tiende en toeleg ten processe gedaan canonicquelijck te verenigen met de pastorie van Ettelgem
Hij verhoopt dat de heeren van het Vrije die prochie van Bekegem (indien sy in so slechte ghestaethede is als men voorhoudt) ook zullen succereren en also die tiende ontlasten van die zware impositie ten processe vermelt en dat zijne majesteit sal gedient wesen voor geheel Vlaanderen te regelen dat men over de nieuwe geplante bossen op de zaailanden aan de pastoors en andere tiendeheffers in de toekomst zal betalen (novale tienden).
Nu wat aangaat het tiende van Ettelgem: dezelve is van kleine consideratie en voor haar twee delen is zij belast door pauselijke en koninglijke authoriteit met de pastoreele competentie van de bisschop bij tijde wesende en het derde deel van die tiende, het welck eertijds was de portie van de pastoor van Ettelgem is bij decreet van de bisschop de Baillencourt op 23 januari 1674 geanieert en geincorporeert in de kerk van Ettelgem met de last van daar uit te geven aan de deservitor een jaarlijks pensioen van 30 pond boven zijn curehuis en de landen van de pastorie.
Hiermede meent de bisschop geantwoordt te hebben op de vraag van het hof.
 
De prochie Bekegem werd veroordeelt de pastoor onderhouden en een contributie van 50 gulden per jaar betalen  en de proceskosten (bij sententie van 4/2/1733 en requeste van 23/7/1733.)
Bij sententie van 19/2/1735 werd de vertoonders bevolen de unie der 2 pastorien van Bekegem en Ettelgem te realiseren. Op 16/3/1735 vraagt de hooftman aan de bisschop beide parochies te verenigen om aan het gevraagde te voldoen..
De vraag word voorgelegd aan de proost van de abdij van St Amand te Kortrijk en aan aartsdiaken en deken van Oudenburg Joannes Verslype (18/7/1735)
 
In 1776 wilde men deze regeling veranderen. Na de liquidatie van de rekening, overhandigde de ontvanger deze vraag aan het college van burgemeester en schepenen van Het Vrije (10/11/1780). Op 23/3/1781 antwoorden dezen niets te zullen veranderen aan de regeling: “ in faveure van de heer pastoor”, ondertekend Sola, ontvanger van het Vrije.
 
Debusschere Ambrosius  vanaf 17/5/1736 tot 23/6/1739 (°Ardooie +Torhout 10/12/1778)
 
22/9/1724 tonsuur
26/10/1727 seminarist
18/9/1728 priesterwijding
23/11/1729 vice pastoor te Koekelare
15/5/1736  Ambrosius DeBusschere als eerst geëindigd in de concursus (B54-36v)
17/5/1736 tot 23/6/1739 pastoor in Bekegem en deservitor in Ettelgem
23/5/1736  Abrosius DeBusschere benoemd door presentatie van de proost afhankelijk van de St Amandsabdij in Kortrijk            (B52-39v
2/6/1736   Ambrosius De Busschere krijgt toelating om te bineren in Ettelgem op zon en Feestdagen (B54-42r)
Wordt capelaan in Begijnhof Brugge in plaats van  Vincentius vanden Bogaerde
23/5/1739 zeker tot 8/4/1766 pastoor in Torhout
16/4/1778 tevens directeur monalium Torhout
 
  • Vanden Bogaerde Vincentius 23/6/1739 tot +6/1755  (°Brugge 1700 +Bekegem 27/11/1752)
– zoon van Vincent en Maria Gelins
– pastoor Bekegem en Ettelgem
17/9/1723  tonsura +4 minores Van Susteren (B50-pg 66r+v)
26/9/1725 semenarist Brugge – beurs (B50-pg 265v)
22/12/1725 subdiaken (B50 pg 284r)
20/4/1726  diaken (B51-pg 25r)
6/10/1726 priesterwijding (B51 pg 64v)
16/12/1726 aanstelling onderpastoor in St Jan in Eremo (B51 pg 80r)
1/6/1729 onderpastoor in in Maldegem, continuatio (B52-pg 42v)
25/7/1730 onderpastoor in Watervliet – facultates in Den Oudeman en St Jan in Eremo Van Susteren (B52 pg 138r)
9/5/1731 onderpastoor in Watervliet continuatio (B52-pg 345r)
20/5/1733  idem (B53 pg 127v)
Onderpastoor 3e portie BM Brugge B53-pg 315v
18/3/1735 tot 23/6/1739  onderpastoor in BMarie Brugge
30/5/1739  Vincent Vande Bogaerde benoemd door presentatie van de proost van St Amands in Kortrijk (B55-35r)
23/6/1739 pastoor in Bekegem en deserviture van Ettelgem
 
– capelaan in Begijnhof in Brugge (verwisseling met Debusschere) met akkoord van de bisschop (23/5/1739), doorgestuurd om toelating te krijgen van St Amand
 
In prochierekening 1748/49/50-51: “sr Anthone de Vinck bij procuratie over Vincent VandenBogaerde”
In rekening 1753-1754 /55: “sr De Vinck over het sterfhuis van Vincent Vanden Bogaerde pastoor van Bekegem en Ettelgem” die het geld ontvangt
 
  • Magermans JBte  1755 (°1728 +St Michiels 5/11/1788)
1/10/1747 seminarist in Leuven en/of Douai met beurs vermoedelijk tot juni 1755
27/6/1755 deserviture Bekegem en Ettelgem
12/9/1755 onderpastoor in Handzame
30/5/1761 pastoor in St Michiels Brugge, tot overlijden
??A Van P °Torhout 8/4/1709??
 
  • Madère Joannes Francies, 24/10/1755 tot 1767(overlijden) (° Brugge St Salvador 25/11/1691 +Westkerke 20/5/1767) fs Joannes en Anna Maria Maertens Er waren nog minstens negen broers of zussen.
19/12/1704 tonsuur
19/11/1712 studeert theologie in Leuven met studiebeurs (12/5/1714 idem)
11/1/1716 kapelaan in Watervliet
26/6/1717 – St Jansmisse 1721 Onderpastoor in Wingene
1720-21  negen maand hulppriester van de pastoor in Vladslo
13/6/1721 onderpastoor in Gits
1721-31/12/1723 pastoor in Poeke
31/12/1723- 14/4/1727 pastoor in Zande
5/7/1727  pastoor in Westkerke tot 20/5/1767
24/10/1755  J Madere, pastoor van Westkerke, aangesteld als deservitor in Bekegem (ipv pastoor van Ettelgem, zal daarvoor 12 pond ontvangen
Vermelding in rekening 1767 “ Aan Joannes Madere executeur ten sterfhuize van  Joannes Fr Madeire overleden pastoor 8-6-8”
Hij stierf na een eeuwigdurend jaargetijde ten laste van de disch.
 
 
Vanderhelst Reiner  20/9/1755 – 4/10/1757  (°Roeselare 1724 + Zwevezeele 21/9/1802)
Fs Nicolaas en Anna Margareta de la Haye
20/9/1755 aangesteld als coadjutor van de pastoor van Westkerke en deservitor in Bekegem
4/10/1757 deservitor in Knokke
Later onderpastoor in Oostkerke, Gits,
pastoor in Zwevezeele
 
De Jonghe Jacob  27/10/1757 – 15/6/1767        (°Moorslede
fs Joachim en Petronelle Calmein
 niet vermeld in parochierekening 1767 of erna
 
1/10/1750 seminarist Leuven en/of Douai
2/4/1757 priesterwijding
13/9/1757 deserviture in Nieuwkerke
27/10/1757 coadjutor in Westkerke en deservitor in Bekegem (B64-79v )
3/3/1758  coadjutor in Westkerke zeker tot1/10/1765
25/7/1761  Toelating aan coadjutor Jacob de Jonghe om algemene absolutie te verlenen in Bekegem (B65-157v)
21/5/1767  Jacob Dejonghe aangesteld als deservitor na het overlijden van deservitor Madere   B67-84r
6/8/1776 onderpastoor in Kachtem
12/1/1790 pastoor van Rumbeke
3/8/1790 onderpastoor in Kachtem
27/7/1791 kapelaan St Walburga Brugge zeker tot 19/4/1793
 
  • VanVossem Petrus 15/6/1767-1773 (°Staden in 1732 + Staden 1816)
1/10/1751 seminarist Leuven of Douai tot maart1757
2/4/1757 priesterwijding
25/11/1757 pastoor in Zande
23/12/1757 coadjutor pastoor in Klemskerke, daarna deserviture Klemskerke
13/7/1758 onderpastoor St Anna Brugge
7/10/1760 onderpastoor in Koekelare
15/6/1767  Petrus VanVossem aangesteld als deservitor met de verplichting een coadjutor in dienst te nemen en te betalen (B67-87r en B67-87v)
15/6/1767 deserviture Bekegem
11/1/1772 pastoor in Westkerke
25/7/1786 ontslag pastoor
20/5/1790 neemt biecht af in Gits
Legde niet de eed af
Pastoor van Westkerke en Ettelgem, deservitor van Bekegem  (zeker op 27/4/1768)
 
Pauwels Philip   (°ca 1730 + na 1794)
Pastoor van Ettelgem, wordt verschillende keer deservitor van Bekegem genoemd (28/4/1774, 4/7/1778, 4/3/1784)
 
Van Couter Michael 16/11/1774 – 1/6/1780  (°Zwevezele 28/1/1736 fs Pr + 9/5/1808)
1/6/1758 seminarist in Leuven of Douai
16/3/1760 Theoloog in seminarie van Douai, zeker tot 9/3/1763
13/1/1764 seminarist in Brugge
7/11/1764 coadjutor in Egem
2/8/1768 onderpastoor in Egem
16/11/1774 deservitor in Bekegem
1/6/1780 pastoor in Koekelare
 
Aernoudts JBte 3/6/1780 – 8/6/1781 (°Brugge OLV 2eportie 30/3/1733+ St Pieterscapelle 18/9/1782)
Fs Martin en Barbara Brulée
1/10/1777 Pastoor van Zerkegem 1775-1780
3/6/1780 deservitor  in Bekegem
8/6/1781 pastoor in St Pieterskapelle
 
Van Coillie J Bte  8/6/1781 – 9/3/1783 (+)
1/6/1758           seminarist in Leuven of Douai, later in Brugge
8/6/1764           coadjutor in Kachtem
23/6/1767         onderpastoor in Maldegem
4/7/1778           onderpastoor in Eeklo
3/6/1780           deservitor in Zerkegem
8/6/1781           deservitor Bekegem, krijgt toelating om de pastoor van Zerkegem en Westkerke bij te staan
4/11/1781         deservitor Van Couillie  en Oudoore, de pastoor van Zerkegem ontboden op het bisschoppelijk paleis om zich te verzoenen
12/11/1781        Probleem opgelost: Van Couillie moet 60 florijnen betalen aan pastoor Oudoore 
24/4/1782         Deservitor Van Couillie moet een staat opmaken van de inkomsten van het benefice opdat de bisschop zou kunnen beslissen of er een pastoor of een deservitor aangesteld word
9/3/1783           Vandaag om 8u ‘smorgens is deservitor JBte Vancouillie overleden in het St Janshospitaal
           
  • Debacker Petrus  27/2/1783 (° Staden 1742, +Middelburg 16/8/1820)
28/5/1779 tonsuur
21/12/1782 priesterwijding
27/2/1783  Priester Debacker van Maldegem aangesteld als coadjutor van Bekegem tijdens de ziekte van de deservitor, ook in Waescapelle
24/3/1783 coadjutor in Handzame
Later onderpastoor in Lapscheure, Moerkerke, Middelburg, Oekene, Hooglede, Middelburg
  • Bouckaert Cypriaan Antoine 24/3/1783-1803 (°Rumbeke 5/5/1739 + Zerkegem 30/11/1813)
Vanaf 10/4/1783  Cypriaan Bouckaert als deservitor in Bekegem ook in Westkerke en Zerkegem (B74-195v)
deservitor van Bekegem, Westkerke, Zedelgem
Volgens de officiële lijst weigert Cypriaen Bouckaert de eed van getrouwheid (7/12/1797).
Op 30 november 1813 wordt Pastoor Bouckaert in de pastorie van Zerkegem vermoord.
Cypriaan bouckaert van Bekegem, Ettelgem en Leke waren reeds verdwenen ten tijde van de opstandige beweging in Torhout. Cypriaan Bouckaert(58j) geen eed afgelegd
1/6/1758 –semenarist Douai- beurs (B64 pg 133v (onzeker of dit dezelfde is)
25/7/1762 logicus Douai  (B65 pg 216r)
26/4/1763 – Physicus Douai – beurs- B66 pg 47r
19/9/1763 Douai absolvit cursum philosopicum- licentia induendi vestes clericales (B66-76v)
1/10/1763- licentia hebitandi in semenarie episc (B66 pg 76r)
13/1/1764 seminarist Brugge – beurs (B66 pg 86v)
11/2/1765 idem B66 pg 142r)
22/2/1766 – subdiaken- (B67-10r)
1/3/1766  subdiaken in seminari – beurs- B67 pg 13r
1/1/1767 idem B67 pg 64v
14/3/1767 diaken (B67 pg 75v)
25/4/1768 seminarist- beurs- B67 pg 130r
14/6/1769 onderpastoor in Oekene zeker tot 7/8/1770
22/11/1771 onderpastoor in Oekene- mag een pruik dragen B68-pg 57v)
6/8/1776 Onderpastoor in Staden (reeds vroeger in Staden (tot 24/3/1783)
24/3/1783 aangesteld als deservitor in Bekegem (B74-190r), mag vanaf 7/8/1786 de titel van pastoor dragen (B76-134r)
10/4/1783 facultates externae Westkerke en Zerkegem
26/2/1785 campanae benedictio B75 pg 208r (Brenart)
30/3/1792 pastoor van Bekegem-a reservatis-B79-pg 167v- Brenart
 
Hij liet een vergulde monstrans maken met op de voet afbeeldingen van St Amandus en St laurentius. Hij nam deze monstrans mee naar Zerkegem waar ze nog steeds berust.
 
 
 
 
De hele dag was het vriesweer. Sedert enkele dagen doorkruisten landlopers het dorp. Op de avond van 30 november 1813 trokken zij door de boomgaard naar de omwalde pastorie. Ze probeerden over de bevroren wal te gaan maar het ijs droeg niet? Dan bellen aan de deur? De oude meid, Marianne Brulois kwam met een lamp naar de voordeur. Ze deed de deur open en kreeg een geweldige slag met een stok op haar hoofd. Ze viel op de grond en stikte in haar bloed. Cypriaan Bouckaert 82j zat in de keuken bij zijn uitgebrand haardvuur. Smorgens vond men zijn lijk op de grond in een plas bloed. Hij had 2 dodelijke wonden aan zijn hoofd en vier vingers van de ene hand waren verbrijzeld. Een jonge juffer (Annetje Cardon ) die in de buurt woonde vond hen smorgens. Van de daders is nooit iets bekend geworden.
Geruchten doen de ronde dat hij werd vermoord door rondtrekkende franse soldaten.
 
  • 1814 Jacobus Billet 1803-1816 (°Eeklo 1739- +18/9/1816)
Legde geen eed af
6/8/1774 -3-6/1780 onderpastoor Gits
3/6/1780 onderpastoor in Lichtervelde
14/6/1789 onderpastoor in Egem
17/6/1790 onderpastoor in Gistel
22/6/1791 onderpastoor in Vladslo zeker tot 3/9/1793
13/6/1795 onderpastoor in Kaprijke zeker tot 29/7/1797 (geen eed afgelegd)
 (B1815 en a en b)
1791  onderpastoor in Gistel
Gadresseert aan De Surre vicaire general de Mgr de Broghe , bisschop van Gent
Zerkegem 13/10/1815
Monseigneur
Mr le curé de Gistel prié par Mr Mazier, tres digne doyen de notre district demande des informations au sujet de Bekegem des questions suivantes
1 consent il pour le bien spirituel de Bekegem d’interdire toute fonction pastorale à Mr Billet son curé
2 en cas comment pouvoir à sa subsistance (levensonderhoud)
3 et ensuite comment le remplacer ? Je desservint de Zerkegem prend la liberté, interessé dans cette affaire d’exposer à son altesse pour sentiment particulier qui savira au moins d’éclaircessement au rapport que doit faire à ce sujet Mr le doyen De Mazier
1 Covint il d’interdire au curé de Bekegem toute fonction pastorel?  Mr le doyen dans ses visites decanale et tous les curés circonvoisins de Bekegem s’accordent sur ce point.
2 comment pouvoir à sa subcistance.  Il n’a de lui-même aucun moyen si donc le gouvernement n’y entrevint, il convindroit ou que les curés du district souscrivent volontairement de donner annuellement à la distribution du SS huiles un don gratuit chacun selon ses facultés et que l’eveque supplin un defuit ou plûtôt lui interdisant toute fonction pastorelle, lui permettre d’habiter sa maison de célébrer le St Sacrifice de la messe. Surtout les fêtes et dimanches aussi longtemps qu’il le pourru cononique             et laisser jouir aussi ce bon viellard de la pension de 750 francs que le gouvernement continuait de payer et charger un curé voisin de la deservilance en qualité de conjutuur. Ce moyen ni serait à charge à personne, lui pourrait une honnête excistance et compterait le denovent ou conjuteur de bien regulierement tous les dimanches et fêtes
3 Ce qui damaroit ou la desservance ?  Eernegem en est éloigné trois quart de lieu et a un vicaire, Westkerke n’est éloigné qu’un demi heure mais le curé âgé de 74 ans a des raisons plausible pour ne pas accepter, Zerkegem en est éloigné que 25 minutes mais en 1808 on a voulu réunir Bekegem à Zerkegem et l’eveque obsèdé la  pleintes de lui de Bekegem y envoya Mr Billiet curé actuel. Supposons le plan de réunir decedus ces deux communes dans cette hypothese je laisse à la haute sagesse de son Altesse à juger s’il est possible de desservir moi seul trois églises et y faire des instructions que chaqu’une de ces paroisses est en droit d’exiger de bon curé qui convendrait il donc de faire          honneur un autre que moi à Ettelgem en attendant qu’Ettelgem puisse réunnis à la petite ville d’Oudenburg qui est que 20 minutes et donne la deservice de la pauvre commune de Bekegem au curé de Zerkegem qu’a mon prejudice j’accepterai en attendant qui j’ai merite l’accomplissement que     tot son Altesse en 1811 en presence de Mr Beudens de me donner une bonne commune…………………..
A Charle desserviteur de Zerkegem
 
Charles Albert  1815-1822 (°Wervik 18/9/1761 + Brugge 16/6/1856)
18/9/1796 Priesterwijding in Mechelen
1/10/1796 Rector en leraar college Westerloo met weigering van de eed
Verborgen in Antwerpen, alwaer hij de priesterbedieningen uitoefend tot in 1800
4/1801 Onderpastoor in St Elooiswinkel
12/10/1804 professor en directeur college in Kortrijk
13/9/1808 Regent in het bisschoppelijk college St Anna Kortrijk
1/7/1813 Pastoor in Zerkegem en Ettelgem
20/2/1816 pastoor in Zerkegem en 22/9/1816 deservitor in Bekegem
26/9/1822 pastoor in Hansbeke
9/6/1844 ontslag (op dat moment verblijft hij in Brugge nabij de kerk van St Anna).
Op 29 juni 1822 vraagt de parochiegemeenschap aan het bisdom om een eigen priester te bekomen. Het antwoord luidt: “onmogelijk.
In de overgangsperiode 26/9/1822 tot  23/12/1822 was de pastoor van Zerkegem, Verhulst Laurentius, tevens pastoor van Bekegem
 
           
 
       
 
In de lente van 1822 had pastoor Charles een spijtig ongeval met zijn been. Hij verbleef in Brugg en was reeds een hele tijd afwezig op de gemeente. Het gemeentebestuur had in een brief van 29 juni, bij de burgelijke overheid om meer uitleg gevraagd. Op 19 juli kreeg men antwoord van de koninklijk commisaris Van Praet uit Brugge. Die had om informatie gevraagd op het bisdom in Gent. Het was de vicaris generaal die antwoordde. Pastoor Charles zou binnenkort zijn dienst hernemen, alhoewel het voor hem bijna onmogelijk is dienst te doen. De vicaris voegde eraan toe dat het momenteel onmogelijk was Bekegem en Zerkegem elk een pastoor te geven. In het bisdom Gent was een groot priestertekort, een aantal pastoors waren van gevorderde leeftijd. (RAB TBO48 nr 30)
 
 
Gossaert Philip Carolus 1822 – 1825 (°Roeselare 24/5/1790 + Ruddervoorde 21/5/1868).
fs Constantijn ex Passendaele en Cath de Stamper ex Houthem (Gossart ex Nukerke)
Intrede seminarie in Gent 1/10/1812
1813 weigerde de bisschopsbenoeming Dela Brue te aanvaarden en opgesloten in Brugge
23/12/1815 priesterwijding in Doornik
4/1/1816 onderpastoor in Denderleeuw
19/2/1816 onderpastoor in Denderhoutem
25/8/1817 onderpastoor in Wortegem
23/12/1822 pastoor in Bekegem en Zerkegem
20/2/1832 Pastoor in Loppem
30/12/1856 ontslag
 
    
 
Gedenkplaat aan de kerk in Loppem:
D.O.M.
Bid voor de Ziel
vanden eerweerden Heer
Philippus Jacobus Gossaert
geboren te Rousselaere 24 mey 1790
priester gewyd te Doornyck 21 10bre 1815
onderpastoor te Denderleeuw 4 january 1816
te Denderhoutem 19 februariy 1816 en te Worteghem
25 augusty 1817 pastor te Bekeghem en Zerkegem 23 10bre 1822
pastor te Lophem 20 february 1832
stigt daer werk en zondag school 11 november 1841
geeft zijn ontslag 30 december 1856
sterft te Ruddervoorde den 21 mey 1868
Heer ik heb de luyster van
uw huys bemind en de
glorie uwer wooning
verstoot mij niet
met de godloose
R.I.P.
 
 

Desmadryl Antonius Ignatius (11/6/1825[1] – 15/7/1840)

 
°Elverdinge 17/6/1767 +Bekegem 2/11/1849, hij werd 82j 5 maand
Hij was de laatst overlevende monnik van de abdij van Zonnebeke, zijn kloosternaam was Dom Alipius
Leeft in Zonnebeke, 1796 tot 1817 vicaris
Bikschote (1817-1823) 6j 5m pastoor
Lampernisse  (1823-1825) 6 j pastoor
Bekegem, van 11 juni 1825 tot 15 juli 1840, 15 jaar. Antonius Desmadryl bleef in Bekegem wonen en overleed er op 3 november 1849. Hij werd begraven op het kerkhof. In de paastijd 1868 kwam Guido Gezelle naar Bekegem om de testament-steen van pastoor Jacob Buck te bestuderen[2]. Hij schrijft: “Al wegtrekken van ’t kerkhof hield ik nog een luttele stille om eenen Onze Vader te lezen op het graf van den Eerweerden Heer Antonius Desmadryl, van Elverdinghe, laatsten kloosterling van de vermaarde abdije van Sinnebecca ofte Zonnebeke, tegen Ieper. Bij dat ik vernomen hebbe stond hij, achter de suppressie, 6 jaar als pastor te Bixschote, 3 jaar te Lampernesse, en 15 jaar te Bekeghem. Ontslaggever in 1840 bouwde hij hem eene sierlijke woninge, digte bij het kerkhof, en verschied er op Allerzielendag, in ‘tjaar 1849, in den ouderdom van 82 jaren en half. Zijne en aller kerstenen zielen weze de Heere Jesus bermhertig ende ontfermighertig!”
 
Zie meer onder artikel “Desmadryl Antonius Ignatius, pastoor in Bekegem 1825 – 1840”
 
 
Volckaert Frans Xavier 16/7/1840 – 8/11/1850
°Brugge 29/8/1789 + Bekegem 8/10/1850)  (+ Zwevezele 4/6/1846) (zie Devos pg 17)
Priester gewijd in Mechelen 1813
Pastoor in Wenduine 1821 tot 25/8/1826
Pastoor in Meetkerke 1826 tot jan 1839
Directeur klooster Harelbeke 1839 tot 1850
10/8/1840 benoemd als pastoor van Bekegem. Hij werd geinstallleerd op 12 augustus.
 
+ in Bekegem na een kortstondige ziekte
 
  
 
 
(B1840c,d,e,f,g)
Brief Latijn
Aan de bisschop van Brugge
Bekegem 17/7/1840
In verband met pensioen
1 Antonius Ignatius Desmadryl
2 geboren in Elverdinghe 17/1/1767
3 priester geworden in 1796
4 vice pastoor in Zonnebeke in 1796 tot 1817, dan pastoor in Bikschote voor 6 jaar, dan 1j 10 maaand? In Lampernisse en uiteindelijk in Bekegem in het 15e jaar
5 5 jaar in de abdij van Zonnebeke racopi 839fr
Getekend Desmadryl
Ps waarschijnlijk en heeft Zijn Hoogweerdigheid geen reflexie genomen op de feestdag van St Laurentius van d’aanbidding en eerste octaafdag
Bekegem 23/10/1840
Joannes Maene, 20j……..woord dat niet is aan een koster…………..
Getekend Volckaert, pastoor
Ps Joannes Maene kreeg 8 pond, 5 in de kerk en 3 in de parochie
 
1843  (B1843 en a)
4/5/1843
Brief van Volckaert aan de bisschop in het latijn
1 een persoon uit Oostende begraven op het kerkhof
2 een landman-eigenaar uit Roxem begraven
3 iemand die niets bezat begraven
 
1843  (B1843ghi)                                                                                                                                            OK
7/6/1843
Brief aan de bisschop door de leden van de kerkraad de burgemeester, schepenen en raadsleden
Dat door het geval van de genegen pastoor Desmadryl de gemeente blijvende bewonen dat hier elke dag en op zondag worden twee missen gedaan de één na de ander, zonder tussenposen. De mensen kunnen daar geen gebruik van maken, bezonderlijk op zondag. Daar dit terzelfdertijd gebeurt en het voor sommige mensen niet altijd past en deze aldus naar naburige gemeenten moeten gaan zou het goed zijn de missen te spreiden , één om 7u en de ander om 9 of 10 uur. Pastoor Desmaryl gaat daar mee akkoord maar pastoor Volckaer (die zijn subsidies van de gemeente ontvangt) is niet geneigd daarop in te gaan.
Getekend Kindt, Vanmoortel ?chrispin?, Enghelbert Claeys, Pieter Vanroose, Joannes Degoe, Henri Pollet en Bern Declerck kerkmeester
De gemeenteraad keurt dit ten volle goed, door de secretaris 8/6/1843
 
1843  B1843b,c,d)                                                                                                                                          OK
6/7/1843
Aan zijne hoogweerdigheid de bisschop
In antwoord op de brief van de bisschop ivm kerkland
Ik vind geen titels maar heb de parochiekaart bestudeert Mijnheer baro Pecsteen Lampereel die mij zei mijn cousin August Goethals te gebruiken om één en ander uit te zoeken. Tot nu toe heeft hij dat nog niet gedaan.
Vrijdag laatst kreeg ik bezoek van Mr Declerck van Oostende en Mijnheer Decock advocaat te Brussel om effeninghe daarover te maken maar houde mij dat alles nog moet onderzocht worden
De zaken waarover ik schreef zijn
1 een dreef gemaakt door kerkeland van ontrent 60 roe geconsenteert door drie kerkmeesters Jacob Tyberghein, Albert Declerck en Joannes Vermoortel die alle drie verplicht zijn aan Mr Declerck, grondeigenaar
2 twee dreven getrokken door het Kerkhof dat er bijna geen plaats meer is om op gewijde aarde begraven te worden
3 23 bomen van het kerkhof die verkocht werden aan een kleine prijs juist voor mijn tijd.
4 andere misbruiken van kerkeland op de hofstede van mijnheer Decock advocaat te Brussel bewoond door Pieter Sanders die moet nagezien worden. Ik schrijf zulks om te voorkomen de middelen die zouden kunnen gebruikt worden van de tegenparty om de permissie te bekomen bij het bisdom en de provinciale staten om te mogen die landen te verkavelen. Ik mag vrijelijk peysen dat alles toegestaan is door de burgemeester
Volckaert pastoor
 
1843  (B1843,e,f)
Bekegem 22/9/1843 latijn
Brief van Volckaert aan de bisschop ivm de koster
Joannes Maene bijna 7 jaar koster en zou graag school houden. Hij is arm.
Ps Onze kerk is al vele jaren zonder koster
 
1844 B1844,a,b
21/6/1844
Brief aan de bisschop van pastoor Volckaert ivm dispensatie
Bloedverwanten in 4e graad Carolus Mahieu inwoner van Eernegem en Joanna Vantieghem van Bekegem
Vader Mahieu
Joseph Mahieu                                   Theresa Mahieu x Albert Vantieghem
Louis Mahieu                                       Jacob Vantyieghem
Petrus Mahieu                                      Joannes Vantyghem
Carolus Mahieu             x                      Joanna Vantieghem
 
1845 B1845,a,b
21/2/1845 (latijn)
Brief aan de bisschop van pastoor Volckaert ivm Claeys Ignatius uit Jabbeke en Clara Declerck, ooit weduwe van hier
Per testament/ hun moeder /4 broers/ 36 gulden per jaar voor 20 jaar.
 
 
 
 
  • Debergh Joseph Benedikt  17/12/1850 – 10/5/1857. (°Watou 14/6/1800 + Bekegem 10/05/1857)
 
Priester gewijd in Mechelen 5/8/1827
Onderpastoor in Proven sept 1828
17/12/1850 Pastoor benoemd in Bekegem
 
 
   
 
 
Herdenkingssteen ter nagedachtenis van
Josef-Benedikt De Bergh (1800-1857)
Uit de krant “Standaert van Vlaanderen 4/6/1857”
BEKENDMAKINGEN
Het kerk-bestuur der gemeente Bekeghem.
Verwittigt het publiek dat er op woensdag den 10 juny eerstkomende, ten 2 ure namiddag,zal overgegaen worden tot de openbare aanbesteding der VERGROOTING DER KERK derselve gemeente bestaande in: Metsel-, Plaffon-, Timmer- en Vloerwerk, volgensbestek van de provincietialen bouwmeester te Brugge. Het bestek desselfs werk, kohier van lasten en besprekken, zyn berustende in het Gemeentehuis aldaer, ter insage van een ieder.
De president der Kerk-Fabriek,
J TYBERGHEM.
 
Hij vergaarde middelen om de kerk te vergroten. Hij stierf schielijk op 10 mei 1857. Hij heeft het resultaat van zijn bouwwerken niet meer kunnen zien.
21/12/1854)  toestemming om te bineren in Bekegem    400
1855  Toestemming om 2 missen per dag op te dragen 458
1856  Toestemming om 2 missen per dag op te dragen(bineren)            455
 
28/11/1857)  Toestemming om in de kerkmuur een gedenkplaat aan te brengen voor RD De Bergh 443
 
  • Van Poucke David  19/5/1857 – 22/2/1862 (°Koolskamp 29/4/1797 +Kortrijk 16/12/1864.
Fs Carolus en Joanna Algoet (werd in Koolskamp op 17 jarige leeftijd wever genoemd)
Roeselare 1825
Priester gewijd in Gent 3/9/1831
Onderpastoor in Westcapelle, Zwevezeele (1833), Bredene (1837), Wielsbeke (1838) en Zonnebeke (1841)
23/12/1842  Pastoor in Gyselbrechteghem (1848) (7j 7m)
Onder pastoor in St Juliaan Langemark (1856)(10 maand)
19/5/1857 pastoor benoemd in Bekegem,
22/2/1862: eervol ontslag als pastoor van Bekegem
novius in Congreg BMV Dendermonde 1862
woont Kortrijk 1863
Hij kon het werk van zijn voorganger voltooien, hij liet bij zijn ontslag een mooie kerk na.
 
    
 
16/12/1857  Toestemming om 2 missen per dag op te dragen (bineren)  458).
27/12/1858  toestemming om 2 missen op te dragen     470
18/2/1862)  Ontslag van Mr Vanpoucke, einde van zijn rechtsbevoegdheid (B1862-1,1a) 100
Pastoor Vanpoucke in Booitshoucke
2 brieven bij pastoors brieven
 
  • Nyssen Pieter Francies 3/3/1862- 4/1/1878  ontslag in 1878 (°Bredene 8/10/1807 +Uitkerke 25/2/1886)
 
Priester gewijd 1836
Coadjutor in Nieuwcapelle 1837
Onderpastoor in Geluvelt 1839
Onderpastoor in Pervijse 1841
Pastoor in Booitshoucke 1846
Pastoor in Nieuwmunster 1858
5/6/1862  Pastoor in Bekegem (bouw pastorie in 1867)
Ontslag gegeven 16/1/1878
 
    
 
 
 
6/9/1862  oprichting van een genootschap voor meisjes met patrones St Anna  336
11/3/1863)  Brief aan pastoor Nyssen; Paastijd vervroegd, 1e communie uitgesteld (B1863-1)     93
18/11/1863)  wijziging dag van de eeuwigdurende aanbidding van 10/8 naar 6/2 373
27/7/1775)  Oprichting van een broederschap van OLV van Lourdes 268
30/5/1877)  Toestemming aan de pastoor om de mis de beata op te dragen, geassisteerd door de coadjutor Verlynde 240
28/8/1877)  Ontslag van de pastoor uitgesteld 354
Brief van AM Deleyn, directeur van het instituut St Saveur in Brugge, ondertekend de bisschop
Uw neef Pastoor Nyssen heeft nog 4 maand actieve dienst tekort om van een volledig pensioen te kunnen genieten
8/9/1887)  testament van pastoor Nyssen 368
1000 fr om gedurende 10 jaar een jaargetijde te doen, tot lafenis van zijn ziel, van zijn ouders en naaste bloedverwanten, met uitdeling van 1 hectoliter tarwebrood voor de armen en afroeping in de zondagspreek. Dit kapitaal moet gebruikt worden voor de aankoop van Belgische renten
Testament opgemaakt op 14/11/1886 bij notaris VanElslande te Brugge
 
De kelk van E.H. Petrus Francies Nyssen wordt in Bredene bewaard, ook zijn grafzerk kan men er terug vinden. Deze kelk wrd gebruikt op 27/4/1980 tijdens de Jubileummis; er werd ook een bloemenruiker neergelegd op zijn graf.
 
Hulp bij pastoor Nyssen
Kerkelijke benoemingen (?datum)
Vicaire in Nieuwkerke: M Verlynde, coadjutor de N. le curé de Bekeghem
Coadjutor in Bekegem M Laheye, prètre au semenarie (naar Loker in jan 1878)
 
 
 
 
  • Tras  Ivo Lodewijk 9/1/1878 – 22/2/1900  (°Izegem 20/12/1825  + Bekegem 22/2/1900)
Priester gewijd in Brugge 4/6/1854
Hulppriester in Poperinge, Zuienkerke, Houttave, Eernegem 1854-1856
Onderpastoor in Gits 20/2/1856
Onderpastoor in Oteghem 3/2/1860
Merkwaardig: meid Decottenye Camilla (°Dadizeele 15/4/1827 + Brugge 20/2/1900)
Correctionele rechtbank Brugge 17/6/1881
“Ivo Tras , 55j, pasto Bek., 3x3dg gevang + 3x 20F om op de preekstoel burgemeester Aug Luyckx aangevalln te hebben. 15dg gevang +50F voor smaad. 15dg gevang +50F voor scheldwoorden”
 
  
 
 
 
 
Men noemde tras ook wel Pekken Tras (geboren in het Peksteedje in Izegem)
 
M. Tras was een schrander man , maar op zijne mode. Te Bekegem streed hij deftig voor de katholieke school tegen zijn burgemeester, M Luyckx en gerocht in het gevang.
 
 
 
22/7/1879)  verhuring van goederen 305
Verhuringen moeten gebeuren door een notaris, deze van Eernegem of Gistel. De bisschop verbied Tras om zich daarvan aan te trekken.
 
 
 
Pastoor Tras werd geboren in Izegem op 20 december 1825. Hij was de zoon van Amand en Maria Verbeke.
Op 9 januari 1878 werd de 53 jarige Ivo Lodewijk Tras de nieuwe pastoor van de St-Amandusparochie In Bekegem. Hij was de opvolger van Petrus Nyssen.
 
De gezondheid van Ivo Tras.
Ivo Tras had een zwakke geestelijke gezondheid. Kort na zijn benoeming, in de periode van 22 februari tot 5 maart  vertoonde onze pastoor tekenen van waanzin.
Op de parochie deden eigenaardige verhalen de ronde: de nieuwe pastoor zou gek zijn. De gehele parochie oordeelde er zo over. Het gerucht verspreide zich overal in de omgeving.
Het verhaal kwam ook bisschop Faict ter ore. De deken van Gistel hield in die periode één en ander in het oog. Pastoor Tras werd op 5/3/1878 bij de bisschop ontboden.  In het bisschoppelijk paleis kreeg Tras een “crise”. Het was zo erg dat de bisschop onmiddellijk een brief liet bezorgen aan zijn broer, dokter Tras uit Lendelede: “Hij moet onmiddellijk bij de bisschop komen. Zijn broer bevind zich daar en voelt zich niet goed.” Om één of andere reden kwam de broer  niet naar het bisdom. Drie dagen later schrijft de bisschop opnieuw een brief naar dokter Tras. Blijkbaar was zijn eerste brief niet duidelijk genoeg. Hij schrijft: “Het verwondert me dat u zo weinig begrepen hebt van mijn eerste brief? Gedwongen meer in detail te treden, het spijt me u te moeten informeren dat de pastoor van Bekegem ondubbelzinnige tekenen van gekte (folie) vertoont.. Gelukkig sinds dinsdag is de kalmte teruggekeerd. Ik heb vandaag een brief gekregen die me toelaat te wachten tot op zekere hoogte. Ik zal gelukkig zijn als de zieke zich helemaal herstelt, zoals ik hoop. Nochtans voor het geval dit niet zo is, vraag ik U te laten weten of ik, vanaf heden op uw hulp mag rekenen.”
De zaterdag erop had de bisschop een afspraak met de broer. Zij constateerden dat een heleboel zaken verdwenen waren in de pastorie van Bekegem, ook de meid was verdwenen. De meid en de koster waren weg door de aanvallen van de pastoor, de debilliteit en het provoceren om langdurig te vasten (dit vernemen we uit een brief van de pastoor aan de deken van Gistel.(B1878-110)
Pastoor Tras kwam er weer bovenop. Zijn zwakke geestelijke toestand bleef echter latent aanwezig en bepaalde zijn hele verdere leven. Gelukkig voor hem bleef de bisschop aan zijn zijde staan. Ondanks de vele problemen bleef monseigneur Faict vriendschappelijke correspondentie voeren met Tras.
(Acta 1878 pg 99, 105, 107r, 110)
 
Pastoor Tras en het liberalisme.
30/06/1880  Geuzenbegrafenis te Bekegem
Met de verkiezingen van 1878 kwam in ons land een homogeen liberale regering aan de macht die sterk antikIerikaal was. Dit was het begin van een polarisatie tussen katholieken en liberalen die uiteindelijk leidde tot een ideologische burgeroorlog. Het  werd een hevige strijd tussen de “katten” en de “geuzen” vooral dan in verband met het onderwijs. Volgens de kerkelijke Ieiders konden “geuzen” (dat was iedereen die het gemeentelijk onderwijs steunde) dan ook niet in gewijde aarde op het kerkhof begraven worden. Een eerste krachtmeting in dit verband begon in onze streek te Jabbeke bij het overlijden van Pieter Delorge op 27 juni 1880.
Pieter Delorge was afkomstig uit Gent en herbergier-handelaar aan het station van Jabbeke. Hij was ook liberaal gemeenteraadslid en lid van het “geuzenschoolkommiteit” aldaar. Hij had meermaals in het openbaar verklaard dat hij geen priester aan zijn sterfbed wilde hebben. Toen hij na een slepende ziekte kwam te sterven weigerde de pastoor de laatste sacramenten toe te dienen. De kerkelijke overheid besliste dat hij niet in gewijde aarde mocht begraven worden. De gemeentelijke overheid had dan maar een graf laten delven op het kerkhof van Jabbeke maar in het niet-gewijde deel. Maar zoon Delorge was daar niet mee akkoord. Hij wilde niet dat zijn vader werd begraven in “le trou aux chiens” (in de volksmond: begraven lijk een hond). Vader moest begraven worden zoals ieder ander overledene.
Elk bijkomend verzoek werd afgewezen zodat uiteindelijk de arrondissementcommissaris een onderzoek instelde.
Vanaf dat moment is men met het lijk beginnen rondzeulen in de nabije dorpen, maar noch in Zerkegem, noch in Zedelgem kon er begraven worden in gewijde grond. Uiteindelijk kwam men te Bekegem terecht waar de liberale burgemeester August Luyckx het regelde dat Pieter Delorge op het Bekegemse kerkhof kon begraven worden. Over deze begrafenis Op 30 juni 1880 is een mooi ooggetuigenverslag geschreven. “Eindelijk na vele zwoegen en zweten, gerochten zij in Bekeghem – buiten de wereld- en daar was met burgemeester Luyckx, ook lid van het geuzenschoolcommiteit noch rnaar over ene maand  benoemd door minister Rolin, die in zijn grote verwaandheid en spijts alle pogingen der gemeenteraadsleden, pastor en andere. zijnen driekleurige zijden singel aanstroopte en op het kerkhof in gewijde grond eenen put deed delven en er bleef bij staan waken tot dat de lijkstoet aankwam. ‘t Was de woensdagachternoene dat die treurige delvinge plaatse greep; de kiste wierd van een brouwers koolwagen gelost en op de lijkschrage gedregen door zes arme werkmenschen die elk een vijffrankstuk ontvangen hadden. want geen een der geburen wilde drager zijn, en alzoo wierd de geusche zinkinge gedaan te midden het gerucht en het geklap der toegeloopende menigte nieuwsgierigen. Daarna gebood er een Brugsche geus: silence! en door een geus van Jabbeke wierd de liikrede uitgekraamd over de burgerlijke deugden des achtbaren overledene, en over de onwaardige navolgers van de Zaligmaker die zouden rekenschap moeten geven van hunne onverdraagzaamheid, aan de Oppersten Regter. Vervolgens kwam de geusche dominee, te voorschijn (die niemand anders was dan de schoolmeester van Zedelgern. schoonzoon van de overledene) en die maakte kruisen over het graf en smeet een grepe aarde op de kiste, en daarmee was het spel gedaan. Elkendeen ging zijnen gang en keerde weer naar zijn werk of zijne bezigheid, en geen enkele mensch was er te vinden, zelfs geen geus, die begeerde ook eens met zulke plechtigheid begraven te moeten worden”.
Maar de familie Delorge liet het daar niet bij. Vader Pieter had nog niet de eeuwige rust te Bekegem. Na ongeveer anderhalf jaar werd het stoffelijk overschot van Delorge ontgraven en herbegraven op her kerkhof van Jabbeke. Ook dit is een heel evenement geweest in het normaal rustige Bekegem. Honderden nieuwsgierigen kwamen op 4 januari 1882 naar deze ontgraving kijken. Maar de overheid was wel beducht voor rellen. Gouverneur Heyvaert zond vooraf een “commissaris” naar Bekegem om te onderzoeken of er mensen waren die de ontgraving van Delorge zouden “tegengesproken” hebben. Blijkbaar vond men dat dit zou gebeuren want op de bewuste dag -waren er vijf rijkswachters van Gistel, vier van Veurne te paard, en nog vijf uit Brugge die te voet gekomen waren, aanwezig. Men wilde absoluut “wanorde” vermijden. Na de ontgraving gingen velen met de lijkkoets en de rijkswachters mee naar Jabbeke om te zien wat daar zou gebeuren. Pieter Delorge werd gewoon naast het laatste graf herbegraven. Alles was er rustig verlopen. De Bekegemnaren kwamen terug naar huis en waren overtuigd dat zoiets nooit meer zou gebeuren. Het is ook niet meer gebeurd want in 1884 behaalden de katholieken een grote verkiezingsoverwinning en zouden verder onafgebroken aan de macht blijven tot aan de Eerste Wereldoorlog. De macht van de “geuzen” was uitgeschakeld. Bron ?Ernighegem
 
Pastoor Tras tegen liberalen.
Pastoor Tras kwam te Bekegem op 9 januari 1878. Dit was de periode dat er in het parlement een nieuwe schoolwet werd aangenomen die onder andere bepaalde dat er geen godsdienstlessen meer mochten gegeven worden tijdens de gewone schooluren. Dit moest voortaan of een half uur voor, of een half uur na de normale lesuren gebeuren. Daartegen kwam van katholieke zijde felle reactie, met als gevolg dat er een vrij katholiek schoolnet opgericht werd tegen het gemeente- en staatsonderwijs.
Pastoor Tras was een anti-liberaal in hart en nieren. Dit liet hij op alle mogelijke manieren blijken. Zo kreeg hij op 9 november 1882 verbod van de bisschop om nog in 3e klasse te reizen met de trein, dit past niet bij de status van een clericus.
 
Ook in Bekegem liet Tras zich niet onbetuigd. De liberalen waren zijn aartsvijanden. Reeds in november 1878 zijn er klachten. De bisschop kwam het te weten en schrijft hem op 7/11/1878 een brief. Hij maant de pastoor aan de volgende deugden te beoefenen: godsvrucht, voorzichtigheid, evenwichtigheid, liefdadigheid, geen actie ondernemen tegen de lokale verkozenen, uw vurig karakter, wat uw specialiteit is, intomen.
Op 28 januari moet de bisschop alweer tussenbeide komen.De ontvanger Vanhove van Oudenburg belast Tras op zijn eigendommen in Otegem. Hij moet 38,44 fr betalen. Tras probeert de bisschop in te schakelen om niet te moeten betalen. Vicaris Vanhove raad hem af dit te doen en zeker geen moeilijkheden te zoeken. Iedereen is gelijk voor de wet.
In 1880 werd er door hem een vrije lagere school opgericht en tegelijkertijd probeerde hij de mensen van Bekegem te intimideren om hun kinderen uit de gemeenteschool weg te halen. Ook het onderwijzend personeel werd onder druk gezet om hun ontslag in te dienen. Vooral van op de predikstoel was hij niet mals voor burgemeester en onderwijzend personeel en allen die op één of andere manier hun medewerking verleenden aan het gemeentelijk onderwijs. De gebeurtenissen bij de begrafenis van R Delorge in juni 1880 hadden de zaken natuurlijk ten top gedreven. Het begraven van een liberaal in gewijde grond was voor hem een regelrechte schande. Hij liet dan ook geen enkele gelegenheid onbenut om dit schandaal publiekelijk aan te klagen. Menig sermoen werd dan ook gewijd aan dit schandaal dat er een ongelovige zonder meer te Bekegem begraven ligt. Dit alles tot grote ergernis van de familie Delorge.
 
Pastoor Tras veroordeeld tot een gevangenisstraf.
Ook de bekegemse burgemeester en zijn familie moesten het ontgelden. Het kwam zelfs zo ver dat bij een geboorte bij een zuster van burgemeester Luyckx pastoor Tras weigerde om het kind te dopen omdat August Luyckx gevraagd werd als peter. Een niet-gedoopt kind was toen een onvoorstelbaar iets. Maar in september 1881 was Ivo toch een stap te ver gegaan. Tijdens de zondagspreek had hij het opnieuw over de burgemeester en de gemeenteschool, en over het schandaal van de begrafenis van P. Delorge, en verklaarde daarbij dat de gemeenteraad “slecht deed met eenen luiaard te betalen (Van Belleghem) die met de handen op den rug zou wandelen, dat het geld der gemeente beter kon besteed worden, dat Luyckx een geus, een liberaal, een gespuis des duivels was”. Daarop werd in de gemeenteraad van 8 oktober besloten om pastoor Tras wegens laster en eerroof aan te klagen. Ivo Lodewijk Tras moest zich verantwoorden voor de correctionele rechtbank te Brugge. Hem werd “opruiende taalgebruik” ten laste gelegd. E.H. Tras die zichzelf verdedigde sprak dit tegen. Hij werd toch veroordeeld tot een geldboete van 50 fr en een gevangenisstraf van 8 dagen. Het openbaar ministerie vand deze straf te licht. In beroep te Gent werd hij op 24 mei 1881 veroordeeld tot dertig, dagen gevangenisstraf en een boete van 100 fr.
Reactie van Tras na zijn veroordeling: “Ik ben paster Trassen en zal blijven bassen”
(bron Ernighaghem en “L’echo d’Ostende” van 10/3 en 22/5/1881 en Kroniek Bekegem, Ichtegem, Eernegem pg 50-52)
 
De bisschop bemoeid zich met Tras, hij is zijn raadgever.
In een brief aan Tras op 27/9/1880 maant hij hem aan tot voorzichtigheid ivm de koster, de voorzitter van de kerkfabriek en de schatbewaarder.
Op 6/4/1881 wordt Tras bij de bisschop geroepen om zich te verantwoorden over zij weigering om de sacramenten toe te dienen.
 
Het rommelt op de gemeente
Na de veroordeling door de rechtbank van eerste aanleg op 24 mei 1881 begon het pas echt te rommelen op de gemeente. Vanaf de vorige verkiezingen was de gemeente in twee verdeeld, enerzijds de liberalen onder leiding van burgemeester Luyckx en anderzijdes de christelijke partij onder leiding van Pieter Vandebussche, landbouwer en gemeenteraadslid. In de laatste verkiezingen had Pieter Vande Bussche meegedongen naar de titel van burgemeester, maar had het onderspit moeten delven. Volgens burgemeester Luyckx in een brief aan de gouverneur op 14/7/1881 kon Pieter Vandenbussche “zijn afgunst niet meer bedwingen. Tot hiertoe had de genoemde Vandenbussche zich heimelijk te beknibbelen en verachterlijk te maken. De afgunst is aangegroeid tot haat en wachtte slechts een gunstige omstandigheid af om zich opentlijk te verklaren. De veroordeling onlangs uitgesproken voor de correctionele rechtbank van Brugge tegen Ivo Tras, pastoor deser parochie, heeft hiertoe de gelegenheid aangeboden. Pieter Vandenbussche stelt zich thans aan het hoofd van enige lieden die door de pastoor opgewonden zijn en heel de gemeente voor verdeeltheid, twist, haat en nijd trachten te zaaien. Die toestand heeft reeds talrijke oneenigheden en moeilijkheden doen ontstaan en alles doet voorzien dat die wederstreving heviger zal worden en de verdeeltheid tusschen de inwoners dieper zal wortel schieten, want mijnheer pastoor, ondersteund Vandenbussche en zijn aanhang, gaat voort het volk aan te moedigen in een dolzinnigen strijd die zij aangevangen hebben tegen het bestuur en enige bijzondere personen, bij al zij doen en handelen is zijn doel tastbaar: het volk aanhitsen tot oneerbiedigheid ten opzichte van de burgelijke overheid. Ongetwijfelt verlangt zij niets zoo pas dan enige betooging tegen desen die hem over zijn snood aanvallen aangeklaagd en doen bestraffen hebben. Dit blijkt duidelijk uit een sermoen onlangs in de kerk gedaan en waarin hij zegde dat hij de klok een half uur zal doen luiden op het ogenblik dat hij zich naar het gevang zou moeten begeven. Zijn inzicht is natuurlijk het volk op dat ogenblik te doen samenschoolen ten einde eene betooging over te gaan tegen enen die hij zijn vervolgers noemt.” Burgemeester Luyckx vraagt de gouverneur om pastoor Tras zonder ruchtbaarheid van de gemeente te halen ten einde alle “raerhede” te voorkomen.
De gouverneur stuurde de brief door naar de bisschop (20/7/1881).
Eén dag later (21/7/1881) stuurt de bisschop een brief naar de pastoor met raadgevingen. Op 25 juli wordt Tras bij de bisschop geroepen.
Op 25 juli beantwoord de bisschop de brief van de gouverneur. Hij zegt alle mogelijke maatregelen genomen te hebben om ongeregeldheden te voorkomen, wat die ook mogen zijn van de kant van de pastoor. Hij zegt te hopen dat, dank zij de interventie van de gouverneur, er misschien wat meer wederzijds begrip kan komen tussen de burgemeester en de pastoor.
 
De pastoor in de gevangenis
Op 24 augustus 1881 werd pastoor Tras afgehaald op de prochie en naar het Pandreitje te Brugge overgebracht. Hij zal daar verblijven tot 23 september. Tijdens deze periode kwam in vervanging van Tras priester Victor Lanssens van het college van Roeselare de dienst waarnemen (aangesteld op 26/8/1881). Lanssen meende een probleem te hebben. Op 18 september was er in Roeselare een bezinning voorzien voor de leraars van het college, waaraan hij dan niet zou kunnen deelnemen. De bisschop antwoord niet te kunnen voorzien of Tras al terug zou zijn op die datum. Indien hij niet terug is de 18e moet Lanssen op de parochie blijven, hij ontslaat hem van de retraite. Tevens vraagt hij Lanssen om zich begrijpend op te stellen tegenover de burgemeester en parochianen en tegenover de bedienden en familie van de pastoor. Hij verwittigt Lanssen voor eventuele moeilijkheden. De bisschop is blijkbaar goed op de hoogte van wat er kan gebeuren. Hij drukt het uit als volgt: “Het schijnt dat men overweegt om mijnheer pastoor te huldigen bij zijn terugkeer uit de gevangenis. Het is mijn formele wil dat er geen manisfestatie plaats heeft, op geen enkele manier, ik belast u erover te waken dat dit geschied.” Tras werkte deze onvrede van de bevolking in de hand. Vanuit de gevangenis verstuurde hij bezoekkaarten met “Louis Tras, prisonnier de guerre”. Hij maakte er het veel beduidend jaarschrift, dat langen tijd boven den ingang zijner school prijkte:
IesU ChrIstI sChoLa  (Jesu christi schola)
SIt MUnDILUX soLa  (sit mundi Lux sola)
Op 27 augustus vraagt de bisschop aan aalmoezenier Soenen in de gevangenis Tras te informeren van zijn vervanging op de parochie. Hij vraagt Tras zonder verwijl zijn servante op de hoogte stellen.
Het was ook in die periode dat het kind uit het gezin H Storme-Luyckx het doopsel toegediend werd.
 
1883 Problemen tussen Luyckx en Tras  – brief naar Rome
Brieven aan de bisschop
  • 26/2/1883 brief van Tras aan de bisschop
(B1883c,d,e) A sa grandeur Monseigneur Faict evecque de Bruges                                                                  OK
1 D’abord la prelude: Me trouvant en votre présence à Bruges.
An 26 fevrier 1883 Votre grandeur m’acosta par ces mots: Il parait que vous avez de nouveau une petite difficulté?
-J’exposai la rencontre de Luyckx- yvri mort, exalté, ex aspiré, enragé, désespére à cause de son céhet aux elections du matin 19 fevrier. Et votre elu est un liberal? Belle de notre grandeur qui reprit: Comment est il possible, après une experiance aussi terrible? Vous n’avez donc pas l’esprit pratique, on vous quite, on vous épiré………. Je ne veux pas peser sur la désision, qu’on pourrait prendre à votre égard, mais s’il a poursuite en condamnation, crac, ce sera fini, pour vous et je ne reechrai devant personne. Dans l’entretemps , ordre formel de vous obstenir de toute viducteur à l’égard du Bourgmestre, vous obstenir de toute rencontre directe, allusion en public. Soyer lui poli et montre des égards. Reflississer bien et écrivez-moi après huit jours s’il ne voudrait pas mieux pour vous de donner votre démission(ontslag) doniez côté Je prieont afin que Dieu vous éclaire de la grace……….. Enfin votre grandeur admirant le tableau de mon silence et mon longfroid m’éconduisit poliment finit par dire « Encore un mot ‘que rien ne transpire de ce qui ‘sest dit entre nous’.
-ce mot Monseigneur est bien le plus sublime de toute l’entrouve!
2 Maintenant la copie d’une lettre réponse (que n’a pas été envoyée) apparemment parce que Luyckx et son rapport ne méritaient pas cet honneur, ensuite parce qu’il n’y avait aucun pérèl de la demeure et parce que votre grandeur avait jugé à propos de me défendre la communication de l’histoire, ou du Conte, à n’importe qui. Mais encore aussi je en l’idee de demander un mot d’avis, de conseil ou de lumière, cela ne pouvait guère m’avance on m’etre utilé. Je demeurai toujours serré sous le cri de votre crac!
  • Bekegem 3 mars 1883  Brief van Tras aan de bisschop
A la grandeur Monseigneur l’eveque de Bruges à Bruges
Monseigneur,
J’ai l’honneur de vous adresser la formule des réponses jour naturés, que le bon Dieu m’a inspirée durant ces huit jours de réflexion.
25 février Dès avant ma rentrée le soir, le bon Dieu m’a dit:
«celui qui met un frein à la fureur des flots (een rem op de razernij van de opkomende golven), sait aussi des méchants arrêter les complots «Reformides non beati si perseinti vos fuerent muntutes propter me»
27 fevrier le lendemain je marchit à l’église pour la messe .Faites comme la veuve. Si vos crianciers veulent vous mettre sur la rue, payer un acompte et il ne vous manquera rien Salustua Ego sum
28 fevrier Aujourd’hui la voix m’a dit «que dans une affaire de cette importance je dois prendre l’avis d’un homme sage et experimentée et post factum non penitibit. En attendant faites toujours continuez, souvenez vous qu’autrefois moise dans indignation aboisé les tables de la loi, parce qu’il avait affaire à des ivrognes et des crapuleux qui mon fils, votre sauveur Jésus a fouetté les profanateurs de son temple que tous vos confrères les bons apotris, Confesseur et martyrs ont confirmé leur foi par leurs actes; et que si quelqu’un a plus d’attachement à sa propre personne qu’à l’amour de son sauveur mon fils, il n’aura jamais part à ma gloire.
1 mars deux de mes frères sont d’accord avec moi pour dire: «c’est un piège il n’ya pas lieu de nous arreter à la suggestion Et St Pierre ajoute a leurs avis: qui (diabolo) resistite fortes in fide»
2 mars Monseigneur après avoir relu votre invitation du 24e j’arrive chez moi le 25e dito J’ai remarqué au bas ces mots, usque tous en Xto J’aime à les traduire comme suit Je suis toujours suivant, ma dévise disposé à vous traiter in fide et charitate. Jabien Monseigneur Je vous remercie de vos bonnes dispositions à mon égard. J’en conclus que pratiquement cela ne veut pas dire Mettez-vous sur la rue tout nu et j’applaudirai à votre sottise «Non, non, cela ne serait pas de l’êveque, cela serait du diable or je suis disposé moi à dire au diable «vaderetro satana!»
3 mars Enfin ma sixieme réponse corollaire et résumé des précédants reponse que n’est plus du tout théorique mais pratique. La voici Monseigneur je désire ordemment que votre grandeur soigne bien dont la haute sollicitude, pour la défence des interêts et de la gloire de notre Seigneur, Jesus Christ et de son Eglise, agir à l’égard du cure de Bekegem comme elle a l’habitude d’agir à l’égard de tous ses prêtres. Consequemment que pensant le contraire de ce que vous dites et répétez sous les formes diverses (car la parole est faite pour cela) en faisant le contraire de ce que l’on attend de votre grandeur, vous saisissiez de premiere occasion pour me faire comparaître défiler et voir déplacer avec les honneurs de la guerre et les insignes de mon rang. Ce résultat tout le monde répétant l’arrêt de votre grand conseil Je dira a la bonne cure Bekegem! Vous avez bien mérité de la bonne cause, des Luyckx, De Clercq et de tous le clan dis guerre. Proficiat! Monseigneur vous ne l’ignore pas. Je n’ai aucune prétention et il me suffit d’avoir l’honneur et la vie saufs, au reste, tout mon passé est la pour témoigner de mon désinteressant et l’autre part, pas un homme du monde me peut me retribuer une petit part la somme de mes dérruements et de mes sacrifices
Enfin,n’est ce pas, Monseigneur, que pour cela votre grandeur n’ira pas me noyer dont la haute mer.
Votre tres respectueux curé
Et que le tout doit dit entre nous deux c’est la vraiment tout l’object de mes vaux
Tras
 
Brief naar Rome
Op 7 september 1883 schreef Tras een brief naar het Vaticaan in Rome. De brief was geadresseert aan kardinaal Ferrieri, prefect van de congregatie van bisschoppen en regulieren in Rome. Wat hij juist schreef hebben we niet kunnen achterhalen (latijn). We geven enkele reacties, waaruit we één en ander kunnen opmaken.
 
7/9/1883  Tras antwoord op een brief van de bisschop op 7/9/1883 (B1883b)
Passage vooraf in het latijn.
J’ai le regret de vous dire, que je ne comprends rien de ce que vous m’avez fait l’honneur d’écrire a la date du 5e Toutefois la chose me parait de nature à vous retourner cette fois ma réponse, avec prière de ne pas la déstaigner.
–       Je serai toujours votre fils et vous serez toujours j’éspiré mon père. Avec un peu de reflexion on arrive à cela pater même après avoir été aux pucs (vlooien), pour laisser des fondres
–       Aujourd’hui je me borne à vous donner la copie d’une réponse que vous avez espirée vainement depuis six mois: c’est assez de patience et maintenant il me faut bien vous satisfaire s’il le faut.
–       Demain je vous dirai comment vous allez devenir la victime d’une intrigue du diable. Je ne vous ferai plus d’apologie (ophemelen), je vous ensagnerai lamoux du vrai, et l’horreur de la politique du monde. Je vous inspirerat le respect du prêtre et vous eloignerat du contact avec les ennemis ou avec des amis depores et plus tard, Il vous arrivera des nouvelles de Rome
Votre humble curé Trast
 
Brief van Tras aan Mgr de Neckere, Rome: “Je prends la confiance de vous adresser ci-jointe une lettre au Card Ferrieri. Je vous prie d’en prendre lecture, et de la faire parvenir, fermée, à l’Em destinataire »
–          Tras schrijft achteraf: “Het antwoord van Ferrieri is beleefd. Toch verwondert het me dat een brief waarin ik enkel mezelf intimideer, genoeg is om een vraagstelling rond mijn persoon te laten doen.”
–          Als antwoord op die vraagstelling schrijft bisschop Faict onder andere volgende:
  • Tras gaat de confrontatie niet uit de weg. Hij heeft een moeilijk karakter. In 1880 daagde hij de burgemeester uit. Daarvoor werd hij zwaar veroordeelt.
  • M Tras, heureusement seul, dans mon diocèse! n’est à gouverner que par la crainte. Plaise à Dieu que la Congrégation le comprenne ! sans toutefois m’imposer de déposer ou changer le curé. Celui-ci est homme à braver le St Siege ; tout comme il me braverait s’il l’osait. Or, il l’osera du jour ou il se sentira quelque peu appuyé ou approuvé à Rome
  • Je serais heureux de connaitre la suite que la congrégation aura donnée à l’affaire, et si possible, le texte de la réponse qui sera faite au curé
  • Brief aan Kardinaal Ferrieri, (24/9/1883)
…………in 1878 was hij 53 jaar, Tras moeilijk karacter, In 1880 had hij grote moeilijkheden met de plaatselijke burgemeester, ruzie met woorden, verwensingen, ? 40 dagen gevangenis, 1884 verkiezingen
Op 7 september schreef hij mij “ Je serai toujours votre fils et vous serez toujours mon père” addere non erubuis “Plus tard, il vous arrivera des nouvelles de Rome »
 
Problemen tussen Tras en burgemeester Luyckx
  • In de vergadering in Oudenburg wordt één en ander op een rijtje gezet
  • Op 22/7/1883 schrijft burgemeester Luyckx een brief naar de gouverneur:
Mijnheer de gouverneur
Ik heb d’eer u ter kennis te brengen dat de heer Trast, pastoor alhier zich toelaat de schalen van OLVrouw die in de kerk rondgedragen worden alsook de offerblokken die er geplaatst zijn in mijne afwezigheid te lichten. Zulks heb ik reeds tweemaal bestatigd telkens in tegenwoordigheid van de andere heeren leden der kerkfabriek ter gelegenheid onzer vergadering. De handelswijze van de heer pastoor heeft mij bij iedere vergadering gedwongen hem rekenschap over zijn gedrag te vragen en hem tot het nakomen der algemene schikkingen aan te manen waarbij hij zich nagenoeg niet te beroeren dat het hem vrij staat te handelen volgens zijn goeddunken.
Te dien gevolge Mijnheer de Gouverneur neem ik de eerbiedige vrijheid mij tot de hogere overheid te richten en U te verzoeken de nodige maatregelen te nemen opdat aan die toestand van zaken een einde gesteld wordt
Get A Luyckx
  • Op 3/8/1883 komt de brief terecht bij  Emile Jooris,  arrondissements- commissaris te Oostende
  • Op 14/8/1883 wordt door  Emile Jooris een brief verstuurd naar het gemeentebestuur van Bekegem om inlichtingen en advies
  • Op 17/8/1883 Brief aan de bisschop door ?: (Latijn) Burgemeester en secretaris (C Somerlinck van Oudenburg) zijn naar mij gekomen aangaande de incidenten. Leegmaken offerblokken in afwezigheid burgemeester etc
  • 17/8/1883  brief verzonden aan Mr Tras pastoor om inlichtingen en advies
  • Antwoord van Tras aan de bisschop
Eerst een passage in het latijn
N’est ce pas Monseigneur que la scene est touchante. Mais aussi quelle sincérite dans la bouche du héros. Vous devinez car «les nova querela ad me prelata sunt» suivent presque aussitôt votre lettre datée du 5/9
Passage in het Latijn
Get Tras
 
  • Bekegem 13/9/1883 Brief aan abbe Vanhove
J’ai l’honneur de vous prier, de prendre lecture de la lettre ci incluse et penis de la communiquer remettre à Monseigneur l’evêque. C’est l’entree de la pièce ou der drame
Avant-hier j’ai revu Mr le doyen de Gistel qui m’engage de nouveau à retourner à Bruges pour vous causer. Allez dit il pas demain, mais jeudi.
Et trouver le donc, soit chez lui, soit à l’eveque, ‘s il le jure à propre, il vous mènera auprès de l’eveque et vous verrez. En tout cas, vous aurer vos explications, on ne peut pas tous faire il vaut mieux de stubtenir de vine voixfaite donc comprendre à Mr Vanhove «que Luyckx est aux avoir et que le trouvant isolé, il espère trouver une derniere reponse dans votre départ. Je repris Je le voudrais bien, mais je ne sais trop si je pourrai m’absenter – En effect Mr le cure de Zerkegem m’avait prier de surveiller sa paroisse jusqu’à vendredi dans ces conditions et d’ailleurs me trouvant un peut estropié Je me suis décidé à écrire à Mr l’èvêque avant-hier 10e. Je lui ai communique une lettre réponse datéé du 3 mars 1883. Monseigneur Je n’ai pas cru pourru vous communique probablement cette réponse, proque son objet devait, suivant l’ordre de Monseigneur L’evêque demeurir sujet
Tras
PS me souvenir et l’occasion de la confirmation à Jabbeke à la date du 28 mai dernier   Monseigneur leveque s’adressant à mr le doyen de Gistel lui fis la partion suivante. Et rien de nouveau à Bekegem. Tout est tranquille? J’ignore  la réponse de M le doyen.
                   Cette demande fait par Mr l’evêque a été entendu, et peut communiquer au curé de Bekegem par le curé de Jabbeke. Hebien ci javais en l’homme en l’occasion de répondre à Mr l’evêque j’avais dit et depuis mon retour du prison, j’ai balayé la place. Le bon dieu m’ a secours,c’est à peine que la bande des                    donne signe de vu. Voila deux ans ou à peu près, qu’ils le sont serrés, et la corde au con. L’an prochain avec élections en octobre, Luycx également sera éliminé et sur la rue: tout sera dit et la paroisse sera sauvé pour toujours
Curé
Voila Monseigneur la vérité dans tout sa clairté et cette visite (B1883j)
  • Bekegem, 13/9/1883 (B1883k)
Aan de Bisschop van Brugge
J’attends toujours Je me dis «fiatlux de Luyckx»  et rien n’arrive ?             Je me compare à l’enfant de la fournaise C’est tout faux et je ne brule pas et ne veux point bruler. Et quoi donc? mempie pourrut avoir le pas sur le prêtre , une brebis devenir chien et loup, a le berger ne pas se défendre? Et comme agit le murmeraire, le berger pourrait laisser ravir et dispasser son troupeau? Estace donc yde, suivant la doctrine et l’example de notre seigneur. Il ( un bon curé ne doit pas donner sa vie pour le salut de toutes ses brebis? Et hors de son installation n’a-t-il pas fait cette promesse et cette promesse ne l’ a til pas confermé par un serment solemnel. Comment le fait il donc Monseigneur, qu’un hypocrite, un impu me débouche, un chien et un loup trouve de l’accès auprès de Vous pour diffomer le curé de sa paroisse? La medisance colomnee l’injustiée, ne sont-ce plus des péchés parcequ’ils sont commis par un diable incarné, par un faussiaire et un parjure, par un adultere et un corrupteur notaire en un mot par la peste de la contrée? Grand Dieu? Ou sommes nous? Et que doit devenir une paroisse quand son curé peut etre dévoré de sang froid par le monstre? Et quelle idée devra t’on s’en faire à Rome, quand on apprendra que l’evêque de ce curé aura volontairement ou involontairement fourni des armes au diable et pieté moni forte à l’enemie de Dieu? Non, non, croyer le bien Monseigneur. Ce prist pas Luycx ni son clan de……….. qui sont dignes de petié. Ce n’est pas le diable qui soit autorisée à pecher la passion, ni la bande Declercq, non plus qui puisse se prévaloir de regrets, pour la pretendre perte des amis Cette bande surtout desinne si tristement célèbre par ses abominations récentes que pas une langue ne pourrait dire ni aucune plume d’écrire. Non millefois, car si elle ouvre la bouche c’est à la Judas Ce traitre aussi vous le savez, s’ apitoyait par le sort des pauvres, et après son forfait le criminel trouvant la mort vingeresse trop sente à venir ‘sest fait à lui-même justice. Enfin, s’il est permis d’unir ces deux mots Luycx et les âmes, il nous faut direque c’est Luycx qui est corrompt, qui les croque, qui les mange et les etioore?
Ici je m’arrete s’il le faut le développement suivra. J’espère Monseigneur que ces quelques mots suffirent pour vous faire comprendre la gravité des positions que vous seigneur agréer l’hommage de mes sentiments tres respectueux
Tras
  • Aan Abbé Vanhove (B1883l,m)
Bekegem 14/9/1883
Je reviens avec confiance pour vous prier tres humlement, de bien vouloir prendre lecture de ce que suit et puis le communiqué à Monseigneur l’evêque
Hier j’ai en l’honneur, de dire un mot des aboninations récentes commis par la bande de …….. Ce mot je le consieme encore aujourd’hui et à ce propos je sens qu’il est de mon devoir de faire part à nouveau de mes inquitudes quant a la conservation et la transmission de mon école. Il est vrai que l’evêque m’a retourné comment un petit mot de reponse à ce sujet. Il a dit entre autre choses qu’il n’ya pas lieu de m’enquites parce que la proprietaire est exersivement bien disposé à faire ce qu’il lui dira. A mon humble avis, cette promesse et cette bonne disposition n’ont aucune valeur reelle ou légale, et pour ce motif je demande avec instance que – si la chose n’est pas encore faite ou fixé, Monseigneur veuille bien ne plus prendre aucun délai mais faire bate de ce procurer un titre reel et authentique
et defaut de ce faire, la déception certaine que s’en suivra, (car mon école sera immanqueablement volée) ne pourra être imputie qu’à l’evêque et de cette facon aggraver encore la masse de ses responsabilitées.
Nous le savons tous par notre experience des affaires du monde «duivelszak is nooit vol» et quand on a affaire à des forerbes et escrois comme les…. il nous faut prendre des mesures Ou les désirs et consortes du fourlec sont insatiables et l’histoire de Judas est toujours là pour nous raflaichir la manière
Trast
 
1884
  • (23/2/1884)  Klachten aan het adres van de pastoor waarschuwing 84 (B1884-1,1a)
  • Maar priester Tras was blijkbaar nog niet veel voorzichtiger geworden. In de zondagspreek van 23 maart 1884 had hij het over een erfenis kwestie die het dorp nogal beroerde. Doch hij werd door een parochiaan tijdens deze preek tegengesproken en dit in niet al te fraaie bewoordingen. Uiteraard groot schandaal in de kerk, maar was dit wel een onderwerp voor de preekstoel?
 
1885
(14/2/1885)  klachten aan het adres van de pastoor 59 (B1885-1,2)
Een anonieme brief vanuit Bekegem voor de bisschop. De bisshop schrijft aan de deken van Gistel zich ongerust te maken over de waarheid.
(17/2/1885) Aankoop van een terrein, Indien het gefundeert is wat Mr Bracq wilt,     mits aankoopprijs van 400 virgis
 
1889
doofheid van de pastoor 416/479
  • (7/11/1889)  Brief van de bisschop aan Tras. Er zijn parochianen die zich zorgen maken rond de doofheid van de pastoor
  • (14/12/1889) Brief van de bisschop over zijn doofheid
(16/12/1889)  brief hierover aan de pastoor van Westkerke, Riethaege 482  (B1889-3)
 
1896
De pastoor weigert zijn koster te betalen 107/112/137
–       (21/3/1896)  (B1896-1,1a) Brief aan de deken van Gistel, Je kwaad maken is niet gepermiteerd. Pastoor Tras moet gehoorzaam zijn aan de bisschop.
–       (27/3/1896)  (B1896-2) Brief aan de deken van Gistel. Eergisteren een brief bezorgt aan Tras.
–       (11/4/1896)  (B1896-3,3a) Brief aan de deken van Gistel. 165fr en 166,60 fr
 
1897
  • 21/1/1897  De bisschop verplicht de pastoor een coadjutor te nemen
  • 8/2/1897) Brief aan de deken Cambier van Gistel van de bisschop
De pastoor van Bekegem weigert een coadjutor , hoewel hij die zo nodig heeft. Ik heb hem beloofd dat hij hem niet bij zich moet houden. Ik schreef de minister dat hij de toelage rechtstreeks moet betalen aan de coadjutor. Hij zal 300 fr ontvangen. Maar we moeten beletten dat de pastoor zich tussen de coadjutor en de mensen die hem logies zullen geven plaatst. De pastoor moet nog 300 fr betalen uit zijn zak aan de coadjutor. Dit alles volgens de statuten. Doe de nodige stappen bij de burgemeester en hem zeggen enkel te praten met de coadjutor.
  • 13/2/1897)  De coadjutor treed in functie
  • 26/2/1897)  De bisschop stuurt de aanvraag tot subsidie van de coadjutor naar de gouverneur.
  • 2/4/1897)  De coadjutor Buyse Alphonse zal een toelage krijgen van 600 fr per jaar
1899
  • De coadjutor blijft zijn functie verder zetten in Bekegem tot min 31/12/1899
  • 19/11/1899)  Buitengewone zitting van de kerkraad om te beraadslagen over het verlenen van een toelage aan de coadjutor 280/297
1900
Vraag om uitkering aan Buysse, vicaris coadjutor 68
 
Uiteindelijk na een verblijf van, 22 jaar, overleed Ivo Tras te Bekegem, op 22 februari 1900. In zijn testament (16/2/1900) had hij voorzien in een brooddeling aan de armen na de begrafenisdienst. Het kerkbestuur en de “disch” werden elk bedacht met 750 fr. mits jaarlijks een “solemnele mis met brooddeling” zou gehouden worden.
Ivo Tras was de eerste die op het Bekegemse kerkhof begraven werd in een grafkelder (die gemetst was). De gemeente ontving daarvoor de som van 300 fr. waarvan de helft bestemd was voor het armbestuur. Tras was dus wel begaan met de armen van de parochie. Tot voor enkele jaren was het graf nog op bet noordelijk deel van het kerkhof te zien, doch bij de sanering ervan werd deze grafsteen jammerlijk verwijderd en kapotgeslagen. Thans is er nog in de kerk een epitaaf ter herinnering aan deze veelbesproken figuur.
 
Tras laat een kapel oprichten in Izegem
 
 
 
   
 
Neoclassicistische wegkapel “Trassens Kapel”
Gentsestraat 78, Izegem (West-Vlaanderen)
Beschrijving
Nr. 78/ Groenstraat. “Trassens Kapel”. Neoclassicistische wegkapel van 1858 gebouwd i.o.v. Ivo Tras cf. opschrift in de fries: “Fidelis tras kunstige pylwerker en huizenbouwer stichtte zijne kapel voor Maria Onbevlekt”. Witbeschilderde rechth. bakstenen kapel met driezijdige sluiting onder afgewolfd zadeldak en met bekronend kruis. Voorgevel opgevat als portiektrav. met rondboogdeur tussen pilasters onder hoofdgestel en driehoekig fronton met Mariamonogram. Typerende ijzeren roedeverdeling in de beglaasde deur, de waaier van het bovenlicht en gelijksoortig half radvenster in de r. zijgevel geflankeerd door pilasters. Bepleisterd en beschilderd interieur; omlopend fries met opschrift “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis” onder het verankerd gedrukt tongewelf en pseudo-straalgewelf boven het koor. Altaar achter ijzeren hekwerk met gepolychromeerd Mariabeeld en H.Hart.
  • VANDROMME A., Kapellen te Izegem, in Ten Mandere, nr. 72, 1983, p. 226. , Ten Mandere, 25 (1985)2
  • VANDROMME A., Izegem vroeger, beeld van een stad, Izegem, 1989, p. 132.
  • Thérese Grilliet zorgt al 40 jaar voor Trassens kapel (in Wekelijks Nieuws, 3/5/1985
  • LERMYTE J-M. Geschiedenis van Izegem, Izegem, Ten Mandere, 1985
  • Kapellen in Vlaanderen (titel opzoeken)
 
Oorsprong van de devotie: herinnering aan het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis in 1854
Maakt deel uit va ommegang of Processie
 
Bouwkenmerken op 27/3/2002
  • Buitenafmetingen van de kapel: hoogte 6,50m, breedte voorgevel 3,70 m, breedte zijgevel 5,90 m,
  • de muur vooraan geschilderd in het wit, de zijgevels in rode baksteen
  • dakbedekking: roofing
  • gewelf, gepleisterd tongewelf met kruisribben
  • zijramen: tweemaal halfcirkelvormig
  • marmeren trapaltaar
  • beelden: OLV (armen open op slang, blauwe mantel, ongekroond); H.Hart, Kindje Jesus van Praag, H.Theresia van Lisieux, H.Jozef met kind
  • traliewerk: van muur tot muur, 2 hekken
  • opschriften       – binnenzijde (geschilderde banderol) IK BEN DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS
– buitenzijde: (arduin) FIDELIS TRAS KUNSTIGE PYLWERKEN HUIZENBOUWER STICHTTE DEZE KAPEL VOOR MARIA ONBEVLEKT; (pleister)wapenschild met kroon La Belgique
–          versiering: kaarsen: 4 kandelaars, novenenkaars, stakandelaar
–          8 stoelen, offerblok
 
 
 
–          Buyse Alphons  coadjutor  13/2/1897 – 26/2/1900  (°Rumbeke 15/8/1872 +Elverdinghe 22/4/1940)
Priesterwijding 19/12/1896
Coadjutor in Bekegem 13/2/1897
Onderpastoor in Alveringem 26/2/1900
Onderpatoor in Ruiselede 31/12/1906
Pastoor in Zeebrugge 23/7/1923
Pastoor in Elverdinghe 18/5/1932
 
Hij ontvangt 150fr per trimester  (RABTBO143/3nr91)
Het wordt betaald aan de gemeente die het doorbetaald aan de priester
                    
 
 
 
 
  • Reynaert Edmond  26/02/1900 – 20/7/1908  (° Torhout 9/1/1845 -+ Klemskerke 2/2/1914)
 
 
            
 
 
           
 
 
 
 
 
Coadjutor in Loker 1871
Onderpastoor St Michiels Brugge 31/5/1872
Onderpastoor Alveringem 27/5/1876
Pastoor in Bekegem 26/2/1900
Pastoor in Klemskerke 21/7/1908
 
Kosten installatie pastoor Reynaert
August Proot voor versiering, kanon, poeder enz          30,55
Frans Tilleman, herb., noenmaal muziekanten                67,50
Wed Vanhee, levering sparreboompjes                         160,80
Aug Proot, schieten met kanon                                    11
Schepen Vermote, vari                                                 23,20
                                                                                  293,05fr
 
 
 
 
 
 
 
  • Declerck August  21/07/1908 – 8/8/1911. (° Koksyde 26/3/1859 +Moerkerke 4/4/1923)
Priester gewijd in Brugge 7/6/1884
2/7/1884  surveillant in het college in Nieuwpoort
30/3/1898  onderpastoor in Leisele
21/7/1908 pastoor in Bekegem
14/8/1911 pastoor in Moerkerke in vervanging van Eduard Lietaert. Seffens gestorven in Moerkerke
 
 
   
 
 
 
Na Bekegem pastoor in Moerkerke in vervanging van Eduard Lietaert (+Moerkerke 16/8/1911 (+1923)
Op 13 augustus1908 geeft hij een feestmaal voor de leden van de kerkfabriek en de gemeenteraad: “Vlaamsche lepelspijze, zalm met botersaus, leenstuk, kalfskop in schildpadsaus, lammerbout, kiekens, gebak, fruit en nagerecht”.
 
 
Dewinter Ferdinand Leo  9/08/1911 – 15.04.1939 (°Zwevegem 24/1/1861 +Zwevegem 4/9/1941)
 
Bron
–          AVP in Kroniek van Bekegem, Eernegem, ichtegem en Wijnendale en “Faro Dewinter” in Gestella jg 12 blz 75.
–          diversen
Faro de Winter was een merkwaardige figuur, de naam Faro had hij trouwens zelf uitgevonden. In Bekegem en omliggende gemeenten was hij heel erg gekend. Tot op vandaag leeft hij nog steeds voort in de herinnering van oudere mensen. Er worden nog steeds sterke verhalen over hem verteld.
Ferdinand Leo Dewinter werd geboren te Zwevegern op 24 januari 1861 als zoon van Lodewijk, klompenmaker, schaliedekker en herbergier, en van Juliana Cornelia Verheust, naaister.
 
                                          
 
Faro De Winter werd priester gewijd op 19 december 1885. Hij werd achtereenvolgens “leraar-bestuurder” van het internaat van het Sin t-Amanduscollege te Kortrijk (16/9/1885), onderpastoor op de Sint-Vedastusparochie te Menen (25/4/1900), en pastoor te Bekegem op 9 augustus 1911. Hij was toen 50 jaar en zou de parochie gedurende 27 jaar leiden. Op 15 april 1939 ging hij op rust.
De overgang van uit de stedelijke milieus Kortrijk en Menen naar het landelijke Bekegem moet voor hem enorm geweest zijn. Zelfs nog in de jaren ’30 schreef men over het dorp: “Bekegem wordt alom genoemd ‘t einde van de wereld”. ‘t Bezit maar “Eén kalsijde, groen begroeid ……” Niet verwonderlijk dat hij hier zijn tijd ver vooruit was. Hij probeerde Bekegem een “moderner” uitzicht te geven en moeide zich dan ook met de gemeentepolitiek. Vandaar dat hij tegenover de burgemeester stond zoals Don Camillo tegenover Peppone in de gelijknamige film. Zelfs tot in de gemeenteraad ging hij “in breedvoerige bewoordingen” pleiten voor onder andere het verharden van de wegen en leggen van riolen in de Dorpstraat. Op 4 november 1925 schreef hij zelfs een brief naar het gemeentebestuur”in naam van de meeste inwoners” tot het bekomen van de “spreekdraad” (telefoon) in het dorp. “Deze nieuwigheid is voor onze gemeente voor iedereen van het allergrootste belang, van een groot gemak, en schier onontbeerlijk in den tegenwoordigen tijd voor alle man die verder moet zien dan de gemeentegrenzen…” aldus De Winter. Faro schreef “spreekdraad” in plaats van telefoon want door de gebeurtenissen van de eerste wereldoorlog was hij een felle Vlaamsgezinde geworden en vreemde woorden konden dus niet.
De eerste telefoonlijn werd toen te Bekegem aangelegd.
Een ander voorstel was om de Doornhoekstraat te laten verharden met asse. Het idee kwam echter van de pastoor en kon dus niet uitgevoerd worden, of misschien was er wel ook geen geld. Een ander voorstel was om de Bourgogne- en de Waerevaart te kanaliseren zodat de firma Bekaert uit Zwevegem aldaar een draadfabriek kon oprichten. De familie Dewinter was immers erg bevriend met de familie Bekaert. Wellicht was dit een onuitvoerbaar plan. Indien dit verwezenlijkt was geweest, zou de streek er helemaal anders uitgezien hebben.
Soms beweerde men dat De Winter zijn tijd vooruit was, en eigenlijk in Bekegem niet op zijn plaats was. Men zegt dat Bekegem een plaats is waar “Christus nog niet gepasseerd” was; Op het eind van de wereld, en een eind voorbij het bord “ende beschaving”.
Pastoor Dewinter had een eigen taalgebruik. Hij kon iemand heel goed typeren. Dat kun je merken op de bidprentjes uit die periode.
–          Een haastige dood is niet te vresen, maar een haastige onvoorziene dood is te vermijden! (1924)
–          Met taaien moed ging hij, zoolang hij kon zijn korste brood verdienen op het vreemde, en was steeds verheugd als hij zijne groote familie de noodige hulp kon verschaffen, te prijze van ontberingen voor hem zelf. (1927)
–          … en trotseerde de snerpende koude des winters en de zengende hitte van den zomer, om de zorge van zijn gezin. (1930)
–          Een leven  toch zoo rap verdwenen, en al ging ‘ne mensch tot oude jaren, nog en is ‘t maar  eene schaduw die voorbijvliegt. (1931)
–          Wij kenden hem, dien ouden, grijsgedaagden, dien fellen, goeden, welgezinde man, dien blijden ouderling, dien edelen, onversaagden, dien christen mensch die leefde een eeuw bijkan. (1932)
–          Een kloeke man van eertijds is verteerd door de ziekte, zoodat er letterlijk schier niets meer overschoot van dat vroom lichaam; en dat hij mocht zeggen met den man Job: er is mij  niets overgebleven tenzij beenen en vel. (1938)
–          Gelukkig in zijn huwelijk, vlijtig, neerstig, welgezind, vol hope voor de toekomst zoo was Frederik, met negge naar het werk… (1938)
Zijn moeder Juliana Verheust woonde bij hem in, samen met z’n huishoudster Godelieve Storme. Op 15 december 1922 werd zij 100 jaar. Zij werd geboren te Zwevegem op 15/12/1822 en was de wwe van Louis Dewinter. In 1923 werd zij uitgebreid gevierd. Voor “metje van de pastoors” werd een feeststoet gehouden. Naar aanleiding van de feestelijkheden werd een brochure uitgegeven, waarschijnlijk samengesteld door pastoor Dewinter. “Metje van de pasters” leefde nog drie jaar verder. Op 13 januari 1926 overleed ze te Bekegem. Op zijn eigen bidprentje staat volgende tekst geschreven: “Hij was de steun van zijner moeder, al de dagen van haren zeer hoogen ouderdom, op hem passen de woorden van St Augustinus: mijne moeder verzekerde mij dat zij over mij tevreden was, om de diensten die ik haar zoo geerne bewees. Zij noemde mij haren goeden Engel, en zij zeide mij dat er mij nooit een woord ontsnapt was waardoor ik haar eenig verdriet hadde aangedaan…”
Het gedicht van haar bidprentje is door Faro Dewinter zelf geschreven in het Algemeen West – Vlaams van die tijd, de taal van Guido Gezelle.
 
Hetgeen waarvan de droeve menschen
altijd klagen hier benêen
‘tGeen waarnaar zij ’t meeste wenschen,
hebt gij honderd jaar geleen.
 
Maar weer m’oud wordt en grijsharig
weer onmondig kind verscheidt.
Gij wierdt honderd-en-driejarig,
schilt het iets in d’eeuwigheid?
 
Zeg, wat hebt gij meer verworven
mocht gij in den hemel gaan.
Als het kind met u gestorven
en naast u in ’t graf gedaan?
 
Jaren, maanden, dagen, uren,
ware ’t honderd, duizend jaar.
Zijn, bij Gods oneindig duren,
of het niet een stonde en waar
 
Onder zijn herderschap werd het St Pieters Liefdewerk opgericht in 1922.
De Winter was ook actief met een toneelgroep die succesvolle opvoeringen hield in zaal Alhambra (het oude schoolgebouw in de toenmalige Roxemstraat, hoek Bevrijdingsstraat en Zilverstraat) en zelfs in meerdere andere gemeenten. Zelf was De Winter de regisseur en soms ook de tekstschrijver. Begin jaren ’30 schreef Faro De Winter een paar toneelstukken “Lourdes in ‘t jaar 1858” en “Sint-Laurentius”. Zelf had hij toen een reis naar Lourdes ondernomen. Hij is verder nog bekend om zijn hagiografie (heiligenleven als literair genre) “De Heilige Laurentius” (zonder jaartal) en om een gedialogeerd verhaal over Lourdes in het jaar 1858 (1986) uitgegeven bij Deleu- Loncke te Menen. (zie Biekorf 1932 nr2)
In 1928 opende Medard Vande Walle- Van Poucke een nieuw café nabij de kerk. Het was pastoor Dewinter die er een naam aan gaf. Het werd “De Blauwvoet” en bleef zo tot eind 1964 bij de stopzetting.
Faro was ook in de hele streek gekend en berucht voor zijn zondagse preken. Dikwijls moest de plaatselijke politiek het ontgelden. Door z’n gedurfde taal kreeg hij meer dan eens de “landsknechten” zoals hij rijkswachters noemde, over de vloer, wat dan weer aanIeiding gaf om de volgende zondag daarover iets te zeggen. Zo kreeg hij eens na de mis bezoek van “de landsknechten” in verband met zijn uitlatingen van enkele weken voordien in zijn preek. De week erop vertelde hij zijn ervaringen met de rijkswachters. Hij liet niet na te vermelden dat ze van zijn sigaren hadden gerookt en van zijn jenever hadden gedronken. Het gevolg was dat hij na de mis opnieuw bezoek kreeg.
Ook van het gemeentebestuur had hij geen te hoge dunk. Bij een huldiging had hij boven de voordeur van de pastorie volgende spreuk gehangen:
“Zeven ezels en één mulet”
“Dat is de Bekegemse wet”
Daarmee bedoelde hij het gemeentebestuur en de veldwachter.
Van ver uit het omliggende kwam men naar Bekegem om naar zijn preken te luisteren. Echter, wanneer Faro te veel vreemden in zijn kerk zag begon hij er niet aan … .
1936 was voor pastoor Dewinter en voor Bekegem een heel bijzonder jaar. Een drievoudig jubileum werd gevierd: Faro De Winter was toen 50 Jaar priester, hij was 25 jaar te Bekegem en zijn St Amanduskerk was 300 jaar oud. Op 25 augustus 1936 werd toen een historische stoet gehouden die de geschiedenis  van het dorp uitbeeldde. “ De bijzonderste straat is met dennenbomen dicht geplant, kransen en guirlandes en driekleurige vlaggen waarmede alle huizen versierd zijn getuigen van de eensgezindheid waarmede dit jubileum wordt gevierd “ schreef men in de krant van toen. Priesters uit alle omringende parochies alsook deken Bruneel uit Gistel, meerdere politici uit de provincie, industrieel Bekaert uit Zwevegem, Dr Specialist DeWinter uit Brugge enz, waren naar Bekegem gekomen om mee hulde te brengen aan Faro Dewinter.
Op  15 april 1939 ging Faro Dewinter op rust in zijn geboortedorp Zwevegem. Hij was toen al 78 jaar geworden.
Faro Dewinter overleed aldaar op 4 september 1941. Op zijn rouwprentje staat een geschreven portret van hem voor de mensen van Bekegem. “Ik was mensch, dus had ik mijn gebreken, doch gij weet hoe gemakkelijk ik de uwe vergat: gij weet hoe ik u toegenegen was voor uw tijdelijk en geestelijk welzijn“.
 
 
50 jaar priester, 25 jaar pastoor te Bekegem, 300 jaar kerk
 
 
 
                                            
 
                               
 
(naar Standaert 27/8/1936) De reporter van dienst verwoorde de gebeurtenis op een lyrische wijze.
 “Het drievoudig Jubelfeest te Bekegem bij Brugge”
Voor wie de platte Vlaamsche streken niet goed kent, kan de kleine gemeente Bekegem als een ware ontdekking beschouwd worden. Langs Varsenar en jabbeke, dieper nog in het veld dan het sportieve Zerkegem ligt het midden veld en wel, badend in zon en licht; de late zomer heeft aan de natuur een zelden gekende rijkdom geschonken.
Van zohaast wij Zerkegem verlaten, duiden ond de met vlaggen en wimpels versierde huisjes en wegen dat er iets uitzonderlijks op touw is. Wij moeten niet ver loopen om te vernemen dat Bekegem heden een prachtig drievoudig jubileum viert;
Zijn lief kerkje dat daar midden een rijke krans boomen genesteld ligt werd over driehonderd jaar ingehuldigd. De inwoners der streek wier gehechtheid aan ’s vaderen geloof wel gekend is hebben eraan gehouden die verjaring plechtig te vieren. Maar benevens dit, wordt ook Bekegem’s herder luisterrijk gevierd. Het is inderdaad vijftig jaar geleden dat de E.H. Ferdinandus Dewinter te Brugge priester gewijd werd, en heden ook juist vijf en twintig jaren geleden dat Mgr de Bisschop van Brugge hem het duizend zielenrijke Bekegem toevertrouwde.
Te dier gelegenheid heeft het dorp een feesttooi aangenomen. De bijzonderste straat is met dennenboompjes dicht beplant; kransen en guirlandes, leeuwen- en driekleurige vlaggen, waarmede alle huizen versierd zijn, getuigen van eensgezindheid waarmede dit driedubbel jubileum in de streek gevierd wordt. Uit al de omgevende dorpen zijn talrijke vrienden opgekomen om het hun bij te dragen aan de hulde der parochianen. Wij merkten op de Z.E.H. Bruyneel, deken van Gistel, de EE.HH. pastoors van Vladsloo, Ettelgem, Westkerke, Zerkegem, Eernegem, Oudenburg, Bissegem,  en Middelkerke. De hh. Dewinter, Beekaert en Cyriel Van Damme, provinciale raadsleden, Verougstraete, provinciale griffier, Carreer, uit Brugge.
Om half tien werd de jubilaris door de kinderen uit de knechtjes- en de meisjesschoolen, onder geleide van hun meesters en voorafgegaan door de harmonie van Oudenburg, vergezeld van de pastorij naar de kerk, waar de jubilaris zelf de solenneele mis zong. Hij was bijgestaan van de EE. HH.Butaaye en Desmet. Na het evangelie sprak de E. Jubilaris een prachtige kanselrede uit waarin hij de betekenis van de priesterlijke roeping onderlijnde, die wordtsamengevat in drie woorden: onderwijzen, leiden en beminnen. Verder bedankte de spreker de Allerhoogste voor de talrijke weldaden gesproten uit de stichting van het heiligdom dat aan de H Laurentwijd is. Hij herinnerde aan het leven van de patroon der gemeente om deze als voorbeeld te stellen van kloekmoedigheid en standvastigheid in het geloof; Hij eindigde met de zegenGods af te smeken over Bekegem.
Na de mis werd een gastmaal opgediend tijdens htwelk voorgedragen werden “De priester” en “Het stroo kruisje voor het sterfhuis” van Guido Gezelle, en “De pastorij” van Helena Swarth.
Om vijf uur ging een prachtige stoet uit die in oogenschouw genomen werd door de overheden. Hij was samengesteld uit herinneringenaan de geschiedenis der parochie, aan de levensbaan van de E.Pastoor en uit een liturgisch deel dat het leven van de Zaligmaker verbeelde
Waarachtig een heerlijke dag voor Bekegem. Laat ons maar met de parochianen van E. Pastoor Dewinter uitjubelen: “We wenschen U nog vele jaren.”
 
 
 
 
 
“Tria fluxerunt secula ecce adsumus” (Dit huis zag drie eeuwen snel voorbijgaan) Dit opschrift werd door de zusters boven de kerkdeur opgehangen. Pastoor de Winter vertelde aan wie het horen wilde :”da zien mien nunnen”
 
 
 
 
 
 
 
Kinderen met bloemen en wensen, zuster Hieronyma zorgt dat alles in orde geschiedt.
 
 
 
 
 
 
 
Vlnr: ?, ?,  Leon Bekaert, ?, Faro Dewinter, Arthur Dewinter, ?
 
 
De menukaart
 
En smakelijk.
 
“Ne pekeltongsken juist op tijd
En wel bemoesd, geeft appetijt.
 
“Ne lepel, zegt de arts, al’ ure,
Hier meer, want t’ zou te lange duren.
 
Uit d’oude roode zee gevischt,
En op zijn vlaamsch hier opgedischt.
 
Bekroond met allerlei gewas,
Komt ’t lendenstukske wel te pas.
 
En ’t kraaierke met jonge sla
Zal dienenvoor de laatste pla.
 
Beegem’s besten boterbak,
smekt er aan op het gemak.
 
Fruit, of zwart, of geel, of groen,
Om aan uw maagske deugd te doen.
 
Met soms een teugske goeîen drank
Is ’t tijd van scheên, en god zij dank.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het gebeurde dat pastoor Dewinter op bezoek kwam bij de familie Jozef Decoster: “Piete nenje, zet je eens op mijn knie”. Toen de meisjes op zijn knie zaten voelden ze zijn dikke buik in hun rug. Hij kwam altijd voor de St Pieterspenning. (Aldus Margaretha Decoster)
Hij was tegen de Cobbaerts
Hij speelde met het idee de vaart te verbreden en een fabriek te laten zetten in Bekegem
 
Zijn meid in Bekegem Leonie Devolder (°Zwevegem 27/1/1858) zie doodsbrief
De pastoor hield veel van kinderen en stimuleede hen om verder te studeren wat toen bij de jeugd van Bekegem zeker niet gebruikelijk was.(in 1923 bv werden niet minder dan 16 gezinshoofden veroordeeld wegens het niet naleven van de schoolplicht)
 
 
 
          
 
Is dit van Dewinter (gevonden in Archief van Pittem)
Nu op ’t gemeentehuis staat uw troon
Regeer er rustig land en woon
In liefde, vree, rechtvaardigheid
Tot vreugd en welvaart der gemeenzaamheid.
 
 
 
TBO143-3 nr 72
Gemeenteraad
Zitting van 25/9/1923
  • Onkosten van de jubelstoet van 19/8/1923
Door de parochianen rondgehaald 1391,75fr, daarin begrepen 176 fr van de verkochte sparren. De onkosten belopen 2771,75 fr. Dus 1380fr tekort. Voorstel van Karel Pascal om op kermisdonderdag een schone velokoers te doen plaats hebben  uitsluitelijk voor de parochianen (als bewijs voor de dankbaarheid voor de hulde welke de inwoners aan dit feest bewezen hebben
  • Herstellen schilderijen, zal kosten 1172,60fr. De kerkraad geeft haar goedkeuring.
TBO143-3-91
18/8/1912
Vraag van pastoor Dewinter aan de minister van wetenschappen en kunsten om alhier een volksbibliotheek in te richten. Het gemeentebestuur geeft commentaar aan de arrondissementscommissaris:”Wij hebben reden te geloven , Mijnheer de Commissaris, dat deze inrichting veel niet zal bijbrengen aan de verachterde bevolking onze gemeente die slechts over zeer gering geldmiddelen kan beschikken. Kort erachter staat er nog iets
 
 
Noppe Cyriel(19/4/1939 – 08/1946) (°Ardooie 27/7/1885 +Pittem 21/5/1959
 
Priester gewijd op 17/5/1913
Professer in St Jan Berchmanscollege in Avelgem 20/12/1913
Onderpastoor in Pittem 18/10/1914
Pastoor in Bekegem19/4/1939
Pastoor in Tieghem 16/8/1946
Dimisit 20/9/1955
Directeur St Janshospitaal Wervik 22/9/1955
Rustend pastor in Pittem
 
De pastoor die tijdens de tweede wereldoorlog parochieherder was van Bekegem trok met de Duitsers mee, en zo zat Bekegem voor een tijdje zonder priester. In 1946 werd pastoor Nys dan uiteindelijk aangesteld als pastoor van de Sint-Amandusparochie.
Cyriel Noppe was van boerenafkomst. Zijn zuster woonde bij hem. Ze kon heel goed confituur maken. Misschien was die confituur soms wel een beetje straf. In ieder geval was de afvalverwerking bij Cyriel daardoor af en toe verstoord. (naar Decoster Margriet in september 2013)
 
          
 
  
 
 
  • Nys Valère  (30/8/1946 – 4/09/1950) (°Espierres 11/4/1896 + Moeskroen 6/8/1969)
Priester gewijd op 21/5/1921
Leraar in het college in Poperinge 13/9/1920
Onderpastoor in Beveren aan de IJzer 24/8/1926
in Le Tuquet 30/4/1930
In S Bartholomeus Moekroen 28/7/1937
Pastoor in Bekegem 30/8/1946
Pastoor in Herseaux Saint-Maur 5/9/1950 (tot +?)
Ontslag 12/4/1961, p. em. Dottignies, Rue Alphonse Poullet 19
12/5/1949 Mr Nys en English bezoek Zerkegem remonstrans (archief Pittem)
Meid Mignon Cecile
 
 
 
 
 
              
 
 
 
 
E.H. Nys nabij de achterzijde van de pastorie                           Bij zijn aanstelling
 
 
 
 
                       
 
 
Hij breidde de St. Laurentiusschool uit met een klaslokaal in het verlengde van het schoolgebouw en vernieuwde tevens het houtwerk van de school en de speelplaats.
 
  • Vander Stichelen Gilbert (5/9/1950 – 8/6/1955) (°Bissegem 02.09.1902 +Brugge op 21.08.1971 om 13u30)
 
 
  
 
       
                                                           Foto 1955
  
 
 
 
Bron “Ons Gildeblad” contactblad voor de doven en oud-leerlingen aan het instituut Spermalie, sept 1971
Gilbert Van der Stichele werd geboren te Bissegem op 2 september 1902. Hij was de zoon van vlashandelaar Joseph en Julie Callens.
Hij studeerde aan het St Amanduscollege in Kortrijk tot 1921. Na 2 jaar wijsbegeerte in Roeselaere en 4 jaar godgeleerdheid te Brugge, werd hij op 17/12/1927 priester gewijd. Reeds enkele maand voordien (20/9/1927) was hij leraar benoemd bij de dove jongens in de school Spermalie in Brugge. Vanaf de eerste dag gaf hij zich met hart en ziel voor het welzijn van de doofstommen. Op korte tijd leerde hij de gebarentaal. Hij nam de taak op zich van proost. Vanaf 1931 reisde hij gans West Vlaanderen door in opdracht van de West Vlaamse maatschappij voor doofstommen. Tijdens de jaren dat hij proost was zorgde hij voor het maandelijks onderricht van de oud leerlingen.
In 1935 werd door zij toedoen een nieuwe feestzaal, tevens turnzaal, en klassen opgericht, dit was de aanloop voor de latere vernieuwingen.
In 1936 werd Navekados gesticht (Nationaal Verbond der Katholieke Doofstommen). Ook hiervan was hij proost.
In 1936 vierde het instituut zijn honderdjarig bestaan.
Hij was de grote bezieler om te tonen aan de buitenstaanders welke vruchten de opvoeding en het onderwijs van de doven kon afwerpen, door tentoonstellingen enzomeer.
Hij was de oprichter en opsteller  van de kosteloze maandschriften “Ons Gildeblad” voor de Oud Leerlingen (in 1931 gesticht) en “Stille Jeugd” voor de leerlingen van het instituut Spermalie(in 1936 gesticht).
Onder de oorlog (11 november 1940) werd EH Vander Stichele benoemd tot directeur in St Jozefs Vrije Vakschool te Kortrijk. De leerlingen van de doven en blindenschool Spermalie boden een afscheidfeestje aan. Mr Vander Stichele wist van niets. Het was een totale verrassing.
Vanuit Kortrijk gaf Gilbert Vander Stichele op 24/11/1940 een reactie op het afscheidfeest. Hij schrijft:
“Die avond hebt gij mij zoveel bewierookt dat ik wat bedwelmd was en maar half en half wist wat zeggen. Daarom doe ik het nu schriftelijk. Eerst en vooral dank… duizendmaal dank voor uwe genegenheid en uwe geschenken. Ik weet waarlijk niet waar ik dat alles verdiend heb. Heb ik misschien een en ander gedaan op school, dan was ik steeds onmiddellijk beloond bij het zien dat het U aangenaam was. Want weet het wel, er is geen grotere vreugd en blijdschap dan iemand blijde te maken. Mijn  Beloning was dus uw blijdschap en ook uw vooruitgang in wijsheid en deugd.
Dit was U misschien niet genoeg. Gij hebt mij twee kunststukken gegeven, een kazuifel en een bronzen Kristuskop. Het  eerste wordt bewaard in de sacritie, dat zal mij steeds op U blijven denken als ik de H Mis begin. Het tweede bewaar ik in mijn studiekamer, als een blijvende gedachtenis aan de schoonste dagen in mijn leven. Ik dank God dat die dagen zo lang geduurd hebben en dat ik die dagen mocht doorbrengen tussen U allen….. .
In 10 jaar tijd bracht hij het aantal leerlingen van 335 tot 1300. Ook de gebouwen hebben er onder zijn leiding heel wat uitbreiding ondergaan.
 
Op  5/9/1950 werd hij pastoor benoemd in Bekegem. Zijn aanstelling tot pastoor van Bekegem gebeurde door Z.E.H. deden Brys van Gistel op 24 september 1950. Ter dezer gelegenheid bood E.H. Vanderstichelen een lunch aan in het Gasthof Gravenhof te Gistel. Het menu bestond uit opgevulde pastei, rosbeef in groentenkrans, croquetten, gebak en koffie.
“Menhère paster” wist algauw ook de harten van de Begemnaren te veroveren: “Met zielen in nood, met een defecte auto, met een tracteur die stilgevallen wasop het veld, met alles wist hij raad”.
In een ludieke “feestvespers”, voorgedragen door “Petrus en Paulus” te Bekegem op het feest van van de H Gilbertus in 1955 (20 februari), werd één en ander opgesomd van wat Mijnheer Van der Stichele in de korte tijd van zijn herdersambt…… .
 
Na de dood van bisschop Mgr Lamiroy werd hij op 9/6/1955 door Mgr Desmedt benoemd tot directeur van de beroepsschool voor doofstommen en blinden in de Snaggaertstraat in Brugge (Spermalie), in opvolging van Kan D Demeester. Na 15 jaar was hij terug op de school Spermalie.
. In 1961 werd hij algemeen directeur van het instituut en bleef het tot zijn dood
 
Een van zijn eerste verwezenlijkingen was het invoeren van een parochieblad die de naam “Tam-Tam” mekreeg Met de Tam-Tam werd ook het nieuws verspreid.
Door E.H. Vanderstichelen kwam er een nieuwe “Alhambra” op de speelplaats met alle toebehoorten. Inzegening 16/3/1952
 
  • Van Overbeke Godfried  15/6/1955 –29/7/1959 (°Oostrozebeke16/12/1901 + Ieper 18/4/1985)
 
 
 
Priester gewijd op 11/6/1927 in Brugge
Onderpastoor Risquons-tout 20/9/1929
Onderpastoor Engels Klooster Ingelmunster 5/3/1932
Directeur “Zusters van Liefde” hospitaal Kortemark 13/8/1945
Pastoor Bekegem 15/6/1955
Pastoor St Elooiswinkel 30/7/1959
Ontslagnemend 12/1/1968
Begrafenis Ieper St Pieters 25/4/ 10u30
 
  
 
  
 
 
 
De plechtige aanstelling gebeurde door de deken d’Hoore van Gistel, op zondag 17 juli om 14u30. De erewijn werd nadien aangeboden in de zaal “Alhambra”
Zijn voornaamste realisatie was de installatie van een nieuwe bibliotheek in de Alhambra. Deze werd beheerd door de zusters.
In St Elooiswinkel was hijn de bezieler van de bouw van 6 nieuwe klasen voor de jongensschool, een overdekte speelplaats en een eetzaal, het moderniseren van de meisjesschool, schilderwerken en centrale verwarming.
Bij zijn ontslag werd door de gemeente een afscheidreceptie aangeboden
 
  • Gadeyne Ferdinand 11/08/1959 – 06/03/1968 (°Beernem 23.05.1910 +Brugge 14.11.1973)
 
 
 
  
 
Na zijn aanstelling in Pervijze
Z.E.H.Gadeyne liet uit dank 3 heilige missen opdragen voor zijn gewezen parochianen, uit dank voor de genegenheid hem betoond.
Hij werd bedankt voor het goede op de parochie gesticht: de chiro, de vrouwenbond, de club van gepensioneerden.
Gedurende zijn ambtstermijn was er een honderdjarige, priesterwijding en 3 eremissen en een welgeslaagde roepingsdag
Hij werd bedankt om de verbetering in de kerk: de verwarming, het nieuw altaar.
  
 
De aanstelling gebeurde op zondag 30 augustus 1959. Eerst was er een stoet die om 2u30 vertrok; Daarna gebeurde de aanstelling door de Heer D’Hoore, deken van Gistel. Daarna was er een eenvoudige lunch in de zaal van het klooster voor de genodigden.
De stoet zie Gadeyne3
 
 
  
 
 
Priester gewijd op 22/12/1934
Leraar aan het St Vincentius college te Ieper (13/09/1934)
onderpastoor te Wijtschate (24/04/1939)
onderpastoor te Ieper Sint Pieter (08/09/1943)
onderpastoor te Ardooie (28/04/1947
Pastoor in Bekegem 11/8/1959
Pastoor in Pervijse 6/3/1668
Hij neemt ontslag met verblijf in Varsenare 29/10/1971
 
Deschodt  Michael  22/3/1968 – 30/11/1981 (°Westvleteren 27.08.1915 + Roeselare 4/7/1996)
 
   
 
Zoon van Amand en Marie Cornette, college in Poperinge
20/4/1941 priesterwijding
21/5/1941 onderpastoor in Kemmel
5/9/1950 onderpastoor in Leffinge; Eén van zijn initiatieven aldaar was de bouw van een parochiecentrum.
22/3/1968 pastoor in Bekegem
30/11/1981 Omwille van gezondheidsredenen nam hij ontslag. In januari 1982 kwam hij in Beveren- Roeselare wonen, hij verblijft in de Beversesteenweg 462, hij was er mislezer in het klooster.
Al de jaren van zijn apostolaat werd hij gevolgd door zijn huishoudster Maria. Zij kwam na de dood van zijn moeder in Kemmel bij hem inwonen. Naar het eind van zijn leven kreeg hij ademhalingsmoeilijkheden.
Begrafenis 10/7/1996 in Beveren Roeselare
 
 
 
 
Het kleine Bekegem bewees andermaal dat het verstand heeft van installaties, of het nu een nieuwe pastoor of burgemeester isIn massa waren de Bekegemnaars opgekomen om samen met de talrijke Leffingenaars, de EH Deschodt welkom te heten. Er was inderdaad een sterke delegatie “ouden van dagen” uit Leffinge onder leiding van pastoor Versteele.
Aan de grensscheiding met Zerkegem werd de nieuwe herder opgewacht door leden van de kerkraad, gemeentebestuur en bestuur van de COO. Voorafgegaan door de muziekgilde “De Ware Vrienden “ uit Eernegem en de kinderen der plaatselijke scholen; benevens de vlaggen der verenigingen van Bekegem en Leffinge ging men naar het gemeentehuis, waar de herdersstaf werd overhandigd. In optocht ging het dan kerkwaarts waar de nieuwe pastoor de H. Mis opdroeg voor zijn parochianen; De plechtige aanstelling gebeurde door deken Ghyselen uit Gistel, die tevens de kanselrede hield.
In de kloosterzaal tenslotte had een maaltijd plaats waarop verscheidene sprekers de nieuwe herder in de bloemen zetten en hem bij zijn nieuwe parochianen introduceerden. Afgaande op de goede faam die hem reeds voorafging, heeft Bekegem het getroffen, want de heer Deschodt werd ons voorgesteld als een herder uit de duizend, joviaal manen zeer sociaal voelend. Zo iemand moet het met de Bekegemnaars goed stellen.(naar een krantenartikel
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rooryck  Gilbert 31/01/1982 – 1998 (°Hoogstade 15/1/1930
Pastoor Bekegem Zerkegem 16/5/1985
Verhuist naar Zerkegem 19/12/85
Hij werd geboren in Hoogstade op 15/1/1930 in het bekende landbouwersgezin Rooryck-Debaecke van de Collaerthille. Hij liep college in Veurne. In 1949 trok hij naar het semenarie. Hij werd in 1955 priester gewijd een was verder gedurende 4 jaar leraar latijn, wiskunde en frans in het OLV college Oostende. Toen Oostende in 1959 een bijafdeling werd gesticht in Gistel werd hij als directeur benoemd.
Op zondag 31/1/1982 werd hij plechtig ingehuldigd als pastoor in Bekegem. De nieuwe herder werd, in gezeldschap vandeken Ghyselen van Gistel en zijn twee getuigen-familieleden, pastoors Rooryck (rustend pastoor te Esen Diksmuide) en Van Zeir (oud direkteur van het OLV college te Oostend), aan de grensscheiding Zerkegem – Bekegem, verwelkomd door een afvaardiging van het gemeentebestuur van Groot Ichtegem. Burgemeester Debreuck liet zich vertegenwoordigen door eerste schepen Lionel Degoe. Ook Vanhee, als voorzitter van de kerkraad, en andere notabelen waren aanwezig. Met de auto’s ging het dan naar het gemeentehuis van Bekegem. Aldaar werd een stoet gevormd met het muziekkorps “Eendracht en Kunstliefde” uit Gistel, vlaggen der Bekegemse verenigingen alsook talrijke uit Gistel, schoolkinderen, Bekegemnaren, prominenten en de geestelijkheid.
In de volgelopen parochiekerk werd de aanstelling verricht door deken Ghyselen. Nadien werd in de zaal Alhambra een receptie aangeboden waarbij aan de nieuwe pastoor bloemen en geschenken werden aangeboden. (bron Brugs handelsblad en Nieuwsblad)
In oktober 1+984 wordt Rooryck aangesteld tot administrator in Zerkegem. Daar was Joris de Vrie pastoor sedert 1+948. Hij legde de beslissing van het bisdom naast zich neer en tekende beroep aan bij de paus. Dit werd verworpen
Op 20 mei 1985 werd Gilbert Rooryck ingehuldigd als pastoor van Zerkegem. Voortaan zou hij 2 parochies bedienen: Bekegem en Zerkegem. Hij verhuisd naar Zerkegem op 19/12/1985
Gezien de parochie Zerkegem meer inwoners telde dan Bekegem verhuisde Rooryck naar Zerkegem. Eind 1985 kreeg hij in de persoon van aalmoezenier Raf Dely  een priesterlijke hulp in Bekegem (1986-1990). Na het vertrek van Dely  kwam EHGerard Vermeylen hem helpen in de bediening van de Bekegemse parochie (1990-1998).
Enkele gebeurtenissen uit die periode:
1986: viering van 350 jaar heropbouw van de kerk.
Oprichting van een missienaaikring
Oprichting van de Chiro. Dit was het werk van de “padre” of Raf Dely.
Opstarten van het dossier om het geklasseerde en historische Van Peteghemorgel te restaureren. Dit ging niet door. In Brussel gaf men hiervoor geen goedkeuring.
Begin 1998 gaf Gilbert Rooryck zijn ontslag als pastoor van Bekegem. Op zijn 68 jaar wilde hij het wat rustiger aandoen. Zonder Bekegem zal de taak om in Zerkegem pastoor te zijn een stuk lichter uitvallen.
Na het ontslag van Rooryck blijft Gerard Vermeylen de bediening van de parochie waarborgen.
 
 
 
De padre (Raf Dely)
 
  
Geboren in Lichtervelde in 1928
Priester gewijd in 1955
Leraar in het klein Semenarie te Roeselare
Gedurende 10 jaar parochiepriester op de H Hartparochie te Roeselare
1978 legeraalmoezenier in Lombardsyde
Eind 1985 werd hij weekendpriester in Bekegem waar hij begin 1990 nog steeds woont. In korte tijd maakte zijn joviale aanpak hem bijzonder populair in Bekegem. Hartelijkheid was één van de stokpaardjes van de padre. In bekegem laat hij een nieuwe pastorale wind waaien. Zo was de kerstviering van 25/12/1989  een waar succes. Een levende kerststal, kompleet met ezel en schapen, zorgden voor een ware kerstsfeer in het kleine kerkje van Bekegem. De kerk zat afgeladen vol. Maar ook op andere zondagen kwamen mensen van buiten het dorp de mis bijwonen, om van het uitzonderlijk preektalent van “de padre” te genieten (De Zeewacht 5/1/1990 Koenraad Vandenbussche)
1/1/1990 provincie aalmoezenier van West Vlaanderen.
April 2000 eervol ontslag als pastoor van de federatie Pervijse en benoemd als algemeen directeur van de zusters van de H Kindsheid in Ardooie
 
Gerard Vermeylen (°Drongen1/10/1927 + Assebroek 29/9/2005)
20/12/1952  priesterwijding te Brugge
Medepastoor te Oostende H Hart
Pastoor te Brugge St Michiels St Godelieve
Pastoor emeritus te Bekegem vanaf 1990 tot 1999?
 
  • Raf Dely (1986 – 1990) (Hulppastoor)
 
 
 
 
 
  • Gerard Vemeylen  (1990 –1998) (hulppastoor)
  • Ludwig Verhelst (1998 – … (Federatie-moderator)
  • Gerard Vermeylen uittredend onderpastoor Bekegem (?)1999
  • Foulon Andre (1998-
 
Priesters in Bekegem geboren
Leopold Storme °Bekegem 11/8/1870 + Elverdinghe 8/6/1929
19/6/1894         Leraar college Menen
31/10/1900        onderpastoor Elverdinghe
8/1/1920           pastoor Elverdinghe
9/6/1929           schielijk overleden
 
 
 
     
  
 
 
Verplancke Raf
Werd door Monseigneur De Smedt in het klooster “Groenhove” te Torhout tot priester gewijd op 28 maart 1965. Hij vierde zijn eerste Eucharistie op 25/4/1965 in de parochiekerk te Bekegem.
Christus-Koning (2013)
Raf Verplancke
Leopold I-laan 91
tel. 050 32 03 22
fax 050 33 03 22
raf.verplancke@belgacom.net
 
 
Storme Marcel
 
  
 
Pater Storme werd in 1921 geboren te Stalhille. Na zijn priesterwijding behaalde hij in 1950 aan de Gregoriana te Rome een doctoraat in Missiologie. Vertrok naar Kongo op 19 september 1950. Eerst was hij leraar aan het klein seminarie in Bokoro, Mai Ndombe, en nadien professor aan het scholasticaat CICM in Katoka, Kasayi. Na 8 jaar missieleven werd hij naar België teruggeroepen en benoemd tot professor in de CICM huizen van Leuven, Scheut en Jambes, van 1958 tot 1969. Was lector aan de KULeuven van 1969 tot 1974. Zijn laatste levensjaren besteedde hij aan studiewerk in Leuven en Rumbeke. Stierf in Roeselare in 1986.
 
De Gryse Omer (1913-2002)
°Eernegem 1/8/1913 zn van Charles en Gabriella Vandenbroucke +Sint – Pieters – Leeuw 11/8/2002
Missionaris, theoloog en missioloog
Domicilie
Zavelstraat 60 3200 Kessel-Lo
Missiehuis van Scheut, Klein-Bijgaardenstraat, 27a; 1600 Sint Pieters-Leeuw
1931 binnengetreden bij de missionarissen van Scheut en studeerde theologie aan de Gregoriana in Rome.
Priesterwijding te Scheut 2/8/1937
1938-1946 doceerde eerst filosofie en later theologie aan de studiehuizen van zijn congregatie
1947-1957 verblijft in het bisdom Lisala in Zaire
In 1957 verkozen tot vicaris – generaal van de orde
In 1961-1967 benoemd door Rome tot Algemeen Overste. In dze hoedanigheid nam hij deel aan het Concilie Vaticaan II (1962-1965) en was hij betrokken bij de redactie van het missiedecreet. In 1967 werd hij lid van het secretariaat voor de eenheid in Rome en in hetzelfde jaar werd hij directeur van het congregationeel missiecentrum voor studie en documentatie Euntes. Gedurende vele jaren (van 1969 tot 1983) doceerde hij missiologie aan de K.U.Leuven. Vijftien jaar lang (1971-1986) bekleedde hij de functie van Nationaal directeur van de Pauselijke Missiewerken (Missio) in Belgie.
Hij schreef vele boeken en artikelen hoofdzakelijk over het religieuse leven en over missieproblemen. Zijn voornaamste werk verscheen in 1948: “Chritelijk Humanisme (2delen). Daarna volgde nog een grootn artikelen in verband met missie en evangelisatie. Zijn laatste boek “De interreligieuse Dialoog. De Aziatische kerken toonaangevend” verscheen in 2000.
 
 
 
Kindt Philimond
broeder marist in Pittem (1962)
°Bek 24/11/1894 fs Henri en Demeulenare Eugenie
Broeder Mariste, woont Aarlen (rond WOI)
 
 
Logghe Alfons
broeder marist Pittem 1962
 
 
 
Bouba G. salesiaan St Denijs-Westrem (1962
Kortrijk college. In deze twintig jaar kende het Don Bosco-huis onder de directeurs G. Bouba (1963-1971)
+12 mei 2001 Gerard Bouba (88),
salesiaan
Dekeyser Gerard
Semenarist in 1962
 
 
 
Taecke V
Semenarist in 1962
 
Depoorter Constant is kloosterling, militie 1913
 
 
 
De pastoor
De boodschap die de pastoor verkondigde was in hoofdzaak de volgende: Angst voor God die alles zag, hoorde wist en oordeelde.
 
Begrafenisdiensten
Ingeval van pestoverlijdens gebeurde het dat de kerkdienst soms meer dan 3 maand later plaats had. Een verordening verbood in tijden van pest dat de mensen zich verder dan een mijl (1400 roe) van de kerktoren mochten verwijderen.
 
 
De pestmissen
De pestepidemieen beinvloedden op diepgaande wijze  de mentaliteit van de bevolking. De kerkelijke overheden stelden alle rampen voor als straffen van God voor de zondige levenswandel van de mens. De pest of “de contagieuse syekte had in de 17e eeuw diverse opstoten gekend waarvan de laatste in 1669. Vanaf 1660 tot 1793 werden ieder jaar pestmissen gecelebreerd. De dreiging van de dodelijke ziekte bleef immers bestaan.
In Bekegem was er aanvankelijk sprake van 3 pestmisen (in de zomer van 1677). Vanaf 1693 spreekt men van gezongen missen.. De pastoor ontving hiervoor 1-4-0 pond tot 1900.
In 1719 spreekt men van 5 pestmissen per jaar in de zomer
1700-1793  0-13-4 over het celebreren van de 5 zingende pestmissen in het zomer seizoen. (prochierekening 1719/22/21)
 
Halen van het Heilig Chrisma
Hiervoor kreeg de pastoor eveneens een vergoeding
 
Het catechesmusonderricht
Het was de taak van de pastoor  om op iedere zon- en feestdag de catechesmus te onderwijzen. De clerus probeerde de jongeren te motiveren met de uitdeling van catechesmusprijzen. In de parochierekeningen staat het heel mooi vermeld:” De pastoor ontvangt 20 sch over een jaar kopen en distribueren van de cathechismusprijzen aan de jonckheyt deser prochie omme hun daardoor te animeren tot de christelijke leeringhe”. Hiervan vinden we een eerste vermelding in 1668, vanaf dat jaar, tot 1793 vinden we deze post jaarlijks terug. Wat juist bedoeld werd weten we eigenlijk niet. Alleen in de rekening 1676 werd vermeld “voor coopen van beeldekens”
 
Predikkers
Het was ook de gewoonte dat op Goede Vrijdag een vreemde predikant de gelovigen kwam toespreken
 
 
 
 
 
 
 
 
Inkomsten van de pastoors (volgend de prochierekeningen)
1612 (Kerk)  Betaelt aan pastoor op zijne gague van de maanden Lauwe, sporcle, en maerte 1612 in advenante van 10 p            24 pond
Idem april, mei, juni       30 pond
Idem aanstaande seizoen van 3 maand             18-10-0
1626
Bisdom  Van Jacques van Gerensdael 17 pond over een deel van de pacht van de tienden 1626           17p
De resterende tienden 18 pond mag de pastoor houden voor zijn dienst geordonneerd door zijn Eerweerdigheid
Aan Jacques Gerensdael pastoor van Zerkegem voor het bedienen van Bekegem gedurende 3 jaar       30pond
1628/29 
bisdom Betaald aan Jacob van Geerensdael, pastoor over ordinaire diensten die de kerke doet colbrey van seker besette siel mette messe van requiem en ander diensten an de kerke 1629   1-10-0
Idem 1630
 
1641
Aan Eustase de France pastoor over zijn kerkelijke rechten van het celebreren van hoogste uitvaert met vespers over onze overleden prins cardinaal bij order van burg en schepenen van Vrije      1-16-8
1655
Tiende van de prochie gepoint in de lasten volgende het placaat van zijne majesteit
De pastoor van Westkerke en deservitor van de kerk en de pastorie van Bekegem heeft gepacht en ontbloot de kerkhoek en gepoint 6 gemet à 0-8-3 per gemet conforme de lande suspieert van selve niet te betalen (dat de pastoor betaele over zijn gebruik gelijk ander pachters)
1662
Aan kanunnik Frans over een half jaar huishuur voor de pastoor verschenen St Jansmisse 1662            2-10-0
1664
Aan heer Frans Verdeel 5 pond over een jaar huishuur van zijn huis bewoont door de pastoor van 1663 5 pond
De hoofman en de parochianen hebben van de kerk een huis gekocht om de pastoor in te wonen voor 500 gulden en betalen daarvoor 5 pond per jaar verschenen 1664 en betaald aan de wwe Jacques Plasschaert ontvanger van de kerk  5 pond
1665
Reparaties aan het huis van de pastoor 0-12-8
Voor het hermaken van de glaesevensters aan het pastooshuis 5 sch
Aan Pieter Marré pastoor over het celebreren van pestmissen 1665 1 pond
Aan Frans Verdeel voor huur van het huis van de pastoor in 1664          8-1-5
Aan de pastoor voor celebreren van missen 1665          2 sch
1666
Francois Van Buren pastoor over bedienen van diverse officien tot lafenisse van de ziel van de overleden koning 13 sch
Aan Hercules Vande Poele metsenaar voor het herstellen van de haard in het pastoorshuis        0-1-8
1668
Aan Nicolaas Hoorens
Over een jaar pacht van een cheyns van 80 roe land met huis waar de pastoor nu woont laatst verschenen mei 1666      5 pond
1669
Aan de ontvanger van de kerk zijnde de rendant over 2 jaar cheyns van 80 roe en het huis waar de pastoor tegenwoordig woont voor 1666 en 1667
1671
Wat geschat is op de tienden van de prochie 3 pond volgens akkoord gemaakt met de pastoor           3 pond
Aan de pastoor voor 2 pestmissen 1771           24 sch
1672
Aan de pastoor van Westkerke10 pond van de tienden om de pastorie te bedienen (Bisdom pastorie
1677
Aan Nicolaas Hoorens voor het begraven het dode lichaam van Pieter Maeckelberghe   20 sch
Nicolaas Hoorens resteert van 1677 150 roe landcosten 8 sch
1678
Nicolaas Hoorens, overleden, rest van landcosten         6 sch
1683
Betaald aan Petrus Hanssens tegenwoordig pastoor dezer kerke voor leveren van mis en communiewijn (3p) en celebreren van ordinaire jaargetijden (2p) van het volle jaar verschenen 26/1/1683         5 pond
Idem verschenen 26/1/1684 en 26/1/1685           2x5p
Idem 1686 en 1687        2x5p
Idem
Aan deselven over het prediken van de passie ons heeren in de vasten 1682     20 sch
Idem 1683, 1685, 1686, 1687 in het jaar 1684 niet gedaan causa oorloge (iedere keer 20 sch)
 
1686
Aan de pastoor voor het predikken de passie onses heeren op palmzondag 1686 20 sch
1687
Aan pastoor Hanssens over predikken de passie op palmzondag 1687 20 sch
1688
Aan de pastoor voor het predikken van de passie 20 sch
Aan de pastoor voor het celebreren een dienst requiem voor de ziel van de overleden koning van Spanje 2 pond
1689
Aan pastoor Hanssens over predikken de passie op palmzondag         20 sch
1693
Aan Jacob Feyt pastoor voor en tracteren predikanten
1700 tot 1793
  • 1-6-8 vanaf 1736 over het doen van de dienst voor de overledenen en de St Hubrechtsmisse
Beide posten werden vanaf1736 verenigd in 2-6-8 en officieel toestaan door het Vrije op 4/1/1738.De huybrechtsmis wordt wel nog vermeld in 1721/20.
  • 1 pond over het prediken van de passie ons heeren Jesu Christi op palmzondag (in 1715 op goede vrijdag) (in 1712 betaald door de kerk)
 
 
 
Parochie rekening 1781: Aan JBte vanCouillie deservitor deser prochie 3 sch over het maken van 36 akten van dopen begrafenissen en trouwen in de registers sedert St Jansdag 1781
1786 Betaald aan Bouckaert om 124 acten te noteren à 2 grooten per acte (19e art van zijne majesteits edikt van 6/8/1778)
 
 
Van 1776 tot 1787 (begonnen onder Vancouter)
2-pond over het tracteren en logieren  van paters terminarissen, die kwamen om de goddelijke diensten op hoogdagen en bijzondere feestdagen ( 1787 tot 1793: de eerwaarde paters capucijnen van Oostende)
 
1708/1719/1723/24/25/26/27/28 geen betalingen aan de pastoor
Betaling belasting op de tienden
1705 pastoor Stove betaald 4 pond
De taxatie van de tienden 1704 is aan de pastoor gelaten omdat hij dat jaar diverse grote diensten aan de prochie deed zonder betalinge
1709 geen gebruik op de prochie , Stove betaald niets
1710 De pastoor Stove was debet van zijn taxatie tiende. Hij was vertrokken voor de rendant zijn geld kon vragen
De rendant geroyeert geworden in de rekening 1709 van 4 pond van de taxatie van de tiende te betalen door de pastoor Stove Stove is lange tijd voor de rendant in dienst kwam vertrokken naar de pastorie van Rumbeke, zijnde een ander jurisdictie en nu met zijn dood dezelve niet meer becommelijk.
Zeger Van Maele weigert te betalen, zegt dat zijn voorgangers hierop niet werden getaxeert
1713 Francois Heldewijs over de tienden met 9 gemet. Hij wil wel betalen, maar zegt dat zijn voorzaten dit nooit moesten doen. Voor het Vrije gebracht.
Er was een proces tegen Zeger Vanmaele ivm een tiende van 1711 en 1712. Vanmaele werd veroordeelt op 27/5/1719 te betalen . De prochie moet hem wel betalen om de passie te preken op goede vrijdag 1711 en 1712.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vaste wedde voor de pastoor  1792
1734/56  Aan de pastoor krijgt jaarlijks 2-6-0
 
 
Pastoor Bouckaert vroeg de hoofman op 19/5/1790 dat hij voor zijn pasterele competentie, dat hij boven en ongemindert de opbrengst van zijn pasterele landen was eisende 700 gulden per jaar. Hij zag dat de hoofman niet wist hoe hij zich ten dien opzichte moest gedragen. Hij maakte zijn vraag over aan het college op 22/5/1790.
De hoofman en pointers kregen opdracht daarover te onderhandelen met de pastoor. Op 3/7/1790 lieten zij hem weten 600 gulden (of 100 pond) te zullen betalen in 4 payementen te beginnen op St jansdag 1790, en dat hij zal blijven behouden zijn pasterele landen (samen 7-1-4 gemet)
Het college bevestigde dit akkoord op 3/7/1790. Het gevolg hiervan was dat de tienden voortaan verpacht werden door de prochie. Op 17/7/1792 verpachtten zij de vijf tiendehoeken, te weten de middelhoek, velhoek, eernegemhoek en vlastiende, met last van 10 sch voor ieder van de 4 eerste hoeken ende wannof zuiver is ontvangen na aftrek  van de gewonnen wijngelden met de uytgegeven thairbillieten 70-6-0 pond
1792 Voorts competeert de pastoor nog 2/6 van het tiendeke van Hondegem in Gistel, waarvan 3/6 toebehoren aan de pastoor van Gistel en 1/6 aan de kerk van Gistel, in het geheel verpacht in 1792 voor 14-0-8 pond. Het aandeel van de pastoor van Bekegem 4-13-6-6 (in 1793 12-6-8 en 4-1-10-16)
 
Idem 12 sch over de pacht van tpastoreel huys à 12-0-0 per jaar            0-12-0
 
Dus de pastoor ontvangt voortaan
Jaarlijkse wedde: 100 pond
Opbrengst van het tiendeke te Hondeghem ca 4 pond
De opbrengst van de pastoriegronden  (samen 7-1-4 gemet)
Hij staat de tienden af aan de prochie en betaalt voortaan 12 sch als pacht voor het pastoreel huis
 
 
 
 
Het lager onderwijs
Aanvankelijk bleven de scholen alleen in de winter open (van Allerheiligen tot Pasen). De arbeidsintensieve landbouw had de kinderen nodig in de zomermaanden om te helpen op het veld.. De schoolmeester combineerde vaak zijn ambt met dat van koster. De kerk drukte verregaand zijn stempel op dat lager onderwijs. De clerus zag de school als het verlengstuk van de kerk. Daarom was de persoonlijkheid van de onderwijzer van groot belang. Daarnaast was een integere levenswandel van groot belang. Ook de inhoud van het onderwijs werd door de kerk gecontroleerd door de bezoekjes van de pastoor aan de dorpsschool. Verder verbood de kerk gemengd onderwijs. In de kleinere plattelandsdorpen leverde dit problemen op. De dorpsschool was vaak in de kosterie gevestigd. De koster onderwijzer was de rechtgeaarde medewerker van de dorpspastoor om het volk de katholieke geloofspunten bij te brengen en tegen ketterse invloeden te behoeden.

 

 
 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.