Fam Degryse

Degrysefamilie2 - kopie
1 Jules Dewanckele, 2 Omer Degryse, 3 Cyriel Degryse, 4 Gerarda Dewanckele, 5 Richard Vanmassenhove, 6 Karel Degryse, 7 Andre Degryse, 8 Philomena Roose, 9 Alida Dewanckele, 10 Jean Gerard Degryse, 11 Romanie Degryse, 12 Frederik Vanmassenhove, 13 Irma Vandenbroucke, 14 Victor Dewanckele, 15 Eugenie Mylle, 16 Julie Degryse, 17 Medard Vanmassenhove, 18 Louise Vandamme, 19 Charles Vanmassenhove, 20 Sidonie …., 21 Gerard Dewanckele, 22 Marie Degryse, 23 Julien Degryse, 24 Maria Dewanckele, 25 Camiel Degryse, 26 August Vanmassenhove, 27 Henri Degryse, 28 Richard Degryse, 29 Charles Degryse, 30 Medard Degryse, 31 Madeleine, 32, 33

Degrysefamilie1

Degryse6

Dravershof(6-4-2005)

DOjong

Degryse2

DOjongpater1

DOSeminarie

DOschool

DOjongpater2

DOpaard

DOKongo

DODikke boom1

DODikke boom2

DOVersailles1947

DOTokio3-3-1963

DOSuenens(niet)

DOSalloum

DORomebaard2

DORomebaard1

DOPaus3

DOPaus 2

DOPaus 1

DOkoning3

DOkoning2

DOkoning1

DOfontein

DOconcilie

DObeeld

DO8-9-1987

DHedwig

Met dank aan Regina Simpelaere

Pater Omer Degryse 1913-2002 – Een grote figuur uit Bekegem

Auteur: Marcel Denduyver  (Gestella krantje, jaargang 35, nr.3)

Omer Degryse was het tweede kind uit het grote gezin van Charles Degryse en Irma Vandenbroucke. Hij is geboren te Eernegem op 1 augustus 1913 op hun pachthoeve in de Meersen te Eernegem. Na hem zouden er nog twaalf kinderen komen. Van de veertien kinderen zijn er acht volwassen geworden, waarvan nu nog drie in leven zijn.

Op de stamhoeve (sedert 1840) van de familie Degryse in Bekegem (Het ‘Dravershof’ langs de Bevrijdingsweg) woonde de oudste broer van vader Charles. Deze broer Henri had slechts twee kinderen, twee zoons. De vrouw van Henri was al in 1929 overleden en toen de oudste zoon Gerard in 1937 trouwde besloot men tot een ruil van de hofsteden. Henri kwam met zoon Gerard naar de boerderij in Eernegem en Charles trok met zijn groot gezin naar de ouderlijke hoeve in Bekegem. Beide hoeven waren eigendom van de familie Vanderheyde uit Oudenburg.

Als oudste zoon ging Omer naar het college, dat wilde toen wat zeggen. Vader moest afzien van zijn eerste hulp op de boerderij en moeder zag haar grote jongen met betraande ogen van zich weggaan. Omer zorgde echter voor de beloning, weldra was hij de kampioen van de klas.

Na zijn verdere studies te Roeselare, waar hij de gouden medaille behaalde, trok hij in 1931 naar het klooster van Scheutisten. Op 15 september 1932 deed hij er zijn religieuze geloften. Tijdens zijn priesteropleiding studeerde hij te Leuven, Nijmegen en in Rome waar hij theologie studeerde aan de Gregoriana. Op 2 augustus 1937 werd hij priester gewijd en daarop volgde zijn eremis te Eernegem.

Eigenlijk wilde hij naar de missies trekken. Van zijn oversten moest hij eerst verder studeren te Rome. Nadien werd hij professor theologie te Leuven. Hij doceerde filosofie en later theologie aan de studiehuizen van zijn congregatie.

In 1947 werd hij door zijn oversten als missionaris naar Noord-Congo gestuurd (bisdom Lisala). Hij was een broussepater, hij stichtte er missieposten, bouwde een kerkje dat hij zelf schilderde. Maar Gods plannen lagen anders. Na elf jaar Congo kwam hij terug als provinciaal overste naar het kapittel dat hem meteen benoemde tot Vicaris Generaal.

Na het plotse overlijden van Pater Frans Sercu, de algemeen overste, werd hij in 1961 door Rome benoemd tot algemeen overste van Scheut. Hoogtepunten van zijn mandaat waren de Eeuwfeestviering van de Congregatie (1962), zijn actieve deelname aan het tweede Vaticaans concilie (1962-1965), en de associatie met de zusters van de jacht. In dezelfde jaren was de toestand van de kerk in Congo voor hem een reden tot grote zorg. Hij had een visie voor de Congregatie en voor de kerk en was daarin een profeet. Hij reisde de wereld rond naar alle missieposten, soms met militaire begeleiding. Hij wist de confraters te animeren, mensen te kiezen en voor te bereiden voor latere taken. Tot bekroning van zijn missie-ijver werd hij benoemd tot directeur van de pauselijke missiewerken (Missio) in België. Deze functie bekleedde hij van 1971 tot 1986. Hij was vooral betrokken bij de redactie van het missiecentrum voor studie en documentatie.

Tussenin vond Omer nog de tijd om hoogleraar te zijn te Leuven. Hij doceerde er missiologie van 1969 tot 1983 en zorgde ervoor dat een leerstoel voor dat vak werd opgericht. Na 1985 bleef hij verder studeren en schrijven. Zijn aandacht ging meer en meer naar de dialoog tussen de verschillende godsdiensten.

Pater Omer was een diepgelovig man. Voor hem waren de verkondiging van het evangelie en de opbouw van het Rijk Gods, zijn grote taak. Hij was een gedreven man als het op missie aankwam. Missie dreef hem in zijn leiderschap.

Reeds als jonge religieus en professor, was Omer Degryse een denker en gevoelig voor de noden van de veranderende tijd. De voornaamste vrucht hiervan was zijn tweedelig werk “Christelijk humanisme”.

Daarna volgde nog een groot aantal boeken en artikelen in verband met missie en evangelisatie. Zijn laatste boek “De interreligieuze dialoog. De Aziatische kerken toonaangevend” verscheen in 2000. Pater Degryse was een zeer geleerd en diepzinnig man, maar ook heel eenvoudig die veel hield van zijn familie en Bekegem. In 2000 nam hij het initiatief tot het samenstellen van een familieboek Vandenbroucke en tot de tweede uitgave van ons familieboek Degryse.

Bekegem mag fier op hem zijn!

Kwartierstaat Omer Degryse

Scan_20150828

Een gedachte over “Fam Degryse

  1. Johan Van Wetter

    Ik ben geboren op 03/04/1952 in Lisala (Belgisch-Congo). Ik werd er in de missiepost gedoopt door Pater Omer Degryse himself. Zo lang geleden en toch nog steeds een eer voor mij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.