Een Romeinse munt in Bekegem

Vindplaats

De munt werd gevonden in het voorjaar van 2013 toen in de tuin van het nummer 29 in de Bevrijdingsweg te Bekegem, grondwerken werden uitgevoerd om een nieuw terras aan te leggen.

De munt is in relatief goede staat, wat uitzonderlijk is voor onze streek. De plaats waar ze werd gevonden is nogal hoog gelegen tegenover de omgeving. De bodem bestaat uit droge en erg onvruchtbare zandgrond. Het gevolg hiervan is dat de munt gedeeltelijk is verweerd, maar toch niet zo erg.

De plaats waar de munt werd gevonden is gelegen op ongeveer 300 meter van de Zeeweg. De Zeeweg is de Romeinse heirweg die Oudenburg verbindt met Torhout. De Bevrijdingsweg is op 3,5 km van Oudenburg verwijderd alwaar een militair kamp was gevestigd om het binnenland te beveiligen tegen Germaanse invallen vanuit zee. Veldprospectie doet vermoeden dat er in de nabije omgeving waarschijnlijk een intense bedrijvigheid was gedurende de Romeinse tijd.

De munt werd geslagen tussen 276 en 282 na Christus en vermoedelijk vóór 360 tot 400 na Christus verloren, in die periode verlieten de Romeinen onze streek. De munt is niet zo erg afgesleten (wel verweerd), wat doet vermoeden dat ze werd verloren niet zo lang na het vervaardigen ervan.

DSCN2211   DSCN2226

Een antonianus

VZ: IMP CM AVR PROBUS P(ius)F AVG
KZ: CLEM TEMP
Keizer naar rechts, houd een scepter vast met een arend erop. Hij ontvangt een globe van Jupiter staande naar      links, die een scepter vasthoudt.
Onderaan:
B
XXI
Muntplaats: Siscia (Sisak Joegoslavië)

Het betreft een bronzen muntje dat men in de Romeinse tijd een antonianus noemde. Het werd vervaardigd in de jaren 276 tot 282 na Christus toen Marcus Aurelius Probus keizer van het Romeinse Rijk was.

De antonianus werd door keizer Caracala (198-217) in omloop gebracht. Deze munt werd genoemd naar Caracalla’s officiële naam Antonius. De munt toont steeds de keizer met stralenkroon. Oorspronkelijk was de antonianus een zilvermunt. Door muntontwaarding nam het zilvergehalte af. Onder de regering van Gallienus (253-268) was deze munt herleid tot een bronzen of koperen munt, vaak van kleine afmetingen en bedekt met een klein laagje zilver.

Onder de regering van Aurelianus (270-275) werd een munthervorming doorgevoerd. Hij vergrootte de afmeting en de grootte van de antonianus. Vermoedelijk werd ook de techniek van verzilveren verbeterd aangezien verzilverde munten uit die periode frequenter voorkomen dan tijdens de vorige periode. Het waardemerk XXI werd even eens op de nieuwe antonianus aangebracht. Dit gaf aanleiding te veronderstellen dat Aurelianus de antonianus herwaardeerde als 1/20e aureus, waarbij het merkteken verklaard wordt als “20 van deze munten = 1 aureus”. Er zijn evenwel meerdere theorieën over de betekenis van deze merktekens.

De letter B boven de XXI op de keerzijde geeft een aanduiding van het “officia” of de werkplaats waar de munt werd geslagen. De letter B duidt erop dat de munt werd geslagen in het oostelijk deel van het Romeinse Rijk, men gebruikte er het Griekse systeem om de officiae aan te duiden: de overeenkomstige letters zijn A, B, Γ, Δ.

Verdere uitleg

  • IMP = imperator, heerser
  • AVR = Aurelius
  • AVG = augustus, keizer
  • CLEM (entia) TEMP (= tijdelijke gematigdheid)
  • Jupiter is de oppergod van de Romeinen, hij is de vader van alle goden. Doorgaans werd hij afgebeeld als een grote gebaarde man, zittend of staande met scepter in zijn linkerhand en in zijn rechterhand een arend of bliksemschicht. In dit geval vereenzelvigt de keizer zichzelf als bijna evenwaardig met Jupiter. De attributen die hij vasthoudt zijn deze van de oppergod. Tevens ontvangt hij van hem een globe of de heerschappij over de wereld.

Marcus Aurelius PROBUS (augustus 276 – herfst 282)

Probus was de opvolger van Caius Marcus Claudius Tacitus (275-276) en Marcus Annies Florians (276). Tacitus was al een ouder man toen hij keizer werd gekroond. Hoewel hij reeds 75 jaar oud was trok hij met zijn troepen naar Thracia (Macedonië) en slaagde erin een invasie van de Goten in Klein-Azië af te slaan. De inspanningen van deze tocht en het Probusgure klimaat hadden van deze bejaarde keizer te veel gevergd en hij overleed in Cappadocia (Romeinse provincie in Turkije) in april 276. Na zijn dood greep zijn halfbroer Florianus, de macht. Zijn regering werd erkend door de senaat en de westelijke provinciën. Het oostelijk leger riep evenwel Probus tot keizer uit. Florianus rukte onmiddellijk uit en de twee legers ontmoetten elkaar bij Tarsus in Cilicia (stad en streek in het zuiden van Turkije). Nog eer een ernstig treffen had kunnen plaatsvinden, werd Florianus door zijn eigen troepen omgebracht. Hij had nauwelijks meer dan twee maand geregeerd.

Probus werd in 232(?) te Sirmium (Sremska Mitrovica Joegoslavië) geboren. Hij werd beroepsmilitair en maakte al snel promotie. Ten tijde van Aurelianus (270-275) was hij een van de belangrijkste generaals in het imperium. Hij was legeraanvoerder in verschillende compagnieën, aan de Germaanse grenzen in Gallië, Syrië en Egypte. Tacitus benoemde hem in 276 tot gouverneur van Syrië en Egypte. Spoedig na de dood van Tacitus (275-276) werd hij door zijn troepen tot keizer uitgeroepen en na de dood van Florianus (276) werd hij de onbetwiste meester van de Romeinse wereld. Eenmaal erkend door de senaat, versloeg hij de Franken in Gallië, de Vandalen en de Bourgondiërs aan de Rijn en de Donau. Hij laat tevens de fortificaties langs de Rijngrens herstellen. In 278 werden de Vandalen volledig uit Illyricum in de Balkan verdreven. Probus ontvangt hiervoor de overwinningstitel “Gothicus Maximus” (overwinnaar van de Goten). In 279 ontvangt hij de overwinningstitel “Germanicus Maximus” (overwinnaar van de Germanen). Zijn regering was niet alleen belangrijk omwille van de behoorlijke militaire successen die hij boekte, maar ook wegens zijn poging om het economisch leven in het keizerrijk te herstellen na de grote economische en politieke crisis van het midden van de eeuw. Daarom voerde hij de wijnbouw in in verschillende provincies in het westen. Mocht hij in staat geweest zijn om al zijn plannen te realiseren, dan zou de Romeinse staat veel van zijn vroegere macht en prestige hebben herwonnen. Helaas, in de herfst van 282 werd hij te Sirmium vermoord door een bende muitende soldaten: deze waren woedend omdat zij door de keizer gebruikt werden bij openbare werken in plaats van voor militaire doeleinden.

Tijdens het bewind van Probus waren er nog anderen die de titel van keizer begeerden:

  • Bonosus (ca 280). Hij was usurpator in Gallia. Deze generaal van Probus was van Britse afkomst. Hij had geen succes gehad tegen de Germanen en uit vrees voor de woede van de keizer riep hij zichzelf te Keulen tot keizer uit. Na een hevige strijd werd hij door Probus verslagen.
  • Saturninus (ca 280) Hij was usurpator in Alexandria (Egypte). Hij was een generaal van Probus en werd door zijn soldaten te Alexandrië tot keizer uitgeroepen. Kort daarna werd hij vermoord.
  • Proculus (ca 280-281) Hij was usurpator in Gallia. Proculus zou afkomstig geweest zijn uit de streek van Genua. Na een succesrijke loopbaan, resideerde hij als een man van aanzien te Viturgia. Nadat hij zich had onderscheiden had bij het terugdringen van de Alemannen, werd hij te Keulen tot keizer uitgeroepen. Hij werd door Probus in de nabijheid van Keulen verslagen, waarna hij zijn toevlucht zocht bij de Franken. Deze leverden Proculus evenwel uit, waarna hij werd terechtgesteld.

Na de dood van Probus, werd Carus, prefect van de pretorianen (privé leger van de keizer), door het leger tot keizer benoemd. Hij regeerde tot laat in 283. Hij werd in zijn kamp te Ctesphon (of Madain, een stad in Mesopotamië, nabij Bagdad in het huidige Irak) neergebliksemd nadat hij de Perzische strijdmacht had verslagen en uiteen gejaagd.

Bron:

  • Eddy Schutyser, voorzitter van de EGMP-afdeling te Brugge.
  • RIC 643
  • “De Romeinse Keizers en hun munten” E Schutyser

Een 19de eeuwse grafsteen herontdekt en teruggeplaatst

Barones Jackson

Een grafsteen

Reeds lange tijd lag er voor de deur van de noordelijke sacristie een steen waarvan sommigen zich afvroegen wat dat eigenlijk was. Deze zomer besloten Rik De Ly en Etienne Sierens de geheimen DSCN2167van de steen te ontrafelen. Ze maakten een put naast de steen om zo de aarde van eronder te verwijderen. Aan de hand van een twintigtal foto’s werd op de computer het raadsel onthuld: het was de grafsteen van Anna Woodville. In DSCN3156samenwerking met de culturele dienst werd besloten dat dit unieke erfgoed niet mocht verloren gaan. De steen werd door de gemeentewerkers ontgraven. Hij kreeg een nieuwe plaats tegen de kerkhofmuur. De steen is relatief goede staat. In ieder geval zijn de letters weinig verweerd. De letterzijde van de steen kan niet lang vrij gestaan hebben. Vermoedelijk werd Anna Woodville begraven aan de zuidzijde van de kerk. Met de verbouwingen van de kerk in 1865 werd de steen vermoedelijk verwijderd en voor de deur van de noordelijke sacristie gelegd.

JHS
Sacred
To the memory
Of lady
Anne Jackson
daugther[1] of Wm Woodville esqre
of Edge Hill Liverpool first
married to John Day esqre of
Norwich Norfolk after his death
to col sir George Jackson
bart of Fork Hill Ireland
ob. 18 augs       AE 82
1848
Het betreft een mooi gekapte steen van Anne Woodville. Zij woonde in de 19e eeuw in Bekegem.

Anna Woodville gehuwd met John Day en George Jackson[2].

Zelf was zij dochter van William Woodville en Anne Kerby en afkomstig van Edge Hill Liverpool. De familie Woodville is verwant met Elizabeth Woodville[3]. Deze was de gemalin van Eduard V, koning van Engeland tussen 1464 en de dood van haar echtgenoot in 1483.
Aanvankelijk was Anne gehuwd met John Day afkomstig uit Norwich Norfolk. Beide families behoorden tot de lagere adel. Zij hadden de titel van “esquire”[4]. In dit huwelijk had zij zeker twee kinderen: Anna Blanche (°Norfolk Norwich Engeland 1804) en Alexander. Na de dood van John Day herhuwde Anne op 10 september 1814 met de uit Ierland afkomstige kolonel en baron George Jackson. De Jacksons vochten in de 17e eeuw aan de zijde van Oliver Cromwell en werden voor hun trouw beloond met aanzienlijke eigendommen in Noord Ierland. George Jackson was de zoon van Richard en Anne O’Neill. Hij werd geboren in Coleraine, Co. Londonderry op 19 januari 1776. Later leefde hij in Forkhill, Co.Armagh in Ierland. Na een succesvolle loopbaan bij het leger waarin hij het tot kolonel schopte, kreeg hij op 21 april 1813 de adellijke titel van baron van Forkhill, County Armagh and Beach Hill, Surrey, in Noord Ierland. Georg leefde boven zijn stand, zoals men in Bekegem zegt. Voor hij huwde met Anne Woodville verkwiste hij nogal wat geld. In ieder geval veel vlugger dan hij geld verdiende. Alles bij mekaar, in 1801 was hij een vrijgezel, die 30000 pond schuld had. Hij moest bij vrienden geld lenen om de intrest op zijn schulden te betalen. Het was niet dat Sir George vanaf toen een arm man was geworden. Er waren nog steeds aanzienlijke inkomsten van de verschillende familie-eigendommen die hij erfde.
Het symbool van de Noord-Ierse bezittingen was het paleis van de Jacksons in Coloraine. Men noemde het imposante bouwwerk de “Jackson Hall”. Het was de hoofdverblijfplaats van de Jacksons. In 1838 was het paleis in ieder geval nog steeds in het bezit van George Jackson. De JacksoJackson Halln Hall en een aantal bezittingen rond Coloraine noemde men de “Coloraine Lease”. Vermoedelijk waren de “leases” een onderdeel van het Ierse feodaal systeem. Sharon Oddie Brown, een nakomeling van de Jacksons wonende in Canada schrijft dat deze “leases” voor een termijn van drie levens werden gegeven. Ze konden dus opnieuw aan iemand worden gegeven na de dood van de derde persoon. George Jackson was de laatste die kon genieten van de eigendom. Met zijn dood werden alle connecties van de Jacksons met deze eigendommen verbroken.
Na zijn huwelijk met Anne Woodville verbrak George alle banden met Ierland en Engeland. Het echtpaar week uit naar het vasteland. Zij woonden aanvankelijk in Parijs (16/8/1817). In 1825 woonden zij in Oostende. George noemt zichzelf fabrikant in gleyerwerk. Op 1 januari van datzelfde jaar vraagt hij de provincie Antwerpen de toelating een fabriek te mogen bouwen van geglazuurd aardewerk in de Predikheerinnenstraat 2020 0/3 sectie 1 te Antwerpen[5].
In die periode leefden nogal wat Engelse industriëlen in Oostende. Oostende zelf was toen een nogal onveilige en vuile stad. De rijke Engelsen kwamen in Snaaskerke en Gistel wonen. Later werd zelfs een Engelse school ingericht in een kasteeltje (Het Rattekasteel) op de weg van Gistel naar Zevekote[6].
 

De periode Brugge

In 1836 verhuisde George Jackson en Anna Woodville van Gistel naar Brugge in de Ezelstraat. Ook de dienstmeid Anna Vandaele (°1802) uit Gistel verhuisde mee. Op 24/11/1836 werd de vorige bewoner uitgeschreven. Het was zeekapitein Vanden Broucke Gaspard, (° Oostende 1781), gehuwd met Janssens Catharina (°Amsterdam 1788) en hun 5 kinderen. Vermoedelijk verhuisde het gezin Jackson eind november 1836, (volgens de administratie werden ze ingeschreven op 21 september 1837. Hun woning was gelegen in de Ezelstraat[7], wijk 7 sectie E, nummer 8. (Vermoedelijk was dit de woning gelegen op de hoek van de Ezelstraat en de Pottevynstraat, aan de kant Puttemolenstraat, het huidige nummer 16).
Beschrijving van de woning in “Bouwen door de eeuwen heen deel 18n b Stad Brugge”, uitgave AROHM, afdeling Monumenten en landschappen, pg 30.
Nr.; 16 Poitevinstraat. Diephuis van drie – zes trav. en twee en een halve bouwl. Onder zadeldak (Vlaamse pannen), met oudere kern cf. blinde zijvensters van de maezzanino. Verankerde en tot onder de vensters van de tweede bouwl.- bepleisterde gevel van baksteen, i.l.v. XIX opgetrokken tot schermgevel, bekroond door bepleisterd en beschilderd, driehoekig fronton. Versneden kordon boven begane grond en als kordon doorgetrokken lekdrempels op tweede bouwl. Aangepaste rechth. Vensters onder strek Ezelstraat16(cf. bouwnaden). Haast vierkante vensters op de lagere derde bouwl., in de uiterste trav. Blind en bepleisterd; boven het middenvenster tekenen zich in het fronton de sporen af van een boognis. In de verankerde zijgevel, twee kruisen van geglazuurde baksteen. Achtergevel: verankerde bakstenen puntgevel die de steile dakhelling volgt. Aanbouw uit XXa, verhoogd in 1929 SAB Bouwvergunningen nr. 1313/1929. Devliegher: De huizen…., 1975, pg 74-75.
George Jackson[8] stierf in zijn woning te Brugge in de Ezelstraat nr. 8 op 14 januari 1840 om 9u in de avond. John Smith, commisionaris 61 jaar en Carolus Herrebout, sergeant van de politie en 47 jaar, gingen de volgende dag het overlijden aangeven. George was 64 jaar geworden. Hij stierf zonder wettige nakomelingen na te laten. Zijn titel van baron verviel met zijn overlijden.
George werd begraven op het Brugse kerkhof nabij de Baron Ruzettelaan op het kerkhofje voor Engelsen (aan de rechterzijde nabij de ingang)[9].
In juli 1941 deed Anna Woodville een aanvraag om een zerk te plaatsen op het graf[10]. Hoogst waarschijnlijk schreef zij de tekst zelf, het is duidelijk niet geschreven door een Vlaming. Dit getuigd ervan dat Anna een intelligente en ontwikkelde vrouw was.
Zij schrijft:Grafsteen Jackson
“Aen de Eedelen heeren scheep ende
burgemeester
der stadt Brugge
Mijnheers de vraege hier van is of ik
Eenen zarke zoud mogen plaseren op het
Algemeene Kerkhof voor Engelsman op
Het Engels Kerkhof Conforme de anderen
Waer of hier is het opschref van                 .
Sacred to the memorij of Colonel sr George
Jackson of forte hill in the Countij of
Armagh Jriland who departed this life
Januarij the 14th 1840 aged 64 Years,
This tribute is erected bij all who knew him
He will be ever regretted as he was
Loved
De aanvraag werd goedgekeurd op 30 juli 1841. De tombe had de volgende afmetingen: H:75 cm, B:80 cm, L 140 cm. Het graf van George Jackson lag op perceel 10 nr 143. Het graf is verdwenen, er ligt nu iemand anders begraven. Vermoedelijk ligt George eronder[11].

De periode Bekegem

In dezelfde periode dat de familie Jackson naar Brugge verhuisde, verhuisde ook Blanche Woodville Day, de dochter van Anna Woodville. Zij kwam van Gistel in Bekegem wonen op 22 oktober 1836[12] . Blanche had het kleine hoevetje gekocht nabij de Witte Molen, Popp Bevrijdingsweghuidige Bevrijdingsweg nr. 24. In die periode was dat Dorpweg nr 3. Blanche had het gekocht bij openbare verkoping op 7 juni 1836. De notaris was Henri Joannes Bousson uit Oostende[13]. De verkoping gebeurde in de herberg St Hubertus van Amand Bulcke te Westkerke, ten overstaan van de vrederechter van Gistel. Op de derde zitdag was notaris Heyvaert de hoogste bieder. Hij handelde in opdracht van juffrouw Blanche Woodville Day, wonende in Gistel. Zij was niet aanwezig op de verkoping. Het hoogste bod was 3900fr.
Het hofstedeke werd als volgt beschreven: “Een welbebouwd hofstedeken bestaende uyt woonhuys, schuur, koey en verkensstallen met backhuys. Oppervlakte één bunder, 89 roeden 4 ellen, sectie A nr 27 tot en met 35, onder bebouwde grond, boomgaerd, hovenierhof en zaeylanden gelegen te Bekegem west en verre van de kerk, te samen makende een vierkante partij, palende ten oosten, ten noorden en gedeeltelijk ten zuiden  aan de landen van JBte  D’Hooghe, grondeigenaer te Brugge, nog ten zuiden aan een slag, leidende naar de Zeeweg en Roxem molen, alhier te helten meegaande en aan de weduwe en de kinderen van Salomon Declerck eigenaars te Oostende, alwaar gezeyde slag ook doorloopt komende van de straete die naar Bekegem leid en van Westen aan de Zeeweg[14]”.
Het was het hofstedeke van Joannes Vanhee. Joannes was landbouwer en weduwnaar geworden van Anna Therese Hollevoet. Er waren minderjarige kinderen en op voorstel van de Gistelse vrederechter gebeurde de verkoop openbaar. Zij hadden het hofstedeke gekocht van de familie Moyaert volgens de akte verleden voor Jacobus Dero notaris te Jabbeke op 10 prairial XII of 15/6/1805[15].
Het hoevetje werd bewoond door Blanche. Zij noemde het hoevetje “La Campagne[16]”. Vermoedelijk gebruikten George Jackson en Anna Woodville de eigendom als buitenhuisje, als “maison de plaisance”. In de wintermaanden woonden ze in Brugge, in de zomermaanden in Bekegem. Deze manier van leven was niet de normale levensstijl van de Ierse adel. Het was hen echter niet onbekend. Te leven tussen de Ierse bevolking was in die periode alles bij mekaar normaal te noemen. De historisch traditionele voordelen van de Ierse adel waren in die periode reeds fel terug gedrongen[17].
Na het overlijden van George Jackson werd de gehele inboedel te Bekegem verkocht. Wij hebben er het raden naar waarom dit gebeurde. Vermoedelijk was de inboedel deels zijn eigendom. Werd de inboedel verkocht om zijn schulden te betalen?
De openbare verkoping werd gehouden op dinsdag 21/1/1840 om 1u na de middag op verzoek van Anne Blanche Woodville en door notaris Theodore Frederik Heyvaert te Gistel[18]. De verkoping had plaats op haar hofstedeke te Bekegem. Als we de 53 loten overlopen is dat niets anders dan de huisraad en de gehele inboedel van een hofstedeke. Er worden ook 2 zwijnen, een koe en een vaars verkocht.
Na het overlijden van haar man kwam Anne Woodville permanent bij haar dochter in Bekegem wonen. Hun geld was helemaal nog niet op. Er bleef genoeg over om toch nog met een zekere standing te leven. Er werd een Engelse tuin aangelegd en er was een dienstmeid in dienst. Tot 1/5/1852 was dat Anna Deroo (°Westkerke 29j). Na haar vertrek naar Gistel op 1 mei 1852 kwam Regina Tanghe in haar plaats (°Zandvoorde 35j aankomst 1/5/1852 van Oudenburg; gaat naar Eernegem 1/2/1853). Op 5 juli 1855 kwam Vogelaere Marie Therese in dienst (°Mannekesvere 1828)[19].
Bij het buitenhuisje was een beetje grond. (tot tegen de Witte Molen). Zij waren ook eigenaar van de herberg St Laurentius, waar nu het klooster op staat, van een partij grond op het eind van de huidige Doornhoekstraat (nr. 57) en van enkele percelen grond op het Cruysseveld (begin Doornhoekstraat)
Anna Woodville stierf op 18 augustus 1848, in haar woning om 9u ‘smorgens, zij was 82 jaar[20].
Haar dochter Anne Blanche bleef in Bekegem wonen tot ze op 12 maart 1866 verhuisde naar Evergem.
In 1865 verkocht zij al haar eigendommen in Bekegem.
De onroerende goederen werden openbaar verkocht door notaris Heyvaert van Gistel[21] De definitieve verkoop ging door op 7 november 1865 in de herberg St Laurentius te Bekegem.
De eigendommen werden als volgt beschreven:
Koop één
Een schoon buitengoed bestaende uit kamer, eetplaats, slaepkamer, voute, kelder, keuken met citerne, bovenkamer, zolder, agterkeuken, ovenkot, koeystal met aelput, zwynskoten, scheur met aerdappelkelder, waterpomp en verder gerieflijkheden en de hoeveelheid van 81a 96 ca bebouwde grond, boomgaard, hoving, garsplein en engelschen hof, bekleed met veele vreemde en inlandsche welwassende boomen, planten en fruitbomen, sectie A nr 27/28/29/30/31/32
Koop twee
94a 60 ca in 3 percelen, sectie A nr 33/34/35bis. Het westers stuk gebruikt zonder pacht door Joannes Dekeyser voor 30fr per jaar.
Koop drie
Een onlangs nieuw gebouwd huis met woonplaats, kamer, kelder, vaute, zolder en stalling en 4a 90 ca bebouwde grond, sectie A nr 35b en 35c gebruikt zonder pacht met een perceel land van koop twee door Joannes Dekeyser mits 57 frank per jaar
Koop vier
Een huis dienende voor herberg genaamd St Laurentius met schenkplaats, kamer, slaapkamer, kelder, vaute, zolder en stallingen en 13a88ca te Bekegem in het dorp palende van westen aan het kerkhof, sectie A nrs 197a, 198a en de westzijde van 196a, gebruikt met de volgende koop door Louis Meesschaert voor drie, zes, negen jaar. De pacht ingegaan 1/5/1865 voor 180 fr. (de kas staende op de vaute kamer toebehoord aen den pachter, die ze zal mogen wegnemen)
Koop vijf
10a 90ca hoving gelegen alsvoor palende van noord aan Serruys, van oosten aan de wwe Jan Vandenberghe te Bekegem, van zuiden aan de straat en van westen ongescheiden aan koop vier sectie A, deel zijnde de oostzijde van nr 196a, gebruikt met koop vier door Meesschaert voor 230 fr. per jaar. Voor de bomen moet 50 fr. betaald worden
Koop zes
51a 10ca bebouwde grond, hoving en zaailand te Bekegem, verre zuidoost van de kerk, sectie B nrs 275 en 276 gebruikt door Philip Boffel te Bekegem tot 1/10/1868 mits 40 fr. per jaar
De gebouwen, fruitbomen en hagen horen toe aan de pachter; de koper zal dezelve bij prijsie van half liggende, half staande weerde mogen overnemen. De prijsie zal niet meer dan 600 fr. mogen bedragen.
Uiteindelijk werden de loten verkocht als volgt:
  • Samenvoeging van loten 1/2/3, samen een buitengoed, een huis en 1 h 81 a 96ca, gekocht door  Pieter Dierickx Visschers, molenaar te Roksem. Met de waarde van de bomen (2200fr), samen 10400fr.
  • Samenvoeging van lot 4 en 5, de herberg met 24a 78 ca grond, verhoogd door Leo Gernaey op 6900 fr. en 80 fr. voor de bomen is 6980 fr.
  • Koop zes verhoogd door Karel Hoorens, landbouwer te Eernegem op 1550 fr.  Hij koopt voor Henri Mylle, met de bomen inbegrepen 1580 fr.
Ook de meubilaire goederen van Blanche Woodville werden verkocht. Dit gebeurde op donderdag 16/11/1865 om 1 u in de namiddag. Deze goederen brachten samen 828 fr. op. (zie bijlage 4)
Zie ook
Bijlage 5: samenvatting van opzoekingen van Sharon Oddie Brown.
Bijlage 6: verdere gegevens betreffende de familie Woodville.

Bijlage 1

Elizabeth Woodville ca 1437 +Londen 8/6/1492[22]

Koningin van Engeland 1464-1483. Zij was de gemalin van koning Eduard IV van Engeland tussen 1464 en de dood van haar echtgenoot in 1483.
Jeugd
Elizabeth werd rond 1437 geboren in Grafton Regis, Northamptonshire, als de dochter van Sir Richard Woodville en Jacquetta van Luxemburg. Ze werd een hofdame van Margaretha van Anjou, de vrouw van koning Hendrik VI. In 1452 trad ze in het huwelijk met Sir John Grey, de baron van Groby, die in 1461 werd gedood bij de Tweede Slag bij St Albans. Uit dit huwelijk had Elizabeth twee kinderen: Thomas Grey, de markies van Dorset, en Richard Grey.
Gemalin van de Koning
Eduard IV had vele minnaressen, waaronder Jane Shore, maar zodra Elizabeth met hem in contact was gekomen stond ze erop dat ze zouden trouwen. De bruiloft vond plaats op 1 mei 1464 in haar ouderlijk huis in Northamptonshire. Op dat moment was Eduards adviseur, Richard Neville, in Frankrijk om een geschikte huwelijkspartner voor de koning te vinden die de Anglo-Franse relatie moest versterken. Toen hij terugkwam en hoorde dat Eduard in de tussentijd al getrouwd was, kwam hij erachter dat Elizabeth Woodvilles familie nu de voorkeur had boven hem.
De koningin-gemalin joeg nog meer mensen tegen zich in het harnas door exorbitante Elisabeth Woodvillebegrafenissen te regelen voor haar familieleden. Haar zwager, Sir Anthony Grey, stierf in 1480 en werd bijgezet in St. Albans Cathedral, met een bronzen monument dat kon wedijveren met die van de aartsbisschop van diezelfde kathedraal. Ook de trouwerijen van de Woodvilles gingen gepaard met veel pracht en praal. Elizabeth arrangeerde het huwelijk tussen haar 20 jaar oude broer, John Woodville, en Katherine Neville (dochter van Ralph Neville), die al in de tachtig was en enorme rijkdommen bezat. Elizabeths zuster, Catherine Woodville, trouwde met Henry Stafford, de Hertog van Buckingham.
Weduwe
Toen de koning in 1483 onverwacht stierf, had Elizabeth hem al tien kinderen gebaard, waarvan er onder andere nog twee zoons in leven waren. De oudste van de twee, Eduard, werd geboren in 1470 terwijl zijn ouders toevlucht hadden gezocht in de Westminster Abbey, omdat de koning geen macht bezat tijdens de Rozenoorlogen. Na Eduards overlijden was Elizabeth voor korte tijd de koningin-moeder, maar op 25 juni 1483 werd haar huwelijk door het Engelse parlement nietig verklaard. De reden hiervoor was dat de koning zou hebben beloofd met een zekere Eleanor Butler te trouwen. Deze afspraak werd bindend verklaard, en andere huwelijken waren automatisch onwettig. De bisschop van Bath en Wales getuigde later dat hij Eduard en Eleanor had getrouwd.
Door de nietigverklaring van haar huwelijk, waren al Elizabeths kinderen buitenechtelijk geworden en verloren daardoor aanspraak op de troon, inclusief Eduard. Elizabeths zwager, Richard III van Engeland, besteeg de troon en liet de twee prinsen opsluiten in de Tower of London, waar ze zich al bevonden in afwachting van de kroning van Eduard. Hoe ze precies aan hun einde zijn gekomen is onduidelijk, maar ten tijde van Hendrik VII van Engeland, die na Richard regeerde, waren ze dood.
Elizabeth beloofde haar dochter Elizabeth van York aan de grootste kanshebber op de troon als het huis van York zou worden verstoten: Henry Tudor, later Hendrik VII van Engeland, afkomstig uit het Huis Lancaster. Hendrik werd in 1485 gekroond, en Elizabeths huwelijk met Eduard werd in ere hersteld, waardoor haar kinderen weer binnen het huwelijk vielen. Elizabeth kreeg de titel koningin-douairière, en stierf op 8 juni 1492 in Londen. Ze werd vier dagen later bijgezet in het graf van haar man in Windsor Castle.
Kinderen van Elizabeth Woodville
Met Sir John Grey
  • Thomas Grey, Markies van Dorset
  • Richard Grey
Met Koning Eduard IV
  • Elizabeth (11 februari 1466 – 11 februari 1503), trouwde met Hendrik VII van Engeland
  • Maria (11 augustus 1467 – 23 mei 1482)
  • Cecilia (20 maart 1469 – 24 augustus 1507), trouwde met John Welles en Thomas Kymbe
  • Eduard (4 november 1470 – 1483?)
  • Margaret (10 april 1472 – 11 december 1472)
  • Richard (17 augustus 1473 – 1483?)
  • Anna (2 november 1475 – 23 november 1511), trouwde met Thomas Howard, 3de hertog van Norfolk
  • George (maart 1477 – maart 1479)
  • Catharina (14 augustus 1479 – 15 november 1527), trouwde met William Courtenay
  • Brigitta (10 november 1480 – 1517)

Bijlage 2: stadsarchief Brugge, overlijdens 1840

George Jackson

 Bijlage 3: notariaat Heyvaert RAB TBO 132/30 nr 25

Openbare verkoping gehouden op dinsdag 21/1/1840 om 1 u na de middag op verzoek van Anne Blanche Woodville en door notaris Theodore Frederik Heyvaert te Gistel. De verkoping had plaats op  haar hofstedeke te Bekegem
De kopers moeten betalen binnen de zes maand . Er is een verhoog van 10%, 5% voor de kosten van registratie en 5% voor de overige kosten. Er moet 1 fr. betaald worden voor een koe, 1 fr. voor een vaars en 30 ct. voor een zwijn. De kopers beneden de 3 frank moeten contant betalen.
1 een melkseule aan Joseph Devisch, werkman uit Bekegem, 1,5 fr.
2 een roomstande aan Pieter Dely, landman te Bekegem voor 4 fr
3 een karn met toebehoren aan Pieter Verstraete, landbouwer te Roksem 20 fr
4 zes teelen aan Karel Pottier, werkman in Bekegem 60 ct
5 25 flesschen aan Karel Kyndt werkman te Bekegem 1,2 fr
6 idem aan Karel Pottier 1,9 fr
7 prondelingen aan Jan Moyaert, werkman te Roxem 0,8 fr
8 een trein aan Jan Moyaert 35 ct
9 een aalkuip aan Jan Vermoortel werkman te Bekegem 4 fr
10 zwijnebak aan Francies Jonckheere van Westkerke 4,25 fr
11 2 zannevaten aan Pieter Verstraete 3,75 fr
12 een van aan Hendryck Pollet werkman te Bekegem 3 fr
13 graenvat aan Hendryck Brouckmeersch landman van Eernegem 3,25 fr
14 blikken haker aan Karel Mares van Roksem 55 ct
15 koperen moor aan Emmanuel Depoorter winkelier te Gistel 5,75 fr
16 ijzeren moor aan Philip Messelier werkman te Bekegem 6 fr
17 Frot en hangelhaek aan Karel Kyndt 2 fr
18 bylle en hamer aan Amand Kyndt werkman te Bekegem 5,5 fr
19 2 rakels en greep aan Pieter Kyndt werkman te Zerkegem 1,40 fr
20 pekke en rakel aan Jacob Vandenhauwele herbergier te Westkerke 3 fr
21 beddebak aan Louis Baes werkman te Westkerke 5 fr
22 tafel aan Gregorius Desmedt werkman te Roxem 2 fr
23 2 stoelen aan Jan Suzanne werkman te Eernegem 1,7 fr
24 2 stoelen aan Hendryck Holleke werkman te Westkerke 1,6 fr
25 2 stoelen aan Jan Suzanne 1,8 fr
26 een tinne soupe terrynne aan Mr Isedore Judot koopman te Westkerke 4 fr
27 2 tinnen tailloren aan Pieter Roose werkman te Westkerke 4,10 fr
28 2 tinnen taillooren aan Mr Isedore Jadot 3,25 fr
29 3 idem aan idem 3fr
30 3 idem aan Karel Pottier 3,5 fr
31  een idem aan Amand Dekeyser werkman te Bekegem 3,50 ct
32 een idem aan Isedore Jadot 3,75 ct
33 trachter enz aan Jadot 0,7 ct
34 schuimspaan, aan Jadot 1,50 ct
35 6 glazen aan Karel Tyberghein werkman te Bekegem 0,7 fr
36 6 ruimers aan Pieter Waermoes zoon herbergier te Westkerke 1,25 fr
37 2 idem aan Isedore Jadot 50 ct
38 2 idem aan idem 0,50fr
39 2 idem aan Karel Tyberghein 30 ct
40 partie botteltjes aan Pieter Vanborsel werkman te Westkerke 25 ct
41 2 keersepannen aan Karel Pottier 20 ct
42 zes tassen aan Louise DeBaeillie, naeyster te Gistel 1 fr
43 blaespijp aan Jan Moeyaert 1 fr
44 een hangelhaeck aan jan Suzanne 1,40 fr
45 twee yzerkens aen Pieter Dumon, Slagter te Oudenburg 30 ct
46 een horloge Kasse aan Joseph Doom landsman te Roxem 23 fr
47 een zwijn aen Fernand Kyndt te Bekegem en Amand Kyndt 15,50 fr
48 een idem aan Francies Demons, kleermaker en Karel Jonckheere werkman beide wonende te Bekegem 13,50 fr
49 een idem aan Pieter Dumon en Ignatius Bonnet, landbouwer te Oudenburg 25 fr
50 een koe aan Hendryck Broekjes 185 fr
51 enkele verse aen Hendryck Cahier landman te Gistel 56 fr
52 twee stukken vlees aan Joannes Vandenberghe werkman te Bekegem 2,50 fr
53 twee zakken klaver botten aan Ignatius Temperen werkman te Roxem 1 fr

Alles samen 441,10 fr

Bijlage 4 (RAB TBO132-30 nr 76: notariaat Heyvaert)

Verkoping van meubilaire voorwerpen op donderdag 16/11/1865 om 1 u in de namiddag
1 een kast aan Bruno Degryse te Gistel 3,50fr
2 een stove aan Jan Vermeire uit Westkerke 1 fr
3 botels aan Karel Tyberghein te Bekegem 2 fr
4 bottels aan Francies Messelier te Bekegem 2 fr
5 100 flessen aan Louis Joye te Eernegem 4 fr
6 iden aan iden 3 fr
7 id aan id 3 fr
8 id aan id 3fr
9 id ani d 3 fr
10 pullen aan Francies Knockaert te Roksem 50 ct
11 latten aan de hoirs Houttekeet te Ettelghem 50 ct
12 oud ijzer aan Francies Rosseel te Zerkegem 1 fr
13  id aan charles Rosseel 2fr
14 id aan Jacob Dumarey te Zerkegem 5 fr
15 hout aan Karel Maertens Roksem 1 fr
16 tuinschare aan Louis Messchaert te Bekegem 6 fr
17 mand aan Pieter Kint te Bekegem 50 ct
18 wiel aan Leopold Maertens te Westkerke 3 fr
19 idem aan Pieter Declerck te Zerkegem 50 ct
20 nagt vertrek aan Karel Tyberghein 1,5 fr
21 ijzer aan Joseph Storme Roxem 2,50 fr
22 kuip aan Karel Vanhee te Bekegem 6,5 fr
23 idem aan Karel Jonckheere Ettelghem 3,5 fr
24 id aan Francies Cobbaert te Bekegem 4,5 fr
25 idem aan Jacob Marchand Ettelghem 15 fr
26 idem aan Karel Moyaert te zerkegem 5 fr
27 idem an Philip Vereecke te Bekegem te Bekegem1,50 fr
28 idem aan Joseph Broucke te zerkegem 2,5fr
29 papier aan Louis Houtekeet 5,70fr
30 idem aan Henri Vantyghem te Roxem 1,25 fr
31 leeder aan Jan Kyndt te Zerkegem 2 fr
32 ensel aan Joseph Storme voornoemd 1,50fr
33 hout aan Philip Dekeyser te Westkerke 2 fr
34 tegels aan Pieter Vanbossel te Westkerke 3 fr
35 schorren Jan Lammertin Roxem 3 fr
36 Zwynsbak aan Charles Rosseel 1 fr
37 hondkot aan Charles Balbaert te Oudenburg 75 ct
38 trog aan Francis van Cuyl te Roxem 2 fr
39 kot aan Jan Vermeire 1,5 fr
40 gantiere aan Henri Legrand te Bekegem 4,5 fr
41 2 koffrs aan Karel Ramman te Zerkegem 2,25 fr
42 stoelen aan Karel Steenland te Westkerke 75 ct
43 planken aan Karel Potje te Ettelgem 11,25fr
44 halaam aan Bernard Bezien te Roksem 25ct
45 idem aan Karel Pieters te Bekegem 1 fr
46 idem aan Pieter Warmoes te Westkerke 6,50 fr
47 hout aan Seraphin Taecke te Westkerke 2,50 fr
48 bedbak aen Henri Verwichte te Wetkerke 5,50 fr
49 commode aan Louis Maene te Roksem 11 fr
50 canapé aan Martin Demol te Eernegem 1 fr
51 Commode aan Francies Sagaer te Bekegem 6,50fr
52 tafel aan Jan Vermeersch te Eernegem 75 ct
53 idem aan Pieter Warmoes 1 fr
54idem aan Karel Dousselaere te Westkerke 4 fr
55 idem aan Karel Anica te Bekegem 1fr
56 tafel aan August Jonckheere te zerkegem 5fr
57 id aan Jacob Sanders te Bekegem 7,5fr
58 keerne aan Louis Scheldemen te Eernegem 37 fr
59 Tragter aan Louis Vandamme te Westkerke 8fr
60 schut aan Karel Dousselaere 4 fr
61 stoove aan Felix Jonckheere te Westkerke 4 fr
62 commode aan dezelven 10 fr
63 id aan Andries Vandendriessche te Bekegem 6fr
64 canapée aan Felix Jonckheere 1,50fr
65 schilderien aan dezelven 1,50fr
66 nagtafel aan Louis Hautekiet 1 fr
67 commode aan Louis Stael te Roxem 13,5 fr
68 bedbak aan Louis Maene 6fr
69 schut aan Louis Titeca te Westkerke 1,50 fr
70 lader aan Felix Jonckheere 11,50fr
71 kortewagen aan Pieter Messelier te Bekegem 6 fr
72 idem aan August Decoster te Bekegem 2,50fr
73 toole aan Pieter Declerck te Bekegem 14 fr
74 persen aan Francies Cappelle te roxem 3,50fr
75 zeil aan idem 4,50 fr
76 Larixe aan Dominicus Vanmullem te Ettelghem 9fr
77 hout aan Louis Houtekeet 4 fr
78 busschen aan idem 11,50 fr
79 7 stoelen aan Jan Inghelbrecht te Westkerke 5 fr
80 zetel aan Pieter Warmoes 6 fr
81 6 toelen aan Henri Vancuyl te Roxem 10 fr
82 id aan August Vanbezien te Westkerke 11,50 fr
83 idm aan Pieter Willems te zerkegem 5,5 fr
84 idem aan Jan Lammertyn 9,5fr
85 moor aan Charles Decroos te Eernegem 5 fr
86 kanne aan Jan Vyvey te Ghistel 1,50 fr
87 moor aan Henri Derynck te Westkerke 2 fr
88 Lanterne aan Louis Pottier te Bekegem 5 fr
89 Quinquet aan Francies Jonckheere te zerkegem 2 fr
90 kandelaar aan Alois Maene te Westkerke 3 fr
91 gieter aan Felix Jonckheere te Westkerke 1 fr
92 balance aan Karel Jonckheere te Ettelghem 1,50fr
93 lampe aan Karel Deschacht te Zerkegem 1,50 fr
94 haker aan Charles Vermoortel te Westkerke 3fr
95 2 potten, aan Francies Cobbaert te Bekegem 3fr
96 2 branders aan Jan Schramme te Roxem 4fr
97 2 marabouts aan Jan Jonckheere te Roksem 2fr
98 brander aan Karel Vermoortel 1,75 fr
99 tange aan August Jonckheere te zerkegem 2 fr
100 moor aan idem 3 fr
101 haker aan Francies Lauwers te Westkerke 3 fr
102 2 cabarets aan Karel Potje te Ettelgem 50 ct
103 plats aan Jan Vyvey te Ghistel 75 ct
104 taillooren aan Francies Vanhoenacker te zerkegem 1,50fr
105 plats aan id 75 ct
106 plats aan Joseph Storme 50 ct
107 idem aan Pieter Messelier te Bekegem 25 ct
108 aardewerk aan Jan Degryse te Bekegem 50 ct
109 idem aan Amand Vanhoetteghem te Moere 1 fr
110 Taillioren aan Louis Massenhove te Bekegem 1fr25 ct
111 aerdewerk aan Louis Jonckheere te Ghistel 25 ct
112 pot aan Karel Damme te Westkerke 2 fr
113 id aan id 25ct
114 id aan Philip Tanghe te Zandvoorde 1,25fr
115 zeefden aan Jan Vermoortel 1,25fr
116 spiegel aan Carel Deschacht te Roxem 50 ct
117 id aan Louis Jonckheere te Gistel 25ct
118 vatje aan Joseph Deschacht te Roxem 50 ct
119 aardewerk aan Louis Ramman te Roxem 1,50fr
120 seule aan Jan Kindt te Zerkegem 2,50 fr
121 ijzer pot aan Frederik Mane te Bekegem 2,50fr
122 id aan Pieter Knockaert te Zerkegem 2,50fr
123 id aan Henri Messelier te Zerkegem 2,50 fr
124 geit aan Cornelis Vandycke te Bekegem 14 fr
125 koe aan Felix Persyn te Bekegem 255 fr
126 spiegel aan Felix Jonckheere te Westkerke 3 fr
127 id aan Charles De Corte te Westkerke 3 fr
128 id aan Pieter Kemel te Zerkegem 3,50 fr
129 koffer aan Louis Billiauw te Westkerke 1 fr
130 id aan Louis Jonckheere 75 ct
131 horloge aan Bernard Claeys te Westkerke 3,50fr
132 id aan Pieter Pieters 4,50 fr
133 kuip aan Philip Tanghe te Zandvoorde 1,25 ct
134 bostels aan Henri Vandekinderen te Bekegem 2 fr
135 aardappels aan Louis Hautekiet 35 fr
136 id aan Pieter Declerck te Zerkegem 9,65 fr
137 id aan Jan Kindt te Zerkegem 5,50 fr
138 id aan Pieter Willems te Jabbeke 1,10 fr
139 bonen aan Louis Storme te Bekegem
140 tafel aan Ambrosius Dejagher te Roksem 5,50fr
141 id aan August Bezien te Westkerke 4 fr
142 id aan Francies Cobbaert te Bekegem 2,25 ct
143 hennen aan Pieter Willems 12 fr
Alles te samen voor de som van 828 frank.

Bijlage 5

Sharon Oddie Brown, zelf een afstammelinge van de familie Jackson, uit Canada probeerde een stuk je geschiedenis van de familie te achterhalen. We proberen samen te vatten. (Sharon Oddie Brown, Roberts Creek, BC, Canada)
  • Richard Jackson b: 1726 d: Abt. 1789 in lived at Coleraine, Co. Derry, Ireland. He married firstly Lydia Richardson who died in childbirth and left no issue. He married secondly Anne O’Neil (16/12/1767)
  • Belfast Newsletter. 27 Dec. 1765. Yesterday night Richard JACKSON, Esq Member of Parliament of Coleraine, and Under Secretary to his Excellency the Earl of Hertford, was married to Miss O’Neil, daughter of Charles O’Neil, Esq. Member of Parliament for Randalstown.
  • In een andere bron noteerden Sharon volgende passage (The Summer Soldiers: The 1798 Rebellion in Antrim and Down. A.T.Q. Stewart. Blackstaff Press, Belfast. 1995): “Robert JACKSON (brother of George). He was supporting the Royal Forces and accompanied his uncle, John O’Neil. On June 7, 1798 “One of the prisoners was a Lieutenant- Colonel Jackson ‘in the uniform of his Regiment of the line’. Jackson told him they come into town with Lord O’Neill, ‘in Lord O’Neill’s curricle’, and that some men had rushed O’Neill and run two pikes into his body.”
  • I have discovered that the early history of the Hongkong Shanghai Bank was an integral part of our family history. In fact, without the contributions of our ancestors, the bank would probably have failed.
  • As a child, I had always looked up to The Silver Bowl. Literally. The bowl was a gift to Brown’s great uncle, David Brown, by the Emperor of Japan some 100 years ago. The art work was given for his work in organizing the Japanese banking system.
    The silver bowl, a rarity as far as Japanese art goes, features a chrysanthemum symbolizing purity of soul and life eternal. The flower is one of the favoured symbols of Japanese samarai. I had also been told that its particular chrysanthemum design could only be used by the Emperor.
  • Een groot gedeelte van het bankwezen in het verre Oosten was in handen van de Jackson Family (Iran, Hongkong, Japan, Shanghai, Singapore).

Bijlage 6

Anna Blanche Woodville, grondeigenaar in Bekegem
  • Op 3 april 1840 laat Blanche Woodville een testament schrijven door notaris Heyvaert. Zij legateert al haar roerende en onroerende goederen aan juffrouw Josephine Robins oud ontrent 28 jaar. Zij woont op dat ogenblik bij Blanche Woodville in Bekegem. Vanaf haar sterfdag kan zij als enige erfgename over de erfenis beschikken.(Notariaat Heyvaert RAB TBO 132/30 nr 25)
  • Joanna Therese Taecke, wwe van Ferdinand Kyndt leent 260 frank van Blanche Woodville. Dit gebeurd op 30 september 1841. Zij beloofd de lening terug te betalen binnen de 5 jaar en met een rente van 5%. Als borg werd de helft van een woonhuis met 44a 23 ca  te Bekegem ingebracht. De eigendom komt van haar vader Pieter Taecke. Joanna Taecke had op 2/8/1833 een lening aangegaan bij Louis Bruynooghe uit Eernegem. Deze akte werd teniet gedaan. (notariaat Heyvaert RAB TBO 132/30 nr 28 dd 13/10/1841)
  • Blanche Woodville verpacht 51a 10 ca land aan Philip Boffel, werkman te Bekegem. Het betreft een partij land sectie B nr 275 en 276 (Doornhoekstraat). Beide partijen werden laatst gebruikt door Gaspard Vanroose. Ze worden vanaf 31/10/1841 verpacht voor 27 jaar voor een jaarlijkse pachtsom van 40 frank. Philip Boffel krijgt de toelating een huis te bouwen  van steen en kalk en gedekt met pannen. De woning zal zijn eigendom blijven en zal op het einde van de pacht overgenomen worden door de eigenares. De waarde van de woning mag niet meer dan 600 frank bedragen.
  • Gaspart Vanroose kan vanaf 1 oktober 1841 de grond in de nabijheid van haar woning huren (2 ha 30a 80 ca) voor 3-6-9 jaar en dit voor 130 frank. (notariaat Heyvaert RAB TBO 132/30 nr 28 dd 7/11/1841)

[1] Bemerk de fout in de tekst: daugther, daughter
[2] Vele gegevens komen van Sharon Oddie Brown, Roberts Creek, BC, Canada
[3] Zie bijlage1
[4] Dit is een titel die enkel in Groot Brittannië gebruikt wordt. Qua rang kan men hem plaatsen ergens tussen “gentleman” en “knight” (ridder).
[5] Archief Provincie Antwerpen, Octrooien, vergunningen en tentoonstellingen L 216 A/18.
[6] Met dank aan Jan Verheyde en Gilbert Yperman voor de inlichtingen.
[7] SAB. Bevolkingsregisters/ 1830-1846/E-07/029
[8] Zie bijlage 2
[9] SAB begrafenisvergunningen K1 XLIII XA71 Reg 1 pg 6: grafconcessie van 14/1/1840.(69 décimètres, 25e compartiment, plan nr 43)
[10] SAB begrafenisvergunningen Xb 38 1841/5
[11] Volgens de inlichtingen van de verantwoordelijke op het kerkhof te Brugge.
[12] RAB TBO143/3 nr 395 bevolking Bekegem 1827
[13] RAB TBO132/31 nr 44: notariaat Vermeersch
[14] Zie bijgaand uittreksel uit de Popp-kaart ca 1850
[15] RAB TBO132/26 nr1
[16] Volgens inlichtingen van de familie Viaene, de huidige bewoners van de woning Bevrijdingsstraat 24 te Bekegem
[17] Volgens inlichtingen van Sharon Oddie Brown
[18] Notariaat Heyvaert uit Gistel RAB TBO 132/30 nr. 25, zie ook bijlage 3
[19] RAB TBO143/3 nr 396 en 397: bevolkingsboeken Bekegem 1840 en 1856
[20] RAB overlijdens Bekegem 1848
[21] RAB TBO132-30 nr 76: notariaat Heyvaert
[22] Wikipedia