Desmadryl Antonius

Desmadryl Antonius Ignatius (11/6/1825[1] – 15/7/1840)
 
°Elverdinge 17/6/1767 + Bekegem 2/11/1849, hij werd 82j 5 maand
Hij was de laatst overlevende monnik van de abdij van Zonnebeke, zijn kloosternaam was Dom Alipius
Leeft in Zonnebeke, 1796 tot 1817 vicaris
Bikschote (1817-1823) 6j 5m pastoor
Lampernisse  (1823-1825) 6 j pastoor
Bekegem, van 11 juni 1825 tot 15 juli 1840, 15 jaar. Antonius Desmadryl bleef in Bekegem wonen en overleed er op 3 november 1849. Hij werd begraven op het kerkhof. In de paastijd 1868 kwam Guido Gezelle naar Bekegem om de testament-steen van pastoor Jacob Buuck te bestuderen[2]. Hij schrijft: “Al wegtrekken van ’t kerkhof hield ik nog een luttele stille om eenen Onze Vader te lezen op het graf van den Eerweerden Heer Antonius Desmadryl, van Elverdinghe, laatsten kloosterling van de vermaarde abdije van Sinnebecca ofte Zonnebeke, tegen Ieper. Bij dat ik vernomen hebbe stond hij, achter de suppressie, 6 jaar als pastor te Bixschote, 3 jaar te Lampernesse, en 15 jaar te Bekeghem. Ontslaggever in 1840 bouwde hij hem eene sierlijke woninge, digte bij het kerkhof, en verschied er op Allerzielendag, in ‘tjaar 1849, in den ouderdom van 82 jaren en half. Zijne en aller kerstenen zielen weze de Heere Jesus bermhertig ende ontfermighertig!”
 
Antonius Desmadryl in Zonnebeke
 
Antonius Desmadryl trad in het klooster van Zonnebeke onder abt Hubertus Nuitten en kreeg de kloosternaam Alipsius. In 1792 ontving hij het subdiakonaat.
Toen het klooster niet tijdig de oorlogsschatting kon betalen, werd hij op 15 februari 1795 met vier andere kloosterlingen (Ambrosius de Ceuninck, Petrus Verhaeghe, JBte Nuytens en N Amerlinck) in hechtenis genomen en naar de citadel te Rijsel gevoerd. De 28e februari waren zij terug thuis. Niettegenstaande het aangetekend verzet werd de abdij van Zonnebeke op 24 februari afgeschaft en door de Franse revolutionairen geconfisceerd. De bewoners werden uit hun verblijfplaats verdreven. Niets bleef de kloosterlingen over tenzij de roerende goederen. Door nood gedwongen, verkochten zij alles wat overtollig leek. Jean Baptiste Delaveleye, handelaar te Parijs werd de nieuwe eigenaar van de kloostergronden. In 1797 kreeg iedere kloosterling 86 gulden 6-7 uitbetaald. Alle kloosterlingen weigerden de eed van getrouwheid te zweren.
 
Zonnebeke was één van de parochies waar het Stevenisme ontstond. Het “Salvum fac[3]” is oorzaak van de moeilijkheden. Bij de Stevenisten weigerde de pastoor het “Salvum fac” te zingen. Volgens artikel acht van het concordaat van 1801 moest na de hoogmis in alle kerken voor de republiek en de consul (Napoleon) worden gezongen. Na de keizerskroning van 1807 klonk het als volgt: “Dominum salvum fac imperatorem”. Veel priesters twijfelden of het nog geoorloofd was de openbare gebeden na de hoogmis voor de keizer te zingen. Monseigneur de Broglie, fransman en bisschop van Gent, besliste dat er verder diende te worden gezongen voor de keizer. Vier parochiepriesters weigerden. Het waren Anckaert van Plassendaele, Priem van Gits, Bracke van Oostrozebeke en Fattou van Zonnebeke. De vier pastoors werden afgezet.
Pieter-Jozef Fattou was de pastoor waar het allemaal mee begon in Zonnebeke. Hij werd monnik van de augustijner abdij te Zonnebeke en priester gewijd in 1784. Dat jaar werd hij onderpastoor in Zonnebeke en volgt op 1 juli 1791 pastoor Van Elslande op. In de Franse tijd weigert hij de eed af te leggen. Hij hield zich schuil op de gemeente. Na het Concordaat is hij weerom pastoor van Zonnebeke. Antoon Desmadryl is zijn onderpastoor.
Omdat hij het gebed voor Napoleon weigert te zingen, krijgt hij op 29 september 1812 van groot-vicaris De Meulenaere zijn ontslag. Hij krijgt tijd tot 31 oktober om zijn pastorie te ontruimen en mag vanaf die dag geen mis meer lezen in het Leie departement. De benoemingen volgen kort op mekaar te Zonnebeke. Onderpastoor Desmadril werd in zijn plaats pastoor[4].
Anselm Minne, gewezen monnik van Vormezele en onderpastoor te Langemark, wordt pastoor te Zonnebeke rond november 1812, doch wegens moeilijkheden met de meier werd de benoeming niet uitgevoerd en Jacob Mahieu, pastoor van Neerwaasten werd pastoor van Zonnebeke op 23/1/1813. Al deze benoemingen hielden vermoedelijk verband met een stevenistische reactie. In die moeilijke periode zorgden het wijs beleid van pastoor Mahieu en onderpastoor Desmadryl, voor verzoening in Zonnebeke. Op het einde van de 19e eeuw was het Stevenisme uitgestorven in Zonnebeke[5].
 
Antonius Desmadryl in Bekegem
 
Brief naar deken Vermeulen van Gistel[6]
22/3/1827
Aan de deken Vermeulen deken van Gistel.
Eerwaardige Heer
Ik bid u bezondere attentie te maken aangaande de vroegmisse die den heer paster van Zerkegem merkelijk tijd genomen heeft te doen het is tenemaal tegen recht en reden en tegen deugd van mijne parochianen zij doen mij klachten op klacht ten aangaande de vroegmisse, zij murmeren dat nu den enen dan den anderen van hun huysgenoten geen misse horen nog kunnen horen om dies wille van de vroegmisse te Zerkegem en zij tsy schoon tsy slecht weder andere prochien moeten gaan en dikwijls te laat komen om de grote distantie of afgelegenheid Eernegem is een grote ure, Aartrijke niet minder, gelijken Jabbeke, behalven Ettelgem en Westkerke die maar een goede halve ure afgelegen van onze kerke maar die parochianen die naar Eernegem, Aartrijke enz niet konnen gaan of die van mijne kerke aen quart of ontrent een half ure afgelegen zijnen komen ook na Westkerke of Ettelgem niet gaan en also is er een gedurig geknor en niet zonder grote reden. Ja met al deze abusen soud ik wel moeten laten het woord Gods te verkondigen. Ja ik heb het verschillende keer ondervonden dat ik een half uur predikte gelijk het mijn plicht is, dat het alsdan zeker was dat er vele waren van mijn prochie die geene misse hoorden dat waert te Zerkegem hoogmisse waere als oude gewoonte dat al soude kunnen misse horen om dieswille dat het maar een kwartier of 20 minuten is afgelegen mij dunkt dat ik verplicht ben hier af te spreken selfs te klagen omdat ik alle zondagen en andere oblichte dagen klachten hoor van mijne parochianen. Ja ook van Zerkegem die mijne prochie aanpalen zien ik voor mijne deure passeren lopende om op tijd te komen in Westkerke of Ettelgem waert zaken dat er te Zerkegem hoogmisse waere gelijk het altijd heeft geweest men soude al die misbruiken nog zien te horen de heer pastoor van Zerkegem is een wonderlijken man en brengt voor de dag een devotie maar het is daarom niet dat ik hem het voor een misbruik ten eersten omdat ik zelve moet laten te predikken om de mensen te kunnen geven bijzonderlijk in de winter ten tweeden zieke mensen kunnen wel na mijn kerke of naar Zerkegem gaan omdat het niet verre is maar elders niet ten derden die mensen die moeten thuis blijven als de dienst te lang duurt onmogelijk elders kunnen op tijd komen te weten tot Eernegem Aartrijke Jabbeke ten vierden  en ouders en meesters en vrouwen klagen dat het dikwijls twaalf en half is  eer dat ze thuis komen en dikwijls niet soo dat dit alles resulteert uyt het eygenstemmig gedacht van den heer Gossaert en ik wens en verzoek dat het mag geschieden als naar oude gewoonte
Getekend Desmadryl
Vandekinderen burgemeester
Vandenberghe attestor
Joannes Vantyghem herbergier
Ph Demeulenaere attestor
Kindt landman
Pieter Van Roose landman
Carolus Kindt winkelier
Joannes Vandecasteele
Pr de Meulenaere landman
Pr Vandycke
 
Brief naar de bisschop[7]
Antonius Desmadryl was een pastoor van zijn tijd. Hiervan getuigd zijn brief van 26 mei 1834 aan Franciscus Renatus Bousson bisschop van Brugge. Het is een toelichting bij een preek over een Bekegemse herbergier die in 1834 een oord van verderf openhield en zo de bevolking aanzette tot zedeloze handelingen.                                                                                                                                     
Eerweerdigsten heer,
Vernomen hebbende als dat er klagten tot Uwe Eerw zijn gedaen geweest van eenen herbergier Henri Kindt,maer onwaeragtige, want tis uyt wraeklust. Tis waar dat ik heb gepredikt, maer ik had allergrootste reden, om de misbruyken die er alle zondaege voorvallen , besonderlijk in zijne herberghe, want als wanneer er halve en geheele nagten, geschonken en gedronken, gezwooren, gelastert en geblasphemeert word als wanneer hij alle slag van slegt volk, van beyde geslagten buyten tyd en stond dranke geeft en jongens van 16 of 18 jaren winkt om de jonge dogters en met deselve te drinken ente schinken, zelfs met onze vrouwemaagden het geen ik met mijne oogen  gezien heb en tis niet zonder reden dat ik daer op preeke alswanneer hij kinders aantrekt die maar een jaer hun eerste communie gedaan hebben om te sappen en snagts ten 11 uren nog in zijn kot zijn, ten is niet zonder reden, dat ik daer op preeke als wanneer ik hem verscheyde keeren vriendelijk en met eene herderlycke pligt hem verzogt heb dat hij geen herberghe zoud gehouden hebben en hem gezeyd hebben de gevaeren die er in gelegen zijn en de slegte vergaederingen die er zouden voorgevallen hebben, hij heeft naar mij niet willen luysteren, als wanneer ik den publicateur verboden heb van geene publicatien meer te doen om te ballen om halsdoeken, zakorologien, omdat het eene oorzaake geeft tot kwaede vergaederen, hij heeft met mij gespot en voortgegaen in zijne boosheden, als wanneer d’ouders hunne klagten koomen doen, met de traenen in d’oogen dat zij hunne kinders niet konnen afhouden van dat herberg-kot en den middernagt naer huys gaen bij dronke, als wanneer dat er jonge dogters,zelve onze vrouwemaegden tusschen 11 en 12 snags met knegten gevonden worden, en in dat kot gedronken hadden, zoo ik geen reden hebben van op al zulcke abuysen te prediken? Wie zal er mij kunnen overtuygen van daer op gepredikt thebben? Maar ziende dat alles vrugteloos was, ik heb dan heftiger gepredikt en gezeyd dat het luyserkooten zijn, maer ik heb niet gesproken op zijn kot. Ik zeyde kooten, omdat er nog een is t’midden der bosschen. Ik heb den burgemeester verzoght op dat hij middels zoude verschaffen om zulcks te belasten als oock de police commissaris, maer alles heeft vrugteloos geweest, en ondertusschen dienen schurk, dienen logenaar gaet altijd voort in zijne boosheden, voorders, als wanneer ik hem in ‘tvriendelijk smeekte van geene herberghe t’houden hij zeyde mij dat hij moeste leven, waarop ik hem gezeyt heb, van ja maer, dat het moeste zijn in zaeken die geoorloft zijn en strekken tot de zaligheyd, neen, niet te doen, hij heeft met mij den spot gehouden, immers die herberghe is ‘tverderf van veele jonckheden, met een woord, ‘kenken niet genoeg zeggen wat al baldaedigheden binnen en buyten dat verderflijk kot voorvalt. Ondertusschen ik heb d’eere mij met een diep respect te noemen Eerweerdigsten heer                
Uwen altijden oodm
 dienaer A J Desmadryl
 van Bekegem
 
De herberg waarvan sprake werd uitgebaat door het echtpaar Kindt Henry (°Bekegem 16/8/1784, +Bekegem 12/7/1855) en Declerck Catharina (°Bekegem 16/8/1784, +Bekegem 5/7/1848). De herberg was vermoedelijk gelegen in de Duineweg op de plaats waar nu het eerste huisje staat aan de linkerzijde, Nu heeft het huisnummer 1.
 
Instandhoudingswerken aan de kerk
Tijdens zijn herderschap richtte de gemeente Bekegem een schrijven naar het provinciebestuur voor dringende werken, die aan de kerk dienden te worden uitgevoerd.(28/03/1836). De werken waren dringend en zeer noodzakelijk. Het betrof het plaatsen van een balk, het plaatsen van een zitbank, plafond, schilder en metselwerk. Op 19 mei 1836 werd door de heer Van Caeneghem een bestek opgemaakt in het bijzijn van burgemeester Kindt en pastoor Desmadryl. Hij kwam tot de volgende bevindingen:
–          Tot versterking van het gebouw, in het koor, aan het oosteinde van de kerk één ijzeren balk te plaatsen
–          Het koor met een kroonlijst te versieren.
–          Een nieuwe zitstoel te plaatsen aan de zuidzijde van het koor voor de zangers “naer vorm en maete van dezen die zich bevindt op de noordzijde”
–          De onderste treden van het altaar geheel te vernieuwen
Op de brief van 26 mei 1836 is linksboven aangeduid “afghedaen zie bestek n 3695”
 
De meid van de pastoor
Telling 1827[8]
Desmadryl Antonius pastoor °Elverdinghe 59j komt van Lampernisse 30/6/1824
Detrée Cecilia dienstmeid °Boezinghe 38j komt van Lampernisse id en gaat naar Eern 1/5/1837 (40j in 1829)
Decandt Virginia dienstmeid Bikschote 12j komt van Lampernisse 12/11/1827 (“medehulpe voor mijne dienstmeijd”)
Soreyn Juliana dienstmeid °Hooglede, komt van Aartrijke 1/5/1824
Telling 1846[9]  Dorpweg 6         
Desmadryl Antonius pastoor °Elverdinghe81j
Soreyn Juliana dienstmeid °Hoogl 35j ongeh gaat naar Westk 10/7/1850
 
Desmadryl op rust in Bekegem – een nieuwe woning
Na zijn opruststelling bouwt Antonius Desmadryl een nieuwe woning achter de kerk dicht bij het kerkhof  (Bevrijdingsweg nr. 1). Breedhuis met dubbelhuisopstand van vier traveeën en twee bouwlagen onder een pannen zadeldak[10].
Het huis werd gebouwd op cijnsgrond. De grond was in 1849 eigendom van Serruys uit Oostende. De jaarlijkse cijnspacht is 35 frank en verviel telkenjare op 1 mei[11].
 
Desmadrylpast3
 De woning van Antonius Desmadryl, Bevrijdingsweg nr1, heden bewoond door Mvr Dumarey.
 
Desmadryl op rust in Bekegem – op zoek naar een pensioen
                                                                                                                                            
  • 15/6/1840: brief van Desmadryl aan de deken van Gistel[12]
Zeer eerwaarde heer deken tot Gistel
Ik beken dat ik niet volkomen heb aen de onderwerping die ik aen U zeer eerweerden heer schuldig was wegens de zaek mijner afstelling aen welcke ik mij int eerste heb onderworpen, maar nu ziende de leste dagen naderen zoo gevoelig aan mijne jaeren en in d’omstandigheden te moeten bouwen, en mij vindende in soo grote onkosten smeek ik U van aen zijne hoogweerdigheid te willen kennen geven en zeggen dat ik my teenemael onderwerpe en met liefde eenen coadjuter aenveerde en aen alle de schikkingen en voorstellingen aan de gehoorzaamheid onderwerpe in dit betrouwen en eene goedheyd blijve ik met alle eerbiedigheid………………
Desmadryl
 
  • 23//7/1840)  aanvraag pensioen aan de minister[13]                                  OK
Bekegem 24/9/1841
Aan de bisschop
Gedoogt dat ik de vrijheid gebruike mijnen toevlucht tot uwe hoogweerdigheid te nemen, om, u oodmoediglijk te smecken hoe de zaken van mijn pensioen als gewezen pastoor tegenwoordig staan ? Ik werd geen omgerijdt omdat ik tot nu niets weete en hoor, de rev eerw pastoors worden kunnen mandaten toegezonden en hun trimesters betaald en ik ontvange niets, de lesten trimester van tjaar 40 en eersten van tjaar 41 zijn gepasseert en nog mandaat , nog pensioen heb ik ontvangen, nog zelfs iets gehoord dat er apparantie of gewag van is. Dit zo zijnde, bid ik zijne hoogweerdigheid van mij te hulpe te komen en de middels te gebruiken, opdat ik het geluk mag hebben van ook te mogen ontvangen, ken twijfel niet, of zijne hoogweerdigheid is nog indachtig, dat hij u geweerdigt hebt mij te zeggen, dat gij voor mij zoud gezorgent hebben, waarover ik zijne hoogwaardigheid grondig bedanke en ik mijn hoop geteld heb in de ouderdom van 75 jaar in de volgende jaren (zoo lang als tgod beliefd) een redelijke onderstand volgens mijnen staet te kunnen genieten, …….
Getekend Desmadryl olim pastor in Bekegem
PS Ik bid uwe hoogw tegenwordigen mij eene weynige antwoorde te geven.
 
  • 18/4/1842  Positief gevolg van aanvraag  jaarlijks pensioen aftredende pastoor (van het fonds van de schatkist.)[14]
 
Antonius Desmadryl, zijn overlijden
 
Zijn testament[15]
Voor zijn dood liet Antonius Desmadryl een testament opmaken voor notaris Heyvaert uit Gistel en ten overstaan van vier getuigen uit Bekegem: Karel Tyberghein herbergier, Karel Kindt winkelier, Ferdinand Vandekinderen landbouwer en Karel Defever landbouwer. Het testament werd opgemaakt te Bekegem op 24 oktober 1849, negen dagen voor zijn overlijden. Volgende punten werden naar voor geschoven:
  • Wenst begraven te worden met de hoogste dienst
  • Voor iedere pastoor die meehelpt de begrafenisdienst te celebreren wil hij 2 frank uitbetalen.
  • Aan dezelfde priesters en andere genodigden zal op dezelfde dag een behoorlijke maaltijd aangeboden worden.
  • Na de maaltijd zal “de psalm miserire met de oratie Deus qui culpa offerendis et absolve quisimus” gelezen worden (psalm miserire: Het miserere is een boetepsalm van Koning David, namelijk psalm 51. Veel beroemde componisten, onder wie Giovanni Pierluigi da Palestrina, Orlandus Lassus en Arvo Pärt, hebben deze psalm op muziek gezet. De beroemdste toonzetting is die van Gregorio Allegri. Deze wordt nog jaarlijks tijdens de Goede Week in de Sixtijnse Kapel uitgevoerd).
  • Hij wil dat er de volgende dag een gezongen mis gecelebreerd wordt ter zijner intentie, met uitdeling van 50 roggebroden, tegen 45 cent ieder, voor de armen van de prochie.
  • Gedurende het jaar na zijn overlijden 150 missen gelezen worden tot lavenisse van zijn ziel. De missen zullen gelezen worden door de pastoor van de parochie. Voor iedere mis zal 27 Franse cent betaald worden (opmerk: in die periode waren er Belgische munten in omloop die evenwaardig waren aan de Franse. Vermoedelijk was het vertrouwen in de Belgische munt in die periode niet zo groot.)
  • Het beste tapijt moet aan de kerk van Bekegem worden geschonken.
  • Het portret van de laatste abt van Zonnebeke, Leberghe, moet geschonken worden aan zijn klein-neef Amandus Mineboo, zoon van Francies bij Rosa Gillebaert.
  • Alle zilverwerk moet door een rechtvaardige en kundige zilversmid worden geprezen om nadien verdeeld te worden onder zijn erfgenamen, of in het ander geval kunnen zij eenparig beslissen het te verkopen.
  • De “orgel horlogerie” wordt aan zijn nicht Rosa Gillebaert geschonken worden.
  • Hij wil dat alle andere goederen op een rechtvaardige manier onder zijn erfgenamen verdeeld wordt, met die verstande dat datgene wat bepaalde mensen vooraf hebben gekregen of aan hem werd ontleend ervan afgetrokken wordt.
 
De erfgenamen
Gregorius Devinck, molenaar te WestVleteren
Jacob August Desmadryl eigenaar te Bergues
Amand Defrane, hoefsmid te Elverdinghe
Amand Minneboo wonende te Poperinghe handelende in eigen naam en in naam van Benedikt Minneboo winkelier, Marie Mineboo en Julie Minneboo alle drie wonende in Poperinghe
Honorine Boulangier, zuster van het order van den heiligen Vincentius wonende te Kortemark
Basile Boulangier, goudsmid te Poperinghe als vader en voogd van zijn minderjarige dochter
Seraphin Moerman
 
 
Een inventaris van de goederen[16]en de openbare verkoop ervan[17]
 
Antonius Desmadryl stierf op 2 november 1849. De overleden pastoor leefde in een mooi smaakvol ingericht huis met vele waardevolle zaken. Dat was velen niet ontgaan. Tien dagen na zijn dood (12/11/1849) werd een inventaris opgemaakt. In die tussentijd waren ondertussen zaken gebeurd in de woning van de pastoor die het daglicht niet mochten zien. Zijn slaapkamer op het eerste verdiep, waar hij was gestorven werd verzegeld, alsook een kast in die kamer. Dit gebeurde door de vrederechter van Gistel in opdracht van Amand Desmadryl.  Men verdacht bepaalde mensen die zaken zouden weggenomen hebben. Bij de inschulden, bij het opmaken van de inventaris vermeld men volgende: “Men weet van geene dan het geene hier vooren reeds vermeld. Er wordt nogtans bemerkt dat er  andere moeten bestaan waervan de tytels zouden berustende zijn bij Rosalie Soreyn te Bekegem alwaer men ook denkt dat er zich moeten bevinden verscheide roerende voorwerpen het sterfhuys behorende.”
Reeds voor zijn dood was de pastoor wantrouwig geworden: Op 27 oktober had hij aan de notaris het contant geld in bewaring gegeven zijnde een stuk van 40fr., 7 stukken van 10 gulden zijnde 148,14fr., 100 stukken van 5fr., samen 688,14fr.
Op 12 november was Karel Kient aangesteld om de goederen die werden verzegeld en geïnventariseerd te bewaken. Na de inventarisering moest hij, met Amandus Menebo en de inwonende dienstmeid Catharina Luca de eed afleggen “van niets te hebben weggemaakt noch gezien te hebben, noch te weten dat er iets is weg gemaakt van de goederen dezer nalatenschap”.
 
Zoals boven vermeld was de woning erg smaakvol ingericht[18]. Een opsomming van merkwaardigheden:
  • Verschillende kamers in de woning: kamer, keuken, achterkeuken, kabinetje, kelder, boverkamer dienende als slaapkamer, kamer, zolder, slaapkamerken, ander slaapkamerke, gang, vautekamer, ezelstal.
  • In alle kamers tapijten, verschillende uurwerken, portretten en prenten achter glas, gordijnen, koffiemolen, vogelkooi, een tweeloopgeweer, in de kelder 20 flessen rode en 25 flessen witte wijn, zeer veel waardevol zilverwerk, piano, 2 kiekens en een hondekot in de ezelstal.
  • Klederen van de overledene: kazakke, 2 fracks, soutane, baey en 2 ondervesten
Bij de inventarisatie werd de inboedel geschat op 3111,39fr (waarvan 1573 frank zilverwerk). Op 20 november werd het geheel openbaar verkocht: er waren 240 loten die samen 2909,35 frank opbrachten. (om te vergelijken dient het contante geld, het tapijt van de kerk, een horloge en een schilderij bijgerekend te worden, al bij al een tamelijk nauwkeurige schatting door de prijzers.)
 
Voorts 2 certificaten van inscriptie der twee pensioenen van den overledene, ten laste van de staet, de eerste ten bedrage van 839 fr. en de tweede van 787fr per jaar voldaan tot den 1/10/1849.
 
                    Desmadryl2  Desmadryl1
 
 
Bijlage 2
Inventaris ten huize Antonius Desmadryl na zijn overlijden.
Inventaris Desmadryl Bekegem (12/11/1849)
Ten verzoeke van
Gregorius Devinck, molenaar te WestVleteren
Jacob August Desmadryl eigenaar te Bergues
Amand Defrane, hoefsmid te Elverdinghe
Amand Minneboo wonende te Poperinghe handelende in eigen naam en in naam van Benedikt Minneboo winkelier, Marie Mineboo en Julie Minneboo alle drie wonende in Poperinghe
Honorine Boulangier, zuster van het order van den heiligen Vincentius wonende te Kortemark
Basile Boulangier, goudsmid te Poperinghe als vader en voogd van zijn minderjarige dochter
Seraphin Moerman
 
Ignatius Desmadryl is overleden 2/11/1849
In de camer
Brander tanghe, 2 bloemvazen, pendule, vier koperen kandelaars, zes porceleinen tassen en teeltjes, porcelijnen koffy stelsel, samengesteldvan koffiekan, komme, melkpinte suykerpotin cabaret in accajou, 2 kleine bloempotten, een ander porceleinen koffiestelsel, samengesteld van kasekan, melkpinte, trekpot, suikerpot, en twaalf tassen, vloertapijt, koperen belle, staentje in acajou met drie medaillen, 10 stoelen, 2 zetels, coulisse tafel in accajou met tapijt, drie commoden, 2 geencadreerde beeldekens, 9 gumazeerde prenten, spiegel, 2 portretten, 2 stors en de gordijnen aen de venster, geprezen 208 fr
In de keuken
Tange, schuppe, koperen moor, poker, hangyser, borstel, rooster, sulferbak, driepikkel, voogelkooy, 18 taillioren, 2 plateelen, horlogie, baromètre, strijkyser, koffiemolen, zeven stoelen en zetel tafel met tapijt en vloerborstel 21,50fr
In de achterkeuken
2 yseren potten, zoutlade, 5 aerde potten, tafel, koperen lampe, idem blikken, 4 glazen, 12 taillioren, fruitpanne, soupelepels, vier lepels en fourchetten, suiketanghe, sulferbak, 2 kleerborstels lanteern kasken, waschkuipe, koperen haeker            13 fr
In een kabinetje
Horloge met carillon, 18 printen onder glas, 4 taillooren, 2 glazen, 2 bloemvazen, crucifix, cabaret, 3 stoelen, tafel met tapit, tweeloop geweer, 5 platteelen, 14 taillioren, 2sauciren, soupekomme, 2 kleine commoden, koperen ketel, koperen Marabouts, koperen dover, 2 koperen kasserollen, 2 koperen hespeketels, 2 braedpannen, kandelaar, gieter samen 95fr
In de kelder
20 flessen roode wijn, 25 idem witte wijn, koperen ketel, pote, yseren potje, hoveniersalaam, 2 kuipen en pulle, samen 39 fr
In de bovenkamer dienende voor slaapkamer alwaer de zegelen geleid waren
In een verzegelde kasse: mantel met zilveren haeck en ooge, 3 hammelakens, 42 servietten, 2 biercaraffen, 6 lakens, 21 hemden, courtepointe, 4 gordintjes, zeven slaapmutsen, slaeplijf, 2 stukskens lijnwaad inhoudende 16meter, saeyetten baey, 2 caraffen, oliestelsel, 14 wijnglazen, 18 bierglazen, soupeterryn, 64blauwe taillioren, 3 porceleinen kommen, 7 witte taillioren, 11 schotels, 3 lijnwaed tauwen, cabaret 132,25fr
Zilverwerk
Koffiekan, een koppel koperen kandelaars, , melkpinte, suykerpot, 2 mostaertpotten, 4 zoutvaten, oliestelsel met 2 cristal caraffen, soupe dien lepel, 2 groensel lepels, vischtruweel, limonadelepel, suikerlepel, suikertanghe, 18 soupelepels, 18 fourchetten, 13 kleine lepels, 2 mostaerdlepels, 2 vorken, 12 mesen met zilveren handhaeve, snuyfdooze, gewijdwatervat, , zes korken met zilveren hoofden, , 2 zilverenbrils, 42 stukken van 5 fr, samen 1573 frank
Voorts in de kamer
Nachttafel, lavabo, 2 waterpotten, lampet, 5 stoelen, tafel, 3 gamadzeerde printen, toilettespegel, tapijt, bedbak met behangsel,onderbedde, oorkussen, 2 spreeen, wolle sargie, en wolle matrasse samen 73 fr
Op de zolder
Ydelen koffer, wat stro, 200 ydel flsschen, wolle matras, slegte piano, ydelen teene pot, wat kolen en vogelkoye samen 57 fr
In een slaapkamerken
Bedbak met behangsel, pluymen en kaffen bedden, hoofdeynde, 2 lakens en sargie, waterpot, 2 stoelen, en commode, samen 27 fr
Ander slaapkamerke
Beddebak met behangsel, stroozak, wolle matrasse, twee sargien, 2 lakens, hoofdeinde, oorkussen, nagttafel, lampet, en vier printen onder glas, 60,50 ct
In de gank
Ydelen koffer, ydel kleerkasse en lynwaetmanden samen 13,50fr
In de hof en achterplaats
Bank, aelkuype, wat hout en deirinck, boonpersen en leeder,     19fr
In het ezelstal
2 kiekens, wat hooi, hondekot, mest en aele in de put, 5 hectoliter aerappels     25 fr
Op de vautekamer
Kleine ménagère, crucifix, 2 kaders, 2 printen, horloge, pupiter, wat bouken, eyken kleerkasten, bedbak,  en behangsel, pluymen bedde, 2 hoofdeinden, oorkussen, 3 sargien en strozak, 60 fr
Klederen van de overledene
Kazakke, 2 fracks, soutane, baey en 2 ondervesten samen 6 fr
Comptante specien specien door de overledene in bewaring gegeven aan de notaris op 27/10/lest
–       Een stuk van 40 fr
–       7 stukken van 10 guldens zijnde 148,14 fr
–       100 stukken van 5 fr
Samen 688,14fr
Totaal van de prijzie 3111,39fr
Papieren en verklaringen
–       Een afschrift van het testament, ontvangen door de notaris op 24/10/1849 waarin hij beveelt hoe hij wil begraven worden, dat er gedurende het jaar na zijn overlijden 150 missen gelezen moeten worden door de pastoor van Bekegem aan 1,27 fr ieder, dat hij geeft aan de kerk van Bekegem zijn beste tapijt, aan zijn kleinneef Amand Meneboo, het portrait van den eerweerden heer Leberghe, abt der abdij van Zonnebeke en een orgel horloie aan Rosa Gillebaert, zijn aangetrouwde nigte. Dat hij wilt dat zijn zilverwerk geprezen worde om door zij erfgenamen overgenomen te worden ingevolge de waardering. Dat zijn overige goederen tussen zijn erfgenamen, ingevolge de wet geerfd en verdeele worden, bevelende dat er aan zijn nalatenschap rapport gedaan worde van al het gonne zijne erfgenamen of hunne auteurs van hun zouden kunnen genoten hebben.
–       Verschillende quitantien afgegeven door Mr Serruys te Ostende, aan wijlen Desmadryl, de lete over het jaar gevallen 1/5/1848, der jaarlijkse pachtsom van 35 fr, over de prijs van eene partie land te Bekegem, waarop een huis is staende, gebouwd door de overledene en door hem bewoond
–       Voorts 2 certificaten van inscriptie der twee pensioenen van den overledene, ten laste van de staet, de eerste ten bedrage van 839 fr en de tweede van 787fr per jaar voldaan tot den 1/10/1849
–       Een onderhandse akte van 12/11/1804, bevattende een schuldbekentenis door Jacobus Desmadryl, zijn broer de som van 714,48 fr
–       Een onderhandse verklaring van 16/4/1846 waarbij Joannes Desmadryl te Bergues bekend schuldig te zijn 400 fr met intrest van 4,5% eisbaar sedert 16/4/jl
–       Een onderhandse verklaring van Amandus Minnebo ontvangde op 14/9/1845 de som van 50fr
–       Een onderhandse akte van 17/1/1838 waarbij A Devinck bekend 50 fr ontvangen te hebben.
–       Een onderhandse akte van 14/8/1838 warbij Frederik Devinck bekend 550 fr gekregen te hebben met een intrest van 4,5%
Inschulden
Men weet van geene dan het geene hier vooren reeds vermeld. Er wordt nogtans bemerkt dat er  andere moeten bestaan waervan de tytels zouden berustende zijn bij Rosalie Soreyn te Bekegem alwaer men ook denkt dat er zich moeten bevinden verscheide roerende voorwerpen het sterfhuys behorende.
Uitschulden: nihil
Men is bezig geweest van 9u in de voormiddag tot 3 uur in de namiddag, bij dubbele vacatie
Dit gedaan ende niets meer gevonden zijnde om in dezen inventaris te bevatten of daer bij opgegeven, voornoemde Karel Kyndt , als in het bezit geweest hebbende  van de voorschreven goederen, voor alleen de zelve onder zegel gelegd ende geinventariseerd waren, heeft benevens Amandus Mineboo voornoemd en Catharina Luca dienstmeid, alhier intervenierende, als bewonende den huize alwaer de vorenstaende bewerkingen zijn geschied, den eed afgeleid van niets te hebben weggemaakt noch gezien te hebben, noch te weten dat er iets is weg gemaakt van de goederen dezer nalatenschap
 
Akte voor notaris Joseph Ghelein, notaris in Poperinge 9/11/1849 volmacht
Verschenen
Benedikt Meneboo winkelier
Marie Meneboo,
Julie Meneboo zwijneslagster
Alle 3 wonende in Poperinghe kinderen van wijlen Francies Meneboo en Catharina Desmadryl
De zegels werden gelegd door de vrederechter van het kanton Gistel in opdracht van Amand Desmadryl van Poperinge
 
Openbare verkoping van de roerende goederen op 20/11/1849
Ten verzoeke van
1 Gregorius Devinck, molenaar te Westvleteren
2 Jacob Desmadryl, eigenaar te Bergues,
3 Amand Defranc, hoefsmid te Elverdinghe
4 Amand Mineboo van Poperinghe voor zichzelf en als gevolmachtigde van Benedikt, Marie en Julie Meneboo
5 Honorine Bouleanger zuster van de orde van den heilige Vincentius te Kortemark
6 Basile Bouleanger, goudsmid te Poperinge in eigen naam en als vader van zijn minderjarige dochter Justine Boulanger
7 Seraphin Moerman gehuwd met nathalie Bouleanger wonende in Poperinghe
8 Amand Carbonnez notaris in Eernegem om onbekende rechthebbenden te vertegenwoordigen
 
Het huis staat op grond van een ander en behoort bij de erfenis
  1. Koolen aan Marcel Kindt te Bekegem 3fr
  2. Kuip aan Pr Vanhee te Zerkegem          8,50fr
  3. Vogelkooi aan Kaerl Kindt voornoemd 50 ct
  4. Kuipen en baenst aan Pieter Knockaert te Bekegem      3fr
  5. Kuip aan Karel Smis van Oudenburg     3,50fr
  6. Schuip en rooster aan Karel Vercaillie te Bekegem        50ct
  7. Yserpot aan Joseph Verplancke te Bekegem 1,75fr
  8. Idem een moor aan Jan Vanderplancke van Snellegem 3,50fr
  9. Yseren pot aan Charles Vermandere te Gistel    1,50fr
  10. koffer aan Karel Marchand te Ettelgem             2fr
  11. piano aan Henri Brouckmeersch te Bekegem     2fr
  12. koffer aan Sofie Maeckelberghe te Westkerke 1,25fr
  13. haver aan Amand Moyaert te Roksem   3,50fr
  14. gantiere aan Karel Knockaert te Zerkegem 1,50fr
  15. pomp n hout aan Karel Dejonghe te Moere       3,50fr
  16. halaam aan idem          3 fr
  17. varia aan idem  3 fr
  18. rolingenaan Gregorius Desmet te Roxem          3,25fr
  19. idem aan Louis Pierloot te Eernegem    4,50fr
  20. busschen aen Adlf Vermander te Oudenburg    6,50fr
  21. hout aan idem 19fr
  22. dairing aan Joseph Janssens te Bekegem        8fr
  23. Kasserolle aan Louis Victoire te Oostende 1,25fr
  24. Idem aan Julie Meneboo 1,50 fr
  25. Kandelaars aan Victoire            1,50fr
  26. Kasserolle aan Francies Claeys te Ettelgem      2,25fr
  27. Idem aan Isidore Jadot te Westkerke    1fr
  28. Gieter aan Jan Hubrecht te Brugge        1fr
  29. Spaen aan Louis Vandecasteele te Eernegem   1,25fr
  30. Braedpanne aan Karel Monteyne te Bekegem    2,25fr
  31. Fruitpanne aan Frederik Scheppers te Bekegem            50ct
  32. Marbout aan Julie Meneboo      1,50fr
  33. Tartepanne aan Francies Meneboo te Poperinge           3fr
  34. Strijkyser met blokken aan idem           4,50fr
  35. Koffiemolen aan Karel Dejonghe te Moere        1fr
  36. Keteltjes aan Karel Vermander te Gistel 6,50fr
  37. Idem aan Jules Beaucourt te Eernegem 8,50fr
  38. Tange en pook aan Karel Vivey te Eernegem    1,25fr
  39. Brander aan Pieter Verleye te Eernegem           3fr
  40. Koperen ketel aan Julie Minnebo          8fr
  41. Koperen doover aan Pieter Verleye te Eernegem           5,25fr
  42. Panne en versyp aan desire Deghelder te Ghistel          2,50fr
  43. Ketel aan Engel Delplancke te Snaaskerke        3 fr
  44. Idem aan Francis Minebo          5,50fr
  45. Idem aan Sebastiaan Demonie te Snellegem     8fr
  46. Idem aan Joannes Vandeweghe te Snellegem   3fr
  47. Messen en schotel aan Francies Defever te Bekegem mits 2,50fr
  48. Tassen aan Deghelder voornoemd        1fr
  49. Gleyerwerk en lampen aan Karel Vandamme te Moere   4fr
  50. Spiegel aan Hendryck Desopper van Eernegem            2fr
  51. Sauciere aan Mr Degheldere voornoemd           1fr
  52. Tailioren aan Jan Luycks te Roxem       1,25
  53. Taillioren aan Francies Tanghe te Snaeskerke    1,50fr
  54. Taillioren aan Vandeweghe voornoemd 2fr
  55. Gleyerswerk aan amand Kyndt te Bekegem       3fr
  56. Idem aan Francies Meneboo     1fr
  57. Idem aan dezelfde Meneboo     075fr
  58. Idem aan Karel Vandepitte te Bekegem 2,25fr
  59. Gleyerswerk aan Pieter Willems te Jabbeke       1,25fr
  60. Taillioren aan Coleta Jonckheere te Eernegem   4,75fr
  61. Idem aan Regina Vanmaele te Aartrijke  4fr
  62. Idem aan Gregoire Devinck       2,25fr
  63. Idem aan Hendryck Royen te Bekegem 2,50fr
  64. Gleyerwerk aan Medard Ocket te Oudenburg     5,75fr
  65. Idem aan Coleta Jonckheere     2,50fr
  66. Idem aan Moerman voornoemd 0,25fr
  67. Porceleine kommen aan Ocket voornoemd       2,50fr
  68. Idem aan Jan Broutjou te Oudenburg    2fr
  69. Glazen aan Degheldere voornoemd      4fr
  70. idem aan Hubrecht voornoemd 2fr
  71. idem en oliestelsel aan Joannes Jeumont Depauw te Oudenburg          6fr
  72. glazen aan Willems voornoemd 1,25ct
  73. caraffen aan Victerre voornoemd          1fr
  74. glazen aan Deghelder voornoemd         1,50ct
  75. caraffen aan Jan Vivey te Eernegem     0,75fr
  76. idem aan VermanderAdolf voornoemd  75ct
  77. idem aan Pieter Tanghe te Snaeskerke 2,75fr
  78. idem aan Degheldere voornoemd         5,50fr
  79. geweer aan Philip Vanhoutte te Gistel 10,50fr
  80. rosetten aan Joseph Inghelbrecht te Eernegem 3,50fr
  81. Bloempotten aan Joseph Blondeel te Brugge    50ct
  82. Kandelaars aan Desire Soreyn te Eernegem 12,5fr
  83. Waterpotten aan Devinck voornoemd   1,50fr
  84. Tassen aan Hubrecht voornoemd          2fr
  85. Kaders aan Karel Hoorens te Eernegem            8fr
  86. Idem aan Jan Carbonnez te Eernegem  2fr
  87. Idem aan Karel Kindt te Bekegem         2fr
  88. Idem aan Karel Vivey te Eernegem        2,50fr
  89. Idem aan Arnulf defour te Westkerke    2fr
  90. Idem aan jan Vansteenkiste te Oudenburg 2,50fr
  91. Crusifixen aan Hubrecht voornoemd     3,50fr
  92. Kaders aan Jan Carbonnez te Moere     2fr
  93. Kaders aan Louis Houtekeet te Ettelgem           2,25fr
  94. Idem aan Defever voornoemd   1,75fr
  95. Idem aan Mr Ocket voornoemd 2,50fr
  96. Koorden aan Julie Meneboo     2fr
  97. Idem en boeken aan Pieter Gekiere te Ettelgem 2fr
  98. Cabarets en boeken aan Karel Sanders te Roxem         3fr
  99. Boeken aan Hubrecht voornoemd         1,25fr
  100. Idem aan Hendryck Beernaert te Brugge            1fr
  101. Idem aan Blondeel voornoemd  1,75fr
  102. Idem aan Victoire voornoemd   50ct
  103. Flessen aan Karel Vandenbroucke te Eernegem            9fr
  104. Aardappels aan Pierloot voornoemd     6,35fr
  105. Nagttafel aan Jan Dehaene te Aartrijke  50ct
  106. Commode aan Hoorens voornoemd      15,50fr
  107. Idem aan Pieter Vanhee te Zerkegem    8fr
  108. Spynde aan Jan Tubbe te Oudenburg   7fr
  109. Pridieu aan Karel Vandepitte te Bekegem          7,50fr
  110. Menagere aan Dehaene voornoemd      15fr
  111. Tafel aan Joseph Vanroose te Stalhille  5 fr
  112. Idem aan Joseph Hullebusch te Eernegem        75ct
  113. Idem aan Karel Maene te Zerkegem       3,50fr
  114. Beddebak aan Pieter Dufossez te Oudenburg   15fr
  115. Idem aan Jan Soreyn te Bekegem         2fr
  116. Idem aan Jan Vanhee te Zerkegem        14 fr
  117. Beddebak aan Pieter Verbrugge te Zerkegem    14fr
  118. Kasse aan Antoine Declerck te Ettelgem           10fr
  119. Idem aan Karel Vanroose te Ettelgem    13 fr
  120. Barometer aan Pieter Verleye van Eernegem     5,50fr
  121. Tableau aan Judot voornoemd  2 fr
  122. Estampe aan Jan Bottier te Eernegem   3fr
  123. Kaders aan Philip Vanhove te Moere     16fr
  124. Idem aan Pieter Depoorter te Gistel       10,50fr
  125. Kader aan Francies Aernout te Ettelgem            7fr
  126. Idem aan Bernard Deruyter te Brugge    9,50fr
  127. Sargien aan Vanhove voornoemd         20,50fr
  128. Idem aan Moerman voornoemd 5,50fr
  129. Idem aan Defranc         9fr
  130. Idem aan Vanhove voornoemd  14 fr
  131. Idem aan Moerman voornoemd 4,25fr
  132. Idem aan idem  3fr
  133. Matras aan Jan Vanhooren te Jabbeke  50fr
  134. Idem aan Amand Mineboo voornoemd  40fr
  135. Idem aan Vanhove voornoemd             66fr
  136. Bedde aan Francies Vandenbosch te Stalhille   18fr
  137. Idem aan Willems voornoemd   18fr
  138. Hoofdeinde aan idem   6fr
  139. Idem en een oorkussen aan francies Valckaert te Bekegem       9fr
  140. Hoofdeinde aan Jan Messelier te zerkegem       6fr
  141. Idem aan Moerman       4fr
  142. Oorkussens aan Jan Deleye te Zerkegem          5fr
  143. Kafzak aan pieter Willems te zerkegem  3,50fr
  144. Idem aan Pierloot voornoemd   4,25fr
  145. Idem aan Philip Buffel te Bekegem       3fr
  146. Stroozak aan Joseph Roose te Ettelgem          3,75fr
  147. Schouwstkje aan Karel Kindt voornoemd          1fr
  148. Horlogerie aan Coleta Joncheere           8fr
  149. Idem aan defranc voornoemd   15 fr
  150. Lijnwaet aan Louis Boutens te Jabbeke 27fr
  151. Slaeplakens aan Moerman voornoemd  4fr
  152. Idem aan Julie Meneboo voornoemd     3fr
  153. Idem aan dezelfde        2,75
  154. Idem aan Jacob Demeester te Vlissegem          3fr
  155. Idem aan Louis Knockaert te Zerkegem 7fr
  156. Idem aan Victoire voornoemd   6,25fr
  157. Idem aan Broutjou voornoemd  7fr
  158. Idem aan Amand Bulcke te Oudenburg  6,50fr
  159. Idem aan Moerman voornoemd 7,50fr
  160. Spree aan Broutjou       6fr
  161. Idem aan Karel Verplancke te roxem 7,75fr
  162. Idem aan Degheldere    9fr
  163. Idem aan Karel Sanders            2,50fr
  164. Hemde aan Frederik Scheppers te Bekegem     3fr
  165. Idem aan Pieter Vanparys te Bekegem  3,50fr
  166. Idem aan Francies Knockaert te Roxem 9,75fr
  167. Idem aan Moerman voornoemd 2,25fr
  168. idem aan Victoire voornoemd   1fr
  169. Lakens en servieten aan Moerman         11fr
  170. Servieten aan Degheldere         13fr
  171. Idem aan Casimir Vermeersch te Eernegem       6,50fr
  172. Idem aan Hubrecht voornoemd 3fr
  173. Idem aan Charles Vermander voornoemd          10fr
  174. Dwale aan Victoire        7fr
  175. Idem aan Francies Meneboo     5fr
  176. Handdoeken aan Pieter Ghekiere te Ettelgem    2,75fr
  177. Neusdoeken aan Julie Menebo  1,75fr
  178. Idem aan Hubrechts voornoemd           1,25fr
  179. Idem aan Louis Kindt te Oudenburg      3fr
  180. Rabatten aan Pieter vanparys voornoemd         2fr
  181. Behangsel aan Vansteenkiste    4,50fr
  182. Rabbat en gordijnen aan Henri Hoste te Westkerke        6fr
  183. Behangsel aan Vandenbosch    4fr
  184. Idem aan Louis Houtekeet te Ettelgem  6fr
  185. Gordijnen aan Philip Vanhove te Moere 4fr
  186. Behangsel aan Pieter Dumon te Oudenburg      12fr
  187. Koffiekanin zilver aan Karel Tampere te Gistel   215fr
  188. Zilveren melkkan aan idem        47 fr
  189. Idem suikerpot aan idem           62fr
  190. Idem 2 kandelaars aan idem      140fr
  191. Idem oliestelsel en karaffen aan idem    142fr
  192. Idem zoutvaten en mostaertpot aan idem          90fr
  193. Idem aan August Wielmaker te eernegem          40fr
  194. 2 ragout lepels in zilver aan Mr Beaucourt voornoemd   38fr
  195. 6 zilver lepels en fourchetten aan idem  125fr
  196. 6 idem aan Louis Bruneel te Oudenburg            120fr
  197. 6 idem aan Jeumont Depauw    120fr
  198. 12 idem messen aan Beaucourt 70fr
  199. Idem truweel aan Beaucourt      35fr
  200. Idem suykerlepel aan Mr Bruneel           7,50
  201. Idem loucke aan Tempere         45fr
  202. Idem limonadelepel aan Victoire            7,75fr
  203. 7 koffielepels aan Bernard Vandewalle te Oudenburg    16fr
  204. 6 idem aan idem           18fr
  205. 6 idem korken aan Mr Beaucourt           16fr
  206. 6 idem vorken aan Pieter Inghelbrecht te eernegem       10,25fr
  207. Idem suykertange aan Tempere 8fr
  208. Idem wijwatervat aan Pieter Inghelbrecht            15,25fr
  209. Idem bril aan Karel Monteyne te Bekegem         6,25fr
  210. Secretaire aan Vandeweghe      25fr
  211. Schragen aan Pierloot Voornoemd        50ct
  212. Bank aan Victoire         2,50fr
  213. Slaapmutsen aan Henri Dhoedt te Stalhille        2,50fr
  214. Gordijnen aan Anna Vanraphelghem te Oudenburg        1,50fr
  215. Idem aan Moerman       1,50fr
  216. Idem aan Pieter Derycke te Roxem       3fr
  217. Fluwinen aan Julie Meneboo     4fr
  218. Tapit aan Francis Menebo         14fr
  219. 2 idem aan Mr Wielmaeckere     11,50fr
  220. Idem aan Joseph Monteyne te Bekegem           75 ct
  221. Porte medaille aan Pieter Mas te Aartrijke          4fr
  222. Koffiestelsel aan Deghelder 29fr
  223. Idem aan Joannes Devoldere te Eernegem        15fr
  224. Lavabo en lampet aan idem Devolder   15fr
  225. Nagttafels aan Maes voornoemd          16,50fr
  226. Vasen aan Francies Meneboo   11,50fr
  227. 227Pendule aan Devinck           82fr
  228. Portrait aan Sereyn voornoemd             5fr
  229. Kasken aan Arnulf Defoer te Westkerke            30fr
  230. Idem aan Louis Busschaert te Stalhille   30fr
  231. Spiegel aan Victoire voornoemd           11fr
  232. Idem aan Charles Dierycks Visschers te Roxem            10fr
  233. Tafel aan Maes voornoemd       42 fr
  234. Idem aan dezelfde Maes           6fr
  235. Stoelen en zetel aan Pieter kindt te Gistel          30,50fr
  236. Idem aan Philip Vandenbussche te Bekegem    10,50fr
  237. Planken aan Messelier voornoemd        75ct
  238. Stoelen aan Lamartin te Oudenburg       10fr
  239. Stroo aan Anna Prevoost te Oudenburg            3fr
  240. Wijn aan Degheldere voornoemd         21,75fr

 

Te samen 2909,35fr

 


[1] BAB: steekkaartenarchief ivm priesters
[2] zie: “Rond den Heerd” 1668 nr. 23
[3] het gebed voor Napoleon
[4] Wijst dit erop dat Desmadryl wel bereid was het gebed “Salvum fac imperatorem” te zingen, dat hij dus een wel beëdigd priester was? Toen hij tijdens de Franse revolutie in 1795 werd gevangen gezet in de citadel te Rijsel, kreeg hij vermoedelijk gratie  na het afleggen van de eed van trouw aan de keizer.
[5] Bron: “Het Stevenisme in Vlaanderen”, T.A. Vanbiervliet
[6] BAB, F19 ongeordend archief: B1827 tot 1827c
[7] BAB, F19 ongeordend archief, B1834,a,b
[8] RAB TBO143/3 nr395
[9] RAB TBO143/3 nr396
[10] Volgens het kadaster bouwt Antoine Desmadryl, pastoor van Bekegem, in 1841 op een nog onbebouwd stuk grond een woning na zijn opruststelling. ( ARCHIEF RUIMTE EN ERFGOED, AFDELING WEST-VLAANDEREN, Archiefnr. W/314. En KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Bekegem, 1841/1)
[11] Zie verder: inventaris opgemaakt na het overlijden van Antonius Desmadryl
[12] BAB, F19, ongeordend archief, B1840,a,b
[13] BAB, F19, ongeordend archief, B1841,a
[14] B102 61
[15] RAB, notariaat TBO 132-30 nr 44 (pg 1-35)
[16] RAB, notariaat TBO 132-30 nr 44 (pg 1-35)
[17] RAB, notariaat TBO 132-30 nr 44 (pg 1-35)
[18] Zie bijlage2

Een gedachte over “Desmadryl Antonius

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.